Skip to ContentSkip to Navigation
Expertisecentrum In the LEADOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Expertisecentrum In the LEAD

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Expertisecentrum In the LEADBlog
Header image In the LEAD

Ook topvrouwen stappen wel eens op – het zijn net (mensen) topmannen

Datum:19 april 2018
Auteur:Janka Stoker en Harry Garretsen
Dertje Meijer
Dertje Meijer

Het bestaan van een topbestuurder is ongewis: voor je het weet moet je het veld ruimen. Wij schreven eerder al over het feit dat de doorlooptijd van CEOs en politiek leiders steeds korter wordt. Bovendien werd door ons al eens uitgelegd hoe je met een simpel algoritme kunt nagaan of een CEO echt vrijwillig vertrekt, of toch gewoon ontslagen is. Ook de afgelopen weken was het weer raak. Zo kondigde de bestuursvoorzitter van Ahold Delhaize, Dick Boer, zijn vertrek aan. En ook de topman van Eneco, Jeroen de Haas, moet eerder dan gepland het veld ruimen, en krijgt maar liefst twee jaarsalarissen mee – dus daar is vast iets niet helemaal goed gegaan.

Maar het waren niet alleen mannen die – al dan niet vrijwillig – opstapten de laatste tijd. Want ook het vertrek van twee topvrouwen kwam in het nieuws. Zo besloot Olga Zoutendijk, de president-commissaris van ABN AMRO geen tweede termijn te ambiëren, hetgeen  ongebruikelijk is. Daarnaast baarde het onverwachte vertrek van de algemeen directeur van Pathé, Dertje Meijer, opzien. En dus ontstond ook bij deze topvrouwen de nodige reuring over hun vertrek. Daar is niks vreemds aan zou je zeggen: het gebeurt immers ook als topmannen vertrekken.

Maar het commentaar dat het vertrek van Zoutendijk en Meijer opleverde, laat wel een ander patroon zien dan als mannen opstappen. Het mooiste voorbeeld daarvan was de bijdrage van Peter de Waard in De Volkskrant op 6 april. Daarin beschreef hij waarom Dertje Meijer de ‘verliezer van de week’ was. De Waard begon zijn analyse van Meijer met de zin “Soms lijkt het maar niet goed te mogen aflopen met vrouwen die met het nodige geweld het glazen plafond slechten.” In zijn stuk koppelt De Waard het vertrek van Meijer aan dat van Zoutendijk, en stelt hij vast dat het vertrek van beide topvrouwen wel eens te maken zou kunnen hebben met het feit dat vrouwen niet geaccepteerd worden op topposities. Hij verwijt deze topvrouwen dat ze tot nu toe ‘de kiezen op elkaar’ hielden over hun vertrek, en dat zolang vrouwen dit doen, zij nooit de eerste viool zullen spelen: “Als het glazen plafond echt zo sterk is dat vrouwen erop stuklopen, zouden ze ook naar buiten moeten treden over de redenen van een voortijdig vertrek”, aldus De Waard.

Dit lijkt een vrouwvriendelijk standpunt van De Waard. Immers, hij stelt dat Meijer en Zoutendijk het misschien wel moeilijk hebben gehad c.q. het niet hebben kunnen maken aan de top ómdat ze een vrouw zijn, en dat zou een kwalijke situatie zijn. Maar tegelijkertijd is er iets mis met deze redenering. In de eerste plaats lijkt het de schuld van de vrouwelijke topleiders zelf te zijn dat er geen verandering komt: omdat ze niet eerlijk zijn over hun vertrek, aldus De Waard, hebben ze het ook aan zichzelf te wijten dat er niet meer vrouwen aan de top komen. Bij het vertrek van Buchner (Akzo), Joosten (Friesland Campina), Boer (Ahold), De Haas (Eneco) en ga zo maar door, haalde geen van deze leiders het in zijn hoofd er publiekelijk over te communiceren, ze zouden wel gek zijn. Dat wordt ook niet van hen verwacht, want voor je het weet schaadt je het bedrijf of jezelf. Maar deze topvrouwen zouden daar anders mee om moeten gaan. Door niet openlijk te uiten dat er een ondoordringbaar glazen plafond is, ‘verpesten’ Meijer en Zoutendijk het volgens deze gedachtegang dus voor andere vrouwen.

Ten tweede is het opvallend dat het vertrek van deze twee topleiders één-op-één gekoppeld wordt aan hun geslacht, terwijl bij het vertrek van een topman niemand oppert dat hun vertrek misschien iets zegt over het feit dat ze een man zijn. Waarom is dit nou zo erg? Omdat het precies datgene benadrukt over ‘vrouwen aan de top’ waar we vanaf moeten, namelijk dat we ze vooral en in de eerste plaats als vrouw en niet als leider beoordelen. Dat lijkt een vrij hardnekkig lot van vrouwen, zoals we eerder al beschreven. Recent onderzoek (Manzi & Heilman, under review) laat overtuigend zien wat de consequentie is van slechte prestaties van vrouwelijke leiders voor haar opvolgers. Wanneer een mannelijke leider faalt, heeft dat geen enkel gevolg voor zijn opvolgers: zowel mannen als vrouwen met dezelfde kwalificaties worden hiertoe geschikt geacht. Maar er gebeurt iets anders wanneer een vrouwelijke leider onderuitgaat. Want dan vinden we een vrouwelijke opvolger, met exact dezelfde kwaliteiten als een mannelijke opvolger, opeens veel minder geschikt dan die man. We generaliseren de slechte prestatie van die ene vrouwelijke leider dus naar alle andere vrouwen: ‘zie je wel, een vrouw is geen geschikte leider’.

Zolang het (helaas) nog uitzonderlijk is dat een vrouw een leidinggevende positie vervult, hebben alle vrouwelijke leiders hier last van. De enige oplossing op de (middel-) lange termijn is om het aantal vrouwelijke leiders te vergroten, zodat we niet meer onbewust meteen aan een man denken als we aan een leider denken. Dan zullen we het falen van een vrouwelijke leider niet meer automatisch aan haar vrouw-zijn wijten, maar puur aan haar individuele kwaliteiten. Want ja, natuurlijk falen vrouwelijke topleiders ook wel eens, net als hun mannelijke collega’s. En uiteraard zwijgen ze daarover bij voorkeur naar buiten toe, net als hun mannelijke collega’s. Het (onverwachte) vertrek van topleiders is van alle tijden, en laten we blij zijn dat dit ook af en toe vrouwen betreft – het geeft immers aan dat vrouwen ook maar gewone leiders zijn, net als mannen. Op de korte termijn is er ook een oplossing: laat de media ophouden om dergelijk falen van topvrouwen steeds te koppelen aan hun vrouw-zijn. Dat is niet alleen in het belang van deze vertrekkende topvrouwen, maar vooral ook van al die vrouwelijke leiders in spé die klaar staan een toppositie te gaan vervullen.

 

 

Referenties

Manzi, F. & Heilman, M.E. (under review). Breaking the Glass Ceiling: For one and all?

 

 

 

 

 

Reacties

Reacties laden...