Skip to ContentSkip to Navigation
Centre of expertise In the LEAD
Faculty of Economics and Business
In the LEAD Blog
Header image In the LEAD

Het virus verslaat, voorlopig, de roep om visie: expertbijdrage FD

Datum:28 september 2020

Het is tijd om de hand in eigen boezem te steken. Al jarenlang wijzen wij erop, ook op deze pagina, dat een visie voor politieke partijen en hun leiders belangrijk is. Dit geldt in het algemeen, maar specifiek voor de partijen in het midden, en inderdaad zeker ook voor premier Mark Rutte.

Door: Janka Stoker en Harry Garretsen

Eind vorig jaar bijvoorbeeld schreven we dat de coalitiepartijen in Rutte III bewust geen gemeenschappelijk verhaal opgesteld hadden, en dat dit zich zou gaan wreken. Ook over de premier zelf zijn we vaker vrij expliciet geweest.

Rutte, die een overduidelijke hekel heeft aan het vermaledijde v-woord, zou daar misschien wel eens de prijs voor moeten betalen, zo betoogden wij. Mark ‘voor visie moet je naar de oogarts’ Rutte is de pragmatische doener, maar juist wanneer het gaat om een langetermijnperspectief dat burgers weet te overtuigen, zou dat pragmatisme niet toereikend zijn.

Glansrijk

Maar inmiddels lijkt Rutte met die stijl op zijn meest glansrijke verkiezingsoverwinning ooit af te stevenen, waarmee hij de basis kan leggen voor maar liefst het vierde kabinet onder zijn leiding.

Tot zover het vermeende belang van visie, zou je geneigd zijn te concluderen. Maar daar heeft de leiderschapsliteratuur een weerwoord op. Een visie is belangrijk omdat zij richting geeft en daarmee duidelijk maakt waar een leider naar toe wil, zodat mensen zich daarmee kunnen identificeren. Een gedeelde visie kan mensen inspireren en in beweging brengen.

Juist als er grote problemen of vraagstukken zijn, kan een visie helpen om moeilijke keuzes uit te leggen en daar draagvlak voor te krijgen. Dus ja, sorry Mark, uiteindelijk hebben leiders toch echt baat bij een inspirerende visie, of het nou in de Haagse politiek of in het bedrijfsleven is. Diezelfde literatuur leert bovendien nog een andere les over leiderschap, en dat is meteen de belangrijkste: effectief leiderschap wordt bepaald door de situatie of context.

Die situatie is sinds eind vorig jaar uiteraard radicaal veranderd. De wereld gaat gebukt onder een pandemie, en ook Nederland verkeert sinds maart in een heuse crisissituatie, die alles in en buiten Den Haag domineert.

Zo’n crisissituatie vraagt om daadkrachtig leiderschap, en juist wél om een focus op de korte termijn, waarbij acute problemen moeten worden opgelost. Bij uitstek dus een situatie waarbij Mark Rutte z’n stijl goed past. Een visie op de klimaatverandering, de flexibilisering van de arbeid, Europa... Het kan ons nu allemaal even wat minder schelen.

Rally ‘round the flag

Daar komt bij dat we met name in tijden van nationale en internationale crises de neiging hebben om achter onze leiders te gaan staan; het zogenaamde ‘rally ‘round the flag’ effect.

Dit effect is vooral in de Verenigde Staten onderzocht. Zo steeg na de terroristische aanslagen op 11 september 2001 het goedkeuringspercentage van president George W. Bush onder de Amerikaanse bevolking in no time van 51% naar 90%. Het effect wordt verklaard door gevoelens van patriottisme: als land worden ‘we’ aangevallen, en dat leidt tot positievere opinies over onze leiders.

Inmiddels is het rally ‘round the flag- effect ook in andere landen aangetoond. Het blijkt dat het inderdaad na de coronacrisis in Nederland is optreden. Uit het Prinsjesdagonderzoek van Ipsos blijkt dat de waardering voor het kabinet aan het begin van de crisis erg hoog was, en nog steeds hoog is. Bovendien vinden bijna zes op de tien Nederlanders Mark Rutte de ideale premier.

Rutte heeft zelf nog steeds niet toegezegd opnieuw lijsttrekker te willen zijn, en hij heeft van zijn partij tot december de tijd gekregen om daarover na te denken. De VVD zou ook wel gek zijn om dat besluit eerder bekend te maken – Rutte heeft het veel te druk met het bestrijden van de crisis, en de rol van staatsman is de best denkbare positie om in te nemen op het verkiezingstoneel.

Ondertussen verkondigen andere partijleiders krampachtig de veranderingsboodschap. Het zou tijd zijn voor ‘ander’ leiderschap. Sigrid Kaag, Hugo de Jonge, Lodewijk Asscher, Jesse Klaver: allemaal willen ze met een visie de verkiezingen in en bekritiseren ze de premier om zijn gebrek hieraan.

Maar zolang de coronacrisis het (politieke) leven bepaalt, maakt deze strategie weinig kans. In de peilingen komt voorlopig niemand ook maar in de buurt van de premier.

De hand kan mogelijk dus weer uit eigen boezem. Als de coronacrisis er niet was geweest, was Rutte misschien inderdaad eindelijk afgerekend op zijn gebrek aan een duidelijke toekomstvisie voor Nederland - we zullen het nooit weten.

Wat we dus wel weten is dat uiteindelijk de context de meest bepalende factor is voor de effectiviteit van leiders, en dat lijkt ook nu het geval. In de aanloop naar de verkiezingen verslaat het virus de behoefte aan visie met overmacht.

Levensgroot risico

Zo bezien gaat Mark Rutte de makkelijkste verkiezingsstrijd van zijn carrière tegemoet. Maar er kleeft ook een levensgroot risico aan de rol van premier als crisismanager. Electoraal gezien is het alleen een winnende strategie als de coronacrisis ook echt in toom wordt gehouden. Met een ‘tweede golf’ voor de deur is dat opeens minder waarschijnlijk.

Het coronavirus mag dan wel de roep om een visie hebben gesmoord, maar als Mark Rutte niet uitkijkt, wordt hij straks in het stemhokje alsnog door het virus verslagen.

Deze column van Janka Stoker en Harry Garretsen is gepubliceerd op fd.nl op 27 september 2020.