CPB-rapport in samenwerking met onder andere In the LEAD: Effecten van het diversiteitsquotum op de middellange termijn

Het bindende diversiteitsquotum voor raden van commissarissen (rvc’s) is effectief. Drie jaar na invoering voldoet 92% van de beursgenoteerde bedrijven aan de eis dat ten minste een derde van de rvc uit vrouwen bestaat. Het quotum heeft geleid tot een aanzienlijk evenwichtiger man-vrouwverhouding en ging gepaard met benoemingen van even goed gekwalificeerde commissarissen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), dat uitgevoerd is in samenwerking met onderzoekers van Expertisecentrum In the LEAD, de Universiteit Leiden, Bureau Pouwels en het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Namens In the LEAD werkten directeuren Janka Stoker en Harry Garretsen en PhD kandidaat Aukje Nieuwenhuis (Faculteit Economie en Bedrijfskunde, RUG) aan het onderzoek mee. Het onderzoek bestudeert zowel de effectiviteit van het diversiteitsquotum voor rvc's op middellange termijn als de invloed van het qoutum op de samenstelling van rvc’s en de kwalificaties van commissarissen. Daarbij zijn beursgenoteerde bedrijven (behandelgroep) vergeleken met gelijksoortige grote vennootschappen waarvoor een minder strenge streefcijferregeling met rapportage- en transparantieverplichting geldt (controlegroep).
Uit de analyse blijkt dat het aandeel beursgenoteerde bedrijven met minimaal een derde vrouwen in de rvc met 59 procentpunt is gestegen ten opzichte van de periode vóór invoering en aankondiging van de wet. Van deze stijging kan 37 procentpunt direct worden toegeschreven aan het bindende quotum. In de controlegroep bleef de groei in dezelfde periode relatief beperkt. Het bindende quotum blijkt daarmee een groter effect te hebben op het bereiken van een derde vrouwen in de rvc dan de streefcijferregeling met transparantieplicht voor grote vennootschappen.
Gelijke kwalificaties
Daarnaast blijken er sinds de invoering van het quotum gelijk gekwalificeerde commissarissen te zijn benoemd als in de controlegroep. Het onderzoeksteam vond namelijk geen effect op de management- en bestuurservaring, het aandeel commissarissen met een MBA of het aandeel commissarissen met een internationale achtergrond. Ook is geen bewijs gevonden voor het zogenoemde ‘golden skirt’-fenomeen: vrouwen bekleden niet significant vaker dan mannen meerdere commissariaten.
Dit onderzoek is een vervolg op eerder onderzoek naar de effecten van het diversiteitsquotum door het Centraal Planbureau in samenwerking met de Universiteit Leiden, de Rijksuniversiteit Groningen, Bureau Pouwels en het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Meer informatie:
Lees het volledige onderzoeksrapport op de website van het CPB.

