Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en Onderwijskunde50 jaar orthopedagogiekUit de oude doos

Orthopedagogiek & muziek

Orthopedagogiek en muziek

Er zijn in de loop der jaren vele promoties geweest en tijdens de meeste promotiefeesten was er altijd wel een optreden bij van het Grote Orthokoor dan wel de Orthoband, al dan niet met het koor. Ook tijdens de viering van het 50-jarig bestaan zal op het symposium ruimte zijn voor muziek, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval was tijdens het 11de internationale Eusarf Congres in de MartinPlazza in 2010.

Maar muziek speelde wel vaker een rol binnen de Orthopedagogiek in Groningen. Zo was het Adrie van der Sluis, die in de jaren zeventig gedurende een ruime periode persoonlijke assistent van professor Bladergroen was, die de opdracht kreeg een goede geluidsinstallatie bestaande uit een Revox Recorder en goede geluidsboxen, te regelen. Op de recorder diende de juiste klassieke muziek te worden opgenomen die voor rustgevende momenten kon zorgen. De installatie is er gekomen maar of het vaak in gebruik is geweest, is voor velen uit die tijd een vraag en slechts weinigen weten het juiste antwoord op die vraag.

Het was begin 1980 dat er een verzoek bij het Dagelijks Bestuur binnenkwam van een medewerker waarin hij om toestemming vroeg voor het aanschaffen van een aantal muzikale instrumenten die nodig waren voor het onontbeerlijke harmoniemodel, dat nogal eens ontbrak binnen Orthopedagogiek Groningen.

We nemen je mee naar het commentaar van mr. Greensleeves, een student, die als zo vaak medewerkers en hun ideeën op de hak nam: ‘Hoort de zoete tonen ten hemel stijgen. Je zou er wel een gedicht over kunnen schrijven. Dat zal Grüschke dan ook wel doen. Zo in de trant van: een stemvork met veel hooi, klinkt een weinig dooi, maar wat maakt een orkest zo mooi, dat zijn de pauken van Van der Kooij’

In gedachten nam mr. Greensleeves de lezer al musicerend door de op dat moment door Orthopedagogiek in gebruik zijnde gebouwen. Hij vervolgde met: ‘Maar mensen, denk je eens in. Hoe prachtig zou dat niet zijn, Han Grüschke voorop als tamboer-maitre. Hij begint boven, op de derde etage van de OB1 (Oude Boteringestraat) en speelt zo mooi op een fluit dat net als indertijd bij de rattenvanger Van Hamelen, alle WP’ers hem volgen.

Ze gaan de gang door en dalen af naar de afdeling van leerstoornissen. Nadat ook de eerste etage in de ban van deze new wave is gekomen, gaat men gezamenlijk de straat op, richting OB 32. Alle medewerkers daar sluiten zich aan. Wat is er dan logischer dan dat men gezamenlijk zich beweegt richting College van Bestuur. Die zitten een eindje verderop in de Oude Boteringestraat.’

Uiteindelijk sloot Greensleeves af met zijn mening inzake het voornoemde verzoek aan het Dagelijks Bestuur door te stellen dat een DB zich in de toekomst niet meer zou hoeven te buigen over dergelijke voorstellen van mensen die al counselend een muziekje wensten te horen. Hij voegde er nog aan toe dat Grüschke maar eens van zijn wolkje diende te stappen en om zich heen diende te kijken wat er zoal meer op het ‘Instituut’ gebeurde. ‘Aangezien we toch niet allemaal in de Bagwhan zijn, heb ik nog een restje hoop dat deze vormen van gekte nog tijdig een halt kunnen worden toegeroepen.’

Dat men zeker wel meerdere malen richting het gebouw van het College van Bestuur en het Academiegebouw ging, blijkt uit bijgaande foto van Elmer Spaargaren, waarin een afdelingsvergadering door een groot aantal demonstrerende studenten werd stilgelegd.

Laatst gewijzigd:13 maart 2018 13:09