Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en Onderwijskunde50 jaar orthopedagogiekUit de oude doos

De geliefde gastdocent uit Londen: Frans Morgenstern

Dr. Frans (F.S.) Morgenstern was een graag geziene gastdocent bij de studenten. Met een, in vergelijking met andere gastdocenten, grote regelmaat werd dr. Morgenstern tussen 1970 en 1978 door de leiding van het ‘Instituut’ voor Orthopedagogiek’ ingehuurd om zijn kennis over te dragen aan de toenmalige studenten. Frans Morgenstern was destijds lector aan het Pedagogisch Instituut van de London University en had zich vooral gespecialiseerd in het ontwikkelen van leermethoden voor gehandicapte kinderen. Voorts had hij zich toegelegd op het ontwerpen van speelgoed dat op deze doelgroep was afgestemd, maar dat daarnaast ook door gewone kinderen kon worden gebruikt.

In herinner mij dat – vooral onder de vrouwelijke medewerkers – het al dagen van tevoren gonsde van geruchten dat Frans Morgenstern weer een bezoek aan de afdeling zou brengen en hij werd dan in de kelder van de Grote Rozenstraat 15, waar enkele testkamers en de werkkamer van Dr. Mimmie Nooteboom waren gevestigd, onthaald met een feestelijke dronk.

Hij legde op een eenvoudige manier aan studenten uit waarom er niet altijd controle op de ledematen voorhanden was. Zo vroeg hij de studenten bijvoorbeeld een grote kring met de linkerarm te maken en daarna hetzelfde met de rechterarm, maar dan in tegengestelde richting. Met dit schijnbaar eenvoudige stukje gymnastiek demonstreerde hij dat blijkbaar eenvoudige oefeningen voor mensen met een normale controle over hun ledematen grote moeilijkheden kunnen opleveren.

Wat hij ermee wilde zeggen was dat je met een dergelijke oefening bepaalde bewegingsstoornissen bij gehandicapte kinderen kon benaderen. Hij stelde tevens dat men iets dergelijks ook kon doen bij problemen gelegen op een heel ander gebied. Zo vroeg hij aan een studente een bakje, dat op de lessenaar stond, te verplaatsen naar een andere tafel in de collegezaal. Voorwaarde was wel dat bij verplaatsing de handen niet gebruikt mochten worden. Daarmee wilde hij duidelijk maken dat de moeilijkheden die daarbij duidelijk werden, vergelijkbaar waren met ruimtelijke problemen waarmee gehandicapten vaak te maken hebben.

Morgenstern vervolgde door te vertellen dat hij dergelijke experimenten ook met zijn studenten in Londen deed met als doel te proberen de psychologische achtergronden, waarbij moeilijkheden bij gehandicapte kinderen worden veroorzaakt, te analyseren. De waarnemingen, die bij dergelijke experimenten werden opgedaan, gebruikte hij samen met zijn team om daarnaast ook onderwijsmethoden te ontwikkelen, die een gehandicapt kind konden helpen zijn moeilijkheden te overwinnen.

Let wel, deze gastcolleges werden gegeven in een tijd dat er nog geen video beschikbaar was voor onderwijs en dus op een andere manier iets toonbaar diende te worden gemaakt. Zo had hij tijdens een van de colleges een doos met speelgoed bij zich met verschillende moeilijkheidsgraden. Datgene wat het meest ingewikkeld was, kon behalve door een gehandicapt kind ook door een normaal kind worden gebruikt.

Bij weer een ander gastcollege had hij bijvoorbeeld een doos speelgoed bij zich dat geheel was ontwikkeld voor blinde kinderen. Hij gaf daarbij uitgebreide uitleg en vertelde dat het zo was geconstrueerd dat deze kinderen geen gevaar liepen zich er aan te bezeren. En ook in dit geval voegde hij eraan toe dat de jeugd, die zonder deze handicap door het leven ging, er van mee kon profiteren.

Hij stelde dat zijn hele werk berustte op de filosofie dat problemen van gehandicapte kinderen inzicht gaven op het leerproces dat normale kinderen doormaakten. Er was volgens hem echter één verschil en dat was dat normaal functionerende kinderen het speelgoed zo snel door hadden dat je niet eens merkte wat zij nu moeilijk vonden.

Van hieruit was het voor hem tijdens een gastcollege maar een hele kleine stap om zijn slotconclusie te geven en te stellen dat de grote vorderingen die in – de toenmalige – toekomst op het gebied van de normale opvoedkunde zouden worden gemaakt, zouden voortkomen uit de inzichten, die men bij opvoedkunde van het afwijkende kind had verkregen.

Morgernstern
Morgernstern
Laatst gewijzigd:26 februari 2018 12:49