Skip to ContentSkip to Navigation

Centre of expertise HRM&OB

Faculty of Economics and Business
Centre of expertise Human Resource Management & Organisational BehaviourBlog
Header image Expertisecentrum

Ik, jij, wij? Het benoemen van identiteit in samenwerkingsverbanden

Datum:19 november 2019
Auteur:Martin Pit
Ik, jij, wij? Het benoemen van identiteit in samenwerkingsverbanden
Ik, jij, wij? Het benoemen van identiteit in samenwerkingsverbanden

Het Senseoapparaat is voor velen – ook voor mij - een bekend gezicht in de keuken. Dit apparaat is een voorbeeld van de uitkomst van een succesvolle alliantie: een hechte, langdurige, voor alle partijen nuttige samenwerking tussen twee of meer onafhankelijke partners, in het geval van Senseo tussen Philips en Douwe Egberts.

Samenwerkingen tussen onafhankelijke organisaties leiden tot kennisuitwisseling, verhoogde innovatie en de mogelijkheid tot het vergroten van de marktpositie van de samenwerkingspartners. In de praktijk blijkt echter dat het succesverhaal van Senseo een uitzondering is, niet de norm: naar schatting resulteert zo’n 50-70% van de samenwerkingsverbanden in falen.

Voor veel organisaties is het faciliteren van vertrouwen en het vermijden van conflict een lastige kwestie, waardoor onafhankelijke samenwerkingen vaak grote, onvoorziene kosten met zich mee brengen (bijv. Faems, Madhok, Janssens & van Looy, 2008). Vanuit de identiteitsliteratuur wordt de aanwezigheid van een gezamenlijke identiteit gezien als een belangrijk instrument om vertrouwen – en dus samenwerking – juist te faciliteren. Maar moet je in samenwerking tussen onafhankelijke organisaties juist iedereen hetzelfde pakje geven? In mijn onderzoek ga ik verder in op deze vraag.

Een gemeenschappelijke identiteit geeft werknemers een antwoord op de vraag “wie zijn wij, waar staan wij voor en wat onderscheidt ons van de mensen om ons heen?” Onderzoek op het gebied van identiteit heeft aangetoond dat naar mate een gezamenlijke identiteit duidelijker aanwezig is in een samenwerkingsverband, mensen sterker geneigd zijn om samen te werken met de personen die zij zien als ‘soortgelijke anderen’ (Mathias, Huyghe, Frid & Galloway, 2018). Binnen een organisatie helpt het creëren van een gezamenlijke organisatie-identiteit bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van draagvlak voor succesvolle samenwerking tussen werknemers. Binnen een enkele organisatie vallen de werknemers onder dezelfde overkoepelende groep: management wordt hier in deze gevallen aangeraden om bij het creëren van de gezamenlijke identiteit in te spelen op de gelijkenissen tussen werknemers.

Echter, speelt het creëren van een gezamenlijke identiteit ook een faciliterende rol wanneer twee onafhankelijke organisaties samenwerken? In dit soort verbanden werken mensen van verschillende organisaties met elkaar samen in groepsverband, maar zij vormen niet een organisatie: ze blijven in eerste instantie onderdeel uit van de eigen organisatie. Wij beargumenteren dat in dit soort gevallen het vooral belangrijk is dat beide partijen juist duidelijk weten waar de ander voor staat. In een dergelijk samenwerkingsverband is het belangrijk om duidelijke verwachtingen te scheppen met betrekking tot de interactie. Wie is de partner waar wij mee samenwerken? Hoe gaan wij om met eventuele tegenstellingen?

Wanneer samenwerking plaatsvindt tussen twee onafhankelijke partijen, is het dus mogelijk dat kennis over de identiteit van de samenwerkingspartner, zij het in gelijkenissen of verschillen, belangrijker is dan het scheppen van een gezamenlijke identiteit.  Door middel van een reeks experimenten probeer ik licht te werpen op dit idee. Participanten (o.a. managers bij bedrijven die ervaring hebben met samenwerkingen) werden gevraagd om een fictieve samenwerking uit te spelen. Deelnemers werden verdeeld in verschillende groepen: een groep waar de verschillen in identiteit werden benadrukt, een waar de gelijkenissen in identiteit werden benadrukt, en een groep waar geen identiteit werd benadrukt.

Voorlopige resultaten uit mijn onderzoek tonen aan dat wanneer het tot samenwerking tussen onafhankelijke organisaties komt, een gezamenlijke identiteit voordelen kan hebben in het bijeenbrengen van de werknemers van de samenwerkingspartners. Echter, het blijkt dat het scheppen van duidelijke verwachtingen aan de start van de samenwerking nog impactvoller is: het verstrekken van informatie omtrent de identiteit van beide samenwerkingspartners heeft een sterkere invloed op de mate van samenwerking dan het creëren van een gezamenlijke identiteit, ongeacht of hier wordt gefocust op gelijkenissen of verschillen in identiteit.  

Hoe kunt u de kwestie van identiteit opnemen voor een betere samenwerking? Voor samenwerkingen tussen onafhankelijke organisaties betekent dit dus dat mensen eerder geneigd zijn om samen te werken wanneer er duidelijkheid speelt met betrekking tot de identiteit van de samenwerkingspartner, ondanks eventuele verschillen in identiteit tussen beide organisaties. Het is belangrijk dat deze verschillen in een vroeg stadium in de samenwerking duidelijk besproken worden. Voor de praktijk is het dus van belang om tijdig en open te spreken over de identiteit van de organisaties met wie wordt samengewerkt, en dit eventueel expliciet op te nemen in een samenwerkingsverklaring.

Martin Pit, MSc. (m.k.pit rug.nl) is PhD kandidaat bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en doet onderzoek naar de rol en ontwikkeling van gezamenlijke identiteit in samenwerking binnen de alliantie context.