Skip to ContentSkip to Navigation
About usFaculty of PhilosophyEducationThesis summaries

Muller, D.

Vakgroep Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie

Gegijzeld door een goed geweten

Een hermeneutisch-fenomenologisch en deugdethisch perspectief op de morele verwondingen van hedendaagse oorlogsveteranen

Als gevolg van de opkomst van nieuwe oorlogsomstandigheden zoals guerrilla-tactieken,stedelijke oorlogsvoering en ongeüniformeerde strijders is het voor hedendaagse militairen steeds moeilijker om verantwoorde keuzes te maken in dit moeras van morele ambiguïteit. Hoewel het diagnostische construct van posttraumatische stressstoornis (PTSS) hoofdzakelijk is gericht op angst- en stress gerelateerde klachten als gevolg van een levensbedreigende situatie, verwijst het relatief recente concept van “moral injury” (MI) naar de ingrijpende schuld- en schaamtegevoelens van veteranen die een drukkend besef hebben dat zij handelingen hebben verricht waarmee zij hun eigen fundamentele morele overtuigingen hebben geschonden. In het eerste hoofdstuk bied ik een vergelijkende analyse van verschillende definities van “moral injury” om tot een scherpere conceptualisering te komen van dit begrip die mogelijk meer adequaat recht doet aan de complexe morele pijn van hedendaagse veteranen. Hierbij betoog ik dat een fenomenologisch perspectief op de geleefde ervaring van moral injury met name licht werpt op de ontologische en epistemologische dimensies van morele verwondingen. In het tweede hoofdstuk betoog ik dat brute toevalssituaties en tragisch morele dilemma’s vaak resulteren in morele verwondingen in de vorm van karakterbeschadigingen en dat de morele concepten van moral luck en dirty hands mogelijk adequaat recht kunnen doen aan de complexe morele tegenstrijdigheid van de oorlogservaringen van veteranen. In tegenstelling tot de huidige dominante biomedische benadering van moral injury waarbij de schuld- en schaamtegevoelens van moreel verwonde oorlogsveteranen veelal snel worden geduid als psychopathologische symptomen en maladaptieve traumagerelateerde cognities, kan een deugdethisch perspectief de intrinsieke morele aard van deze emoties daarentegen honoreren als ‘burdened virtues’ en vormt het als zodanig een adequaat tegenwicht tegen de toenemende medicalisering van moral injury.

In het laatste hoofdstuk betoog ik dat moreel verwonde oorlogsveteranen onderhevig zijn aan een vorm van hermeneutisch onrecht in zoverre ze onevenredig zware morele lasten dragen ten opzichte van de burgerbevolking als gevolg van ongelijke sociale machtsrelaties. Doordat het dominante gemedicaliseerde discours over moral injury de onzichtbare oorlogswonden van veteranen steeds verder ontledigd van morele inhoud heeft dit potentieel negatieve epistemische effecten omdat het democratische burgers in zekere zin ‘beroofd’ van accuratere kennis omtrent hun collectieve morele verantwoordelijkheid voor de diepgaande morele schade van oorlog. Aangezien een deugdethisch interpretatiekader het meest nadrukkelijk aandacht schenkt aan morele emoties en moreel karakter verschaft dit perspectief dieper inzicht in de ruïneuze effecten van oorlogsgeweld op de morele subjectiviteit van veteranen. In zoverre een deugdethische taal tevens gegrond is het in het rijke en robuuste vocabulaire van het dagelijkse taalgebruik kan een deugdethische taal mogelijk een bijdrage leveren om het hermeneutisch onrecht op te heffen door de kloof tussen burgers en militairen verder te helpen overbruggen.

Laatst gewijzigd:14 september 2018 14:52