Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Hek, K.H.L. van 't

Auteur: Ko van ‘t Hek
Afstudeerjaar: 2011
Vakgroep: Theoretische filosofie
Titel: Conceptformatie: Flexibiliteit in het formeren van concepten
Samenvatting:
 
We hebben verworven kennis van dingen die we niet direct waar kunnen nemen. Om tot kennis te komen van deze abstracties formeren onderzoekers concepten en bijbehorende meetinstrumenten. Dit proces heet conceptformatie. De thesis behandelt de wetenschappelijke rechtvaardiginig van de wetenschappelijke kennis over abstracties. Dit is problematisch, aangezien de meest gebruikelijke manier van deze rechtvaardiging via ijken verloopt – een methode die moeizaam is bij abstracties.
De problematiek komt in uitdrukking in de experimenter’s regress (Collins) en een referentieprobleem. Deze rechtvaardiging heeft een maatschappelijk relevante component, namelijk dat deze concepten, waarvan wetenschappers weten dat ze niet wetenschapstheoretisch niet helemaal kloppen, in de samenleving wel als kloppend worden gebruikt. Zo kan het gebeuren dat er op basis van deze wetenschappelijke concepten bepaalde keuzes in de samenleving worden gemaakt, die de wetenschappers anders of niet hadden gemaakt, en die grote gevolgen hebben.

Binnen een realistisch vocabulaire laat de thesis zien hoe onderzoekers flexibel zijn in het aannemelijk maken van validiteit, waarbij een instrument valide is als het causaal wordt beïnvloed door de abstractie (Borsboom, Mellenbergh & Van Heerden). Het realistisch vocabulaire schiet te kort om deze flexibiliteit te beschrijven, en om dit gat te vullen introduceert dit paper twee nieuwe termen. Deze termen zijn enigszins constructivistisch, en zo zoekt de thesis de grenzen van het realisme op richting het constructivisme. Waar Latour probeert zo veel mogelijk realisme in zijn constructivisme te stoppen, doet deze thesis het tegenovergestelde. De twee termen die geïntroduceerd worden zijn ‘schakelen’  en ‘werkvaliditeit’.
 
Tijdens de conceptformatie formeren onderzoekers aan de ene kant het concept, maar aan de andere kant moeten ze ook een goed meetinstrument ontwikkelen. Voor beide processen is echter een andere visie nodig; namelijk het formeren van een concept vereist een essentialistische visie en de ontwikkeling van het instrument een descriptivistische. Omdat deze visies incommensurabel zijn, stelt de thesis dat onderzoekers schakelen tussen deze visies in de conceptformatie. Werkvaliditeit is een term die verwijst naar een validiteit zonder bewijs, maar één die aannemelijk is gemaakt op basis van een hoge betrouwbaarheid. Nu is betrouwbaarheid in klassieke theorie geen voldoende argument voor validiteit, maar in de praktijk wordt dit soms wel zo gezien. Er wordt, ook bij gebrek aan betere voorwaarden, aangenomen dat een hoge betrouwbaarheid validiteit impliceert.

De thesis behandelt deze introductie aan de hand van twee casussen: intelligentie en temperatuur. Het laat zien dat de problematiek van het aannemelijk maken van validiteit en referentie voorkomt in deze twee casussen, en dat ze middels schakelen en werkvaliditeit wordt omzeild.
Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:11