Van beginner tot meester: de bachelor en master zijn zéker wel verschillend

Zo ongeveer een half jaar na het inleveren van mijn scriptie was het dan zover: ik mocht, samen met de andere geslaagden, mijn bachelordiploma in ontvangst nemen. Daar hoorde een mooie ceremonie bij, en mijn trotse ouders zaten even verderop in de prachtige zaal.
Als eerste waren de masterstudenten, daarna wij, van de bachelor. Enkelen van ons waren ook al begonnen met de master Neerlandistiek. De master, dacht ik, is eigenlijk best wel anders dan de bachelor Nederlandse taal en cultuur.
Kennis, kennis: de basis leggen
Het eerste jaar van de bachelor vond ik vooral veel nieuwe kennis. Logisch natuurlijk, omdat de studie en mogelijkheden zoveel breder zijn dan je misschien zou denken. Er is de letterkunde, historisch, maar ook modern. Wat maakt een boek populair of invloedrijk, of hoe reageerde een schrijver vroeger op de politieke ontwikkelingen in de wereld? Een hele andere kant is de taalkunde, die taal op zichzelf bekijkt. Waarom zeggen we ‘maar’ in het zinnetje ‘Ja, geef me er maar twee’? Deze tak bekijkt ook hoe talen elkaar beïnvloeden, zoals het Engels of het Marokkaans op het Nederlands. Tot slot is er de taalbeheersing: het leren door te schrijven, het goed kunnen presenteren, kortom het volledig kunnen beheersen van een taal. Maar ook de taalbeheersing kun je wetenschappelijk bestuderen. Dan zoek je bijvoorbeeld naar wat voor denkpatronen en houdingen er schuilgaan achter grote politieke campagnes. Bij die verschillende takken van de neerlandistiek horen elk verschillende termen en concepten. Een hoop om te leren!
Steeds meer zelf
Op die kennis kan dan weer voortgebouwd worden. In het tweede jaar kregen we minder kennisvakken, en meer onderzoekjes. Wel kregen we hiervoor veel houvast. Ik vond het zelf altijd erg fijn om richtlijnen te krijgen voor een essay, of voorbeelden van goede onderzoeksvragen. Ook de onderzoeksateliers zijn onder begeleiding van een docent. De eerste onderzoekjes hoef je dus gelukkig niet al helemaal zelf uit te voeren. Dat verandert wel in het derde en laatste jaar, waarbij zeker de scriptie een eigen project is. Afgezien van afspraken met de docent, is het de bedoeling dat je, na het vergaren van al die kennis en het opdoen van ervaring, zelfstandig je scriptie schrijft. Overigens was in mijn laatste jaar nog nauwelijks sprake van ChatGPT, dus ja, óók zonder kunstmatige hulp!
Een meester worden in je vak
De eenjarige master is de kers op de taart. Dit eerste halfjaar is al veel vrijer dan alles van de bachelor. Onze groep werd bij het archiefonderzoek voor moderne letterkunde voor de uitdaging gezet om ‘het materiaal te ontsluiten’. Natuurlijk mochten we alles vragen, en kwam iemand uit het Literatuurmuseum meer vertellen over het archiefmateriaal, maar wij mochten zelf categoriseren en beslissingen nemen over welke media of welke onderwerpen bij elkaar moesten komen. Waarnaast we ook zelf een onderzoek moesten uitvoeren. Het eindresultaat daarvan was vrij in vorm, zolang het onderzoek fundamenteel goed in elkaar zat. Zo bewerkte de ene student een ouder essay naar de politieke omstandigheden van nu, met een verantwoording en uitleg van de context, een ander maakte een serie posters over de identiteiten van schrijvers. Ikzelf schreef een essay over een literaire bijeenkomst, en de keuzes die de organisatoren en de deelnemende schrijvers daarbij maakten.
Ook met andere vakken -die overigens onderzoekscolleges heten in de master- mogen we onze onderzoeken zelf invullen. Nu heb ik daar soms wel wat moeite mee, maar ook juist door met anderen over een onderwerp te discussiëren, komen interessante ideeën naar boven. Bij historische letterkunde gaan we nu zelf een klucht in elkaar zetten over ChatGPT en de dramatische gevolgen ervan. Zo vind ik het onderzoek doen in de master wel een stuk leuker, maar vooral persoonlijker. Minder richtlijnen kan moeilijk zijn, maar vrijheid geeft juist ruimte voor eigen interesses.
Meer lezen van Amber? Ze schreef hiervoor al vier blogs. De laatste ging over hoe ze met haar medestudenten een talkshow met alumni organiseerde en presenteerde. Als bachelorstudent schreef ze over hoe je een vreemde taal leert, over Stiltes in historische bronnen en over het belang van taalkunde.
