Vrouwen zijn meer dan alleen een ‘object’

Afgelopen zomer stond ik met mijn gele fiets op de Grote Markt. Ik was omringd door duizenden vrouwen, allen met hun eigen fiets met lichtjes en protestborden. Naast mij hield een vrouw een bord vast met de tekst “Ik wil ook zonder angst naar huis”. Het doel van dit protest was om de veiligheid van vrouwen in de nacht terug te eisen. Die veiligheid hangt namelijk sterk samen met hoe een samenleving naar mannen en vrouwen kijkt. Maar waren die verhoudingen en die onveiligheid vroeger eigenlijk anders dan nu?
‘Slutshaming’ in de Republiek
Als je rondkijkt op sociale media valt één ding meteen op: vrouwen die iets zeggen over hun eigen lichaam of seksualiteit krijgen vaak veel meningen over zich heen. Mensen, en met name mannen, reageren onder deze video’s met opmerkingen als “Het zou je dochter maar zijn” en “Je ouders zullen vast trots zijn”. Dit soort opmerkingen vallen onder de term ‘slutshaming’. Het woord ‘slutshaming’ verwijst naar gedrag waarbij iemand anderen bekritiseert, vernedert of belachelijk maakt vanwege hun seksualiteit, gedrag of kledingkeuze. Er is bij ‘slutshaming’ sprake van een dubbele standaard: seksueel gedrag van vrouwen wordt sneller negatief beoordeeld dan vergelijkbaar gedrag van mannen. Mannen lijken daarbij te bepalen wie over seksuele verlangens mogen praten en op welke manier. Wat we nu ‘slutshaming’ noemen, blijkt in de zeventiende-eeuwse literatuur al in een andere vorm aanwezig te zijn: vrouwen werden strenger beoordeeld op hun seksualiteit dan mannen.
De periode van 1670 tot 1710 markeerde een hoogtepunt in de pornografische literatuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Wetenschappelijke revoluties leidden tot meer gesprekken over seksualiteit en dit verspreidde zich naar de pornografische en erotische teksten. Een voorbeeld van zo’n zeventiende-eeuwse pornografische roman is De doorluchtige daden van Jan Stront. In deze roman komt dezelfde dubbele standaard terug die tegenwoordig online zichtbaar is. De mannelijke hoofdpersoon Jan Stront stuurt de dialogen, dwingt de vrouwen tot bekentenissen over hun seksualiteit en onderbreekt hen wanneer het hem uitkomt. De man domineert het gesprek over seksualiteit in de verhaalwereld en heeft meer macht dan vrouwen. In de zeventiende eeuw werden seksuele handelingen van vrouwen buiten het huwelijk om gezien als verdacht en moreel onacceptabel. Mannen werden juist aangemoedigd om een vrijer seksueel leven te leiden. Deze asymmetrische gendernormen komen ook naar voren in de roman. Jan leeft een seksueel actief leven, terwijl Jacoba, de enige vrouw die geen prostituee is, haar maagdelijkheid moet bewaren om geloofwaardiger en serieuzer over te komen. De prostituees in het verhaal worden afgebeeld als wellustige types die een seksuele en morele grens passeren. Zij praten alleen maar over seksualiteit.
De vrouw als ‘lustobject’
In 2024 kregen ruim 1,7 miljoen mensen, vooral vrouwen, van 16 jaar of ouder te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag. De laatste jaren probeert de overheid dit probleem aan te pakken met nieuwe wetten en reclameboodschappen.
Hoewel seksueel grensoverschrijdend gedrag vaak als een hedendaags probleem wordt gezien, toont de negentiende-eeuwse literatuur aan dat het toentertijd ook al voorkwam. In de negentiende-eeuwse tekst “XI Flanor” van Johannes Kneppelhout houdt de hoofdpersoon Flanor zich uitsluitend bezig met seksueel plezier en niet met de grenzen van de vrouw. Hij raakt vrouwen aan zonder dat zij dat willen en als ze zich verzetten, gebruikt hij geweld om zijn zin te krijgen. Tijdens de seksuele handelingen functioneert Flanor als een actief subject en de passieve vrouw als het ‘lustobject’ van de man:
Telkens als hij de meid te lijf wilde, trachtte zij zich, slaande of knijpende, los te rukken en draaide zich dan regts dan links zoo veel haar dit Flanors armen toelieten, maar nu pakte hij haar toch zoo stevig beet en drukte haar zoo krachtig tegen zich aan, dat het niet ver van eene worsteling bleef.
Steeds meer verzet
Vandaag de dag spreken steeds meer mensen zich uit tegen traditionele genderrollen. In de roman Ik ga leven van Lale Gül verzet de hoofdpersoon zich tegen de dominante (mannelijke) norm door op furieuze toon kritische vragen te stellen: ‘Moet ik dan vervolgens in een huwelijk treden waar alle seks uit is geramd nog voordat het begonnen is, omdat mijn verwekkers een volstrekt humorloze, bloedeloze en Koranvaste lul voor mij hebben uitgekozen…’
In het gedicht Bruid van Radna Fabias ontstaat het verzet juist van binnenuit. De protagonist voelt de druk van buitenaf om te trouwen en kinderen te krijgen, maar in haar gedachten verzet ze zich tegen die normen: “Ik droeg geen bh en schaamde me voor de tepelafdrukken in mijn leugen. In mijn witte witte leugen van een bruidsjurk.” De bruidsjurk staat niet centraal voor de liefde, maar voor het huwelijk dat een leugen is, omdat de ik-figuur geen gevoelens heeft voor haar uitgekozen huwelijkspartner. Ze voelt de druk van de mensen om haar heen om het huwelijk voort te zetten, maar van binnen groeit verzet. Dat doet ze door geen bh te dragen, waardoor haar tepels zichtbaar zijn in de bruidsjurk. Tepelafdrukken in kleding worden vaak als iets seksueels gezien, wat botst met het traditionele ideaalbeeld van het huwelijk. Tegelijkertijd durft de ik-persoon haar verzet niet volledig te tonen, want ze schaamt zich voor haar tepelafdrukken.
Wie dus goed naar literatuur kijkt, ziet hoe de thema’s die ons nu bezighouden al eeuwenlang in verhalen opduiken. Het is aan de toekomstige studenten Nederlands om te onderzoeken hoe deze gendernormen in de literatuur zich verder ontwikkelen en hoe vrouwen steeds meer als subject naar voren treden.
Meer lezen van Pien? Ze schreef eerder een blog over hoe kinderen taal leren met haar neefje en nichtje in de hoofdrollen.
