Skip to ContentSkip to Navigation
About usFaculty of Behavioural and Social SciencesLerarenopleidingOnderwijsaanbod

Master Educatie (tweejarig)

Masteraanbod

Programma lerarenopleidingsgedeelte

Toelaatbaarheid

Gelijk na je bachelor kun je beginnen aan de tweejarige master Educatie (120 ECTS). Hierin volg je 60 ECTS die te maken hebben met je vakgebied, en 60 ECTS bij de Lerarenopleiding. Klik op je vak voor meer info over het programma en om je in te schrijven!

Heb je al een master in je vakgebied afgerond? Kijk dan naar de eenjarige master LVHO.

Masteraanbod

Educatie in de Taal- en Cultuurwetenschappen, tracks:

Educatie in de Mens- en Maatschappijwetenschappen, tracks:
Educatie en Communicatie in de Bètawetenschappen

Programma lerarenopleidingsgedeelte

In de master Educatie volg je 60 EC aan vakken bij de faculteit waar je schoolvak thuishoort. Zie voor het specifieke programma van jouw track de links hierboven. De andere 60 EC volg je bij de Lerarenopleiding (onderdeel van de Faculteit GMW; daar sta je ook ingeschreven). Dit lerarenopleidingsgedeelte is inhoudelijk identiek aan de eenjarige master LVHO; in de master Educatie volg je de vakken Basiscursus en Masterstage 1 echter al in het eerste studiejaar. Hieronder vind je een overzicht van het lerarenopleidingsgedeelte; voor meer informatie, zie Ocasys, de vakkencatalogus van de RUG.

Bij dit vak doe je basale kennis en vaardigheden op over het beroep als (vak)docent. Je volgt hoorcolleges en neemt deel aan werkgroepbijeenkomsten. Je leert hoe je een les moet plannen en evalueren, je traint in het geven van deellessen, leert wat het betekent om voor een groep pubers te staan en wat hen motiveert, wat het belang is van een veilig leerklimaat. Je krijgt opdrachten mee die je uitvoert in de onderwijspraktijk (je eerste stage, Masterstage 1), leert hoe je gegevens verzamelt over die onderwijspraktijk (observaties, interviews, leerlingvragenlijsten) en hoe je die vanuit de theorie kunt analyseren om je eigen ontwikkeling te sturen. Je oriënteert je daarmee op alles wat je tijdens het vervolg van de opleiding te wachten staat en bouwt een beeld op van jouw geschiktheid voor dat vervolg.

Je loopt stage op een school voor voortgezet onderwijs (in de regel twee dagen per week) onder begeleiding van een vakcoach. Je verricht observaties, interviewt leerlingen, bereidt (deel)lessen voor, geeft ze en bespreekt ze na met je coach. Je verzamelt informatie en feedback over de kwaliteit van je handelen (o.a. door de afname van een leerlingenquête), rapporteert daarover en over je ervaringen in een stageverslag. Je oriënteert je daarmee op het leraarschap en leert hoe je in de context van de school onderzoekend kunt werken aan het sturen van je ontwikkeling. In de context van je stage voer je daarnaast opdrachten uit in het kader van de Basiscursus.

De colleges, werkgroepbijeenkomsten en opdrachten staan in het teken van het verder werken aan het (vak)didactisch handelen in de klas en dienen ter voorbereiding op en ondersteuning van het onderdeel Masterstage 2.
Bij dit onderdeel krijg je – voortbordurend op de basiskennis uit de Basiscursus – kennis over classroom management, algemene didactiek en vakdidactiek. Belangrijke onderwerpen zijn: een veilig leerklimaat, persoonlijk contact en begeleiding van leerlingen, interactie met de klas, leerlingen activeren en motiveren en zicht houden op leerprocessen. In werkgroepen ga je na hoe je bepaalde theoretische inzichten kunt vertalen in (vak)didactische ontwerp- en beoordelingsprincipes en hoe deze toe te passen.

De colleges en opdrachten staan in het teken van het verder werken aan het (vak)didactisch handelen in de klas en aan het functioneren als docent in een schoolorganisatie. De colleges en opdrachten dienen ter voorbereiding op en ondersteuning van het onderdeel Masterstage 3. Bij dit onderdeel oefen je met het activeren en motiveren van leerlingen, je leert doelgericht te werken en je houdt je bezig met toetsing als middel om na te gaan wat leerlingen hebben geleerd. Je leert om beter inzicht te krijgen in het leerproces van leerlingen en dit zichtbaar te maken, door ze bijvoorbeeld hardop te laten denken. Belangrijke onderwerpen zijn: activeren en motiveren van leerlingen, doelgericht werken, toetsing, leerstrategieën en het ontwikkelen van een visie op onderwijs.

Tijdens Masterstage 2 word je in toenemende mate verantwoordelijk voor het onderwijs aan ‘eigen’ klassen. Waar je in Masterstage 1 de basale beginselen van het leraarsberoep hebt geoefend, wordt na afloop van Masterstage 2 van je verwacht dat je die beheerst. De toenemende verantwoordelijkheid komt o.m. tot uiting in het feit dat je vakcoach slechts sporadisch aanwezig is in de klas. Je vakdidacticus bezoekt tenminste een les tijdens deze stage.
Net als in Masterstage 1 verzamel je tijdens deze stage gericht informatie over de kwaliteit van wat je doet, o.a. door lessen te laten observeren (door coach en vakdidacticus), door gericht op zoek te gaan naar feedback en door naar leerlingoordelen te vragen. Die gegevens analyseer je en op grond daarvan maak je een (met theoretische inzichten onderbouwd) ontwikkelplan.

Binnen de pedagogiek staat de ontwikkeling en opvoeding van kinderen en jongeren centraal en de manieren waarop contexten zoals o.a. thuis en school daarop invloed uitoefenen. Tijdens de hoor- en werkcolleges focussen we ons in het vak Pedagogiek op de invloed van onderwijs op de brede ontwikkeling van jongeren. We gaan kijken naar opvattingen over doelen van onderwijs, de pedagogische taak van de docent, de (morele) vorming van leerlingen en passen dit toe op actuele onderwijsdiscussies over bijvoorbeeld projectonderwijs, gepersonaliseerd leren en 21ste eeuwse vaardigheden. Daarnaast staan we stil bij de ontwikkeling van kinderen en jongeren vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief: hoe kunnen we het leren en welzijn van schoolgaande jeugd begrijpen vanuit wat we weten over bijvoorbeeld morele ontwikkeling, zelfbeeld en motivatie? Wat doen we in de klas met opvallend gedrag? Wat zijn symptomen van veel voorkomende leer- en gedragsproblemen?

Masterstage 3 loop je in de regel op dezelfde school als Masterstage 2. Je bouwt voort op je ervaringen tijdens Masterstage 2 en wordt in de gelegenheid gesteld om meer te gaan experimenteren met werkvormen en door jezelf ontwikkelde leermiddelen. Je zult ontdekken dat je bepaalde voorkeuren hebt voor de wijze waarop je les geeft en je ontwikkelt een eigen stijl van lesgeven. Je brengt de inzichten opgedaan bij de onderdelen Vakdidactiek 2 en 3 en Pedagogiek in de praktijk, terwijl je onderwijspraktijk ook onderwerp is van onderzoek.

Tijdens Masterstage 3 maak je de onderzoekscyclus rond je eigen professionele ontwikkeling rond. Je verricht opnieuw een meting naar de stand van zaken rond je professionele ontwikkeling (maakt daarbij opnieuw gebruik van gegevens uit een opnieuw af te nemen leerling enquête en observaties door je coach), analyseert deze (mede op grond van theoretisch inzicht) en doet verslag van de uitkomsten daarvan en van de mate waarin je je oorspronkelijke plan (zie Masterstage 2) gerealiseerd hebt.

Met de kennis die je in de funderende fase van de opleiding hebt opgedaan ga je bij dit onderdeel verder de diepte in. Je gaat onderzoek doen naar het effect van je onderwijs op het leren van leerlingen, naar wat een les (jouw les) effectief maakt en hoe je daaraan bij kunt dragen en hoe je op basis van dat onderzoek je onderwijs kunt verbeteren. De methode die we daarvoor gebruiken is de Lesson Study. Je wordt daarop voorbereid tijdens (werk)colleges, je ontvangt groepsgewijze begeleiding en je gaat het geleerde onder begeleiding toepassen in de onderwijspraktijk.

Parallel aan wat er van je verwacht wordt tijdens Masterstage 3 worden tijdens de hoor- en werkcolleges thema’s behandeld die je helpen in je (vak)onderwijs recht te doen aan verschillen tussen leerlingen (differentiatie), inzicht te krijgen in welke psychologische processen het leren van leerlingen sturen (metacognitie) en hoe je daarop in kunt spelen (aansturen van executieve vaardigheden en leerstrategieën). Daarnaast maak je kennis met de voor jouw vak relevante nieuwe of ontwikkelingen en specifieke (of juist vakoverstijgende) didactieken. Wat daar gebeurt en op welke wijze verschilt uiteraard per schoolvak en vindt in sommige gevallen vakoverstijgend plaats.

Toelaatbaarheid

Of je toelaatbaar bent tot de opleiding kun je controleren op de opleidingspagina's van de afzonderlijke tracks onder 'Toelatingseisen'. Het overzicht van opleidingspagina's vind je hierboven. Weet je niet zeker of je de juiste vooropleiding hebt? Neem dan contact op met de Toelatingscommissie van de Lerarenopleiding op toelatingscommissie.lerarenopleiding@rug.nl.

Ben je toelaatbaar?

Laatst gewijzigd:02 april 2019 15:22