Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningenfounded in 1614  -  top 100 university
Alumni Steun onderzoek en onderwijs Groninger Universiteitsfonds Gratama Stichting Gratama Subsidies Subsidierondes

Subsidieronde 2023

Gratama Stichting uitslag ronde 2023

Faculteit der Letteren

Dr. R.W.K. (Werner) Distler, Assistant professor

Archieven van Vrede en Conflict (Hidden Archives of Peace and Conflict) €14.653

Officiële archieven van staten en internationale organisaties zijn belangrijke onderzoekslocaties voor international relations (Lobo-Guerrero & van’t Groenewout 2016), in het bijzonder over conflicten, geweld en vrede (Balcells & Sullivan 2018). Dit zijn, zogezegd, de woonplaatsen van onze individuele, institutionele en collectieve herinneringen (Cox 2012). Deze herinneringen kunnen een beslissende rol spelen bij het ondersteunen van een vreedzame toekomst in samenlevingen, waarbij archieven functioneren als democratische ruimten (Jones & Oliveira 2016), door kennis en debatten toegankelijk te maken voor een breder publiek.

Documenten en andere relevante kennisbronnen over conflicten en oorlog worden vaal bewaard in afgelegen of particuliere ruimten van individuele en collectieve niet-overheidsactoren (politieke partijen, milities, verzetsbewegingen, bronnen van sociale bewegingen en niet-gouvernementele organisaties), of van het internationale personeel dat deelneemt aan internationale vredesopbouwmissies van de Verenigde Naties, en vele gaan verloren. Als actoren in of na conflictsituaties besluiten hun bronnen te verbergen, kunnen collecties daaronder lijden - of helemaal verdwijnen. Slechts in enkele gevallen schenken voormalige VN-medewerkers hun bezittingen aan bibliotheken, de meesten bewaren ze in particuliere collecties. Deze personen fungeren dan als de enige poortwachters. Het gebrek aan toegang tot deze belangrijke bronnen is een verlies voor het academisch onderzoek en voor de betrokken samenlevingen (Leyh 2020).

Om te voorkomen dat er nog meer archieven verloren gaan, moeten er dringend maatregelen worden genomen voor toegang en bewaring. Het baanbrekende project "Verborgen Archieven van Vrede en Conflict" (vier maanden, september - december 2023) aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen zal zich richten op verborgen archieven in twee verschillende projectonderdelen. Een internationale workshop in december 2023 zal academische deskundigen van Internationale Betrekkingen, Vredes- en Conflictstudies, archivarissen en bibliothecarissen in Groningen samenbrengen. Zij zullen met vereende krachten het thema verborgen archieven op de agenda zetten. Her doel zal een gemeenschappelijke publicatie over de workshop zijn in een internationaal tijdschrift (e.g. Journal of Contemporary Archival Studies of Cooperation & Conflict), waarin we de uitdagingen van verborgen archieven in het internationale debat verder benadrukken en de RUG tot een zichtbaar expertisecentrum over dit onderwerp te maken.

De tweede component van dit project is de inhoudelijke analyse van een privé-verzameling van een voormalige VN-functionaris (“Daxner Collection”, september - december 2023) van de VN-missie in Kosovo, in het bezit van de hoofdonderzoeker, door een student-assistent. Het betrekken van deze privé-collectie bij dit onderzoek biedt een unieke kans om inzicht te krijgen in de uitdagingen van het werken met particulier geselecteerd materiaal. De student-assistent zal a) een structurerende inhoudsanalyse uitvoeren (identificeren van thema's, processen, beslissingen, september - oktober 2023), b) kleine samenvattende rapporten over de thema's schrijven (november 2023), en c) relevante documenten digitaliseren (december 2023). Dit resulteert in een tweede publicatie van de hoofdonderzoeker en de student-assistent over het werk met de collectie (2024).

Met haar prominente aandacht voor historische IR, bijvoorbeeld bij de leerstoelgroep Geschiedenis en Theorie van de Internationale Betrekkingen van de Faculteit der Letteren, waaraan de projectaanvrager is verbonden, biedt deze faculteit een uitstekende omgeving om het debat te leiden en vorm te geven. Met twee zeer verschillende overdrachts- en datagerichte componenten komt dit project niet in aanmerking voor financiering van fundamenteel onderzoek maar dit project vormt een opstap naar een groter project waarvoor Nederlandse en / of Europese financiering zal worden aangevraagd. Met steun van de Gratama Stichting wordt een belangrijk en maatschappelijk relevant vraagstuk zichtbaar in Groningen gepositioneerd.

Faculteit Medische Wetenschappen/UMCG

R. Verhoeven, MSc

Laparotomie of comfort care: ontwikkeling van keuzehulp voor ouders van patienten met necrotiserende enterocolitis €20.659

Necrotiserende enterocolitis (NEC) is één van de meest ernstige ziektes die op kan treden op de neonatale intensive care. NEC is een ernstige darmontsteking die in zeer korte tijd kan leiden tot sterfte van het meestal (veel) te vroeg geboren kind. Circa 40% van de kinderen met NEC wordt geopereerd, waarvan ongeveer 50% overlijdt. Overleving na operatie gaat in ~70% gepaard met langetermijn complicaties zoals het kortedarmsyndroom of cognitieve en/of motorische ontwikkelingsachterstand. Vanwege de hoge sterfte en vaak ernstige langetermijn complicaties ontstaat bij ouders en behandelaar regelmatig de vraag of een dergelijke operatie nog wel in het belang is van het kind, of dat het wellicht beter is om in die specifieke situatie te kiezen voor “comfort care”, een behandeling waarbij de focus ligt op pijnverlichting en comfort in een situatie waarbij het kind zeker komt te overlijden.

Voor ouders is dit een zeer belastende keuze, die ook nog eens in een acuut stadium gemaakt moet worden. Het is voor hen een vrijwel onmogelijke opgave om de factoren die een rol kunnen spelen in deze keuze goed te kunnen wegen, en om de gevolgen te overzien. Om ouders hierbij te helpen willen wij samen met de patiëntenvereniging Care4Neo een online keuzehulp ontwikkelen. Met deze keuzehulp krijgen ouders advies van experts op basis van hun persoonlijke belangen en overtuigingen en de situatie van hun kind. Voor het onderzoek naar en de ontwikkeling van deze keuzehulp vragen wij nu deze subsidie aan.

Voor het opzetten van de keuzehulp willen wij gebruik maken van de zogeheten “Q-methodologie”, een methode waarmee belangen en overtuigingen van ouders in kaart kunnen worden gebracht door middel van het vergelijken van stellingen. Om dit te kunnen realiseren moet er eerst een experiment worden uitgevoerd om de belangen en overtuigingen te destilleren en ze in context te brengen met de mogelijke situaties van de patiënten. Daarna willen wij met deze kennis een online tool ontwikkelen die door de ouders gebruikt kan worden voor ondersteuning in deze vreselijke keuze. Door ouders deze ondersteuning te bieden kunnen wij hen helpen een meer afgewogen keuze te maken in deze emotioneel zeer geladen situatie.

Naast NEC zijn er nog vele andere ziektebeelden waarbij de belangen en waarden van de ouders een grote rol spelen bij de beslissing wel of niet de curatieve behandeling voort te zetten. Om die reden is de opzet van deze tool tevens een “proof of concept” voor andere dilemma’s waarbij de ouders zo’n belangrijke keuze moeten maken voor hun kind. Met keuzehulpen als deze hopen wij een persoonlijk advies te kunnen geven om vaak de toch al beladen situatie voor de ouders net iets makkelijker te maken.

Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Dr. Paulien de Winter

Versterking van de menselijke maat bij handhaving van de sociale zekerheidswetgeving €18.072

Opvattingen van sociaal rechercheurs over de moeilijkheden en mogelijkheden van de Fraudewet

De Toeslagenaffaire bij de Belastingdienst veroorzaakte een schokgolf in Nederland. De algemene con-clusie van deze affaire is dat de menselijke maat ver te zoeken was bij handhaving van regelgeving en dat burgers daarvan de dupe zijn geworden. Eén van de reacties op deze conclusie is het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid (februari 2023). Dit wetsvoorstel gaat over de herijking van het handha-vingsinstrumentarium en heeft directe gevolgen voor gemeenten bij de uitvoering van de handha-vingstaken binnen de Participatiewet. In het wetsvoorstel wordt meer ruimte geboden om aan te slui-ten bij de persoonlijke omstandigheden van burgers.

Handhaving van de sociale zekerheid is in Nederland in de voorgaande jaren steeds repressie-ver geworden. De verplichtingen voor uitkeringsgerechtigden zijn talrijk, toezicht is streng en de sanc-ties zijn ingrijpend. Sinds de invoering van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, beter bekend als de Fraudewet, staat deze wijze van handhaving ter discussie. Vanuit de politiek is er een sterke roep voor de menselijke maat. Ook beleidsmakers zijn hiermee druk aan de slag, zoals de wetswijziging laat zien. De stem van de uitvoerders, in dit geval de sociaal rechercheurs, horen we echter nauwelijks. Dat is opvallend omdat een uitvoeringspraktijk waarbij de menselijke maat bij handhaving van de Fraudewet centraal staat, alleen mogelijk is als uitvoerders betrokken wor-den. Dit onderzoek is een verkenning van de moeilijkheden en mogelijkheden die sociaal rechercheurs ervaren bij het handhaven van de Fraudewet.

De vraag die centraal staat in dit onderzoek is: Hoe kan de menselijke maat volgens sociaal re-chercheurs bij handhaving van de Fraudewet in de uitvoeringspraktijk versterkt worden? Deze vraag beantwoord ik aan de hand van actieonderzoek dat bestaat uit drie fasen: een groepsgesprek met sociaal rechercheurs, een vragenlijst uitgezet onder alle sociaal rechercheurs en een aantal verdie-pende interviews met sociaal rechercheurs. Naast dat ik een algemeen beeld schets van de sociale recherche, ga ik in op opvattingen van sociaal rechercheurs over de moeilijkheden en mogelijkheden met de menselijke maat bij de handhaving van de Fraudewet. Ook bespreek ik met de sociaal recher-cheurs hoe zij denken over de voorgestelde wetswijziging. Tot slot trek ik lessen uit en geef ik aanbe-velingen op basis van dit onderzoek voor beleidsmakers en de uitvoeringspraktijk.

De eindproducten van dit onderzoek zijn een toegankelijk onderzoeksrapport in de vorm van een boek, een podcast waarin sociaal rechercheurs en experts met elkaar in gesprek gaan en een na-tionaal symposium waarbij ik de onderzoeksresultaten deel en bespreek met uitvoerders, beleidsma-kers en experts. Dit onderzoek wordt ondersteund door de faculteit Rechtsgeleerdheid en de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde. In mijn promotieonderzoek heb ik onderzocht hoe uit-voerende medewerkers van gemeenten en UWV Werkbedrijven de verplichtingen in de Participatie-wet en de Werkloosheidswet handhaven. Ik heb door mijn eerdere onderzoek en vanwege de (pu-blieke) interesse in mijn resultaten een groot netwerk binnen de sociale zekerheid in Nederland. Daar-naast is de Stichting Landelijk Contact Sociaal Rechercheurs enthousiast over het onderzoek en zij zijn bereid om mee te denken en de vragenlijst landelijk te verspreiden onder alle sociaal rechercheurs.

Faculteit der Letteren

Dr. Eske van Gils

Autoritaire en democratische weerbaarheid: relaties tussen de Europese Unie en Turkmenistan € 5.500

Al enige tijd bestaat er in Europa vrees voor de groeiende invloed van autoritaire regimes op democratieën en de internationale Liberale wereldorde. Ook in Nederland is er een politiek debat gaande over de toenemende invloed van hybride en ondemocratische staten. De wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp is eenduidig dat er een groeiende macht is van autoritaire regimes, en dat deze zich ook verzetten tegen de promotie van Westerse normen, maar niet hoe.

Er is al veel onderzoek gedaan naar Rusland en China, die de leiding nemen in deze nieuwe ‘autoritaire wereldorde’ en de Liberale normen zoals democratie en mensenrechten openlijk uitdagen. Minder onderzoek is gedaan naar kleinere staten, die niettemin erg belangrijk kunnen zijn in het begrijpen van de uitdagingen voor democratische weerbaarheid. Vooral in deze groep landen kunnen we zien dat de autoritaire overheden gebruik maken van subtielere vormen van verzet tegen Liberale waarden. Een deel van die strategie, die dit project verder onderzoekt, is om juist samen te werken met democratische staten, en zodoende de externe druk tot democratische verandering om te buigen in een vorm van coöperatie die het ondemocratische regime verder kan versterken in plaats van verzwakken.

Empirische data over de eigenlijke invloed van autoritaire regimes, en de beleidsmechanismen die ze gebruiken om democratiserende druk af te wenden, is echter beperkt. Deze studie hoopt daar een bijdrage aan te kunnen leveren. Het project richt zich specifiek op Turkmenistan, een staat met een sterk repressief regime waar tot nu toe weinig onderzoek naar verricht is. De Europese Unie heeft in afgelopen jaren de deur naar verdere samenwerking met de Turkmeense regering opengezet, vooral in het licht van een nieuwe aardgaspijpleiding. Maar met handelsrelaties komen ook andere kwesties ter sprake, bijvoorbeeld de noodzaak, of juist de onmacht, om in deze betrekkingen ook waarden zoals democratie en mensenrechten onder de aandacht te brengen. Het is daarom van belang om beter inzicht te krijgen in de manieren waarop het regime handelt, evenals hoe Europese landen hun beleid aangaande democratie en mensenrechten daarop kunnen aanpassen.

De studie hoopt een empirische en theoretische bijdrage te leveren, en kan mogelijk ook tot beleidsaanbevelingen leiden.

Faculteit Medische Wetenschappen

Renske Linstra, MSc

Checkpoint²: Therapeutic Targeting of cell cycle checkpoints to boost the effects of immune checkpoint inhibitors in cancer treatment €16.500

Achtergrond:
Immuuntherapie is een effectieve methode gebleken om patienten met kanker mee te behandelen.Immunotherapie remt zogenaamde ‘immuun checkpoints’. Deze ‘checkpoints’ zijn controle mechanismen die ervoor zorgen dat onder ons immuun systeem onder normale omstandigheden in toom gehouden wordt. Wanneer deze immuun checkpoints therapeutisch geremd worden, wordt ons immuunsysteem wat meer actief en kan het immuunsysteem kankercellen beter herkennen en opruimen.

In de afgelopen jaren is gebleken dat immuuntherapie erg effectief kan zijn. Bij verschillende tumortypes levert immuuntherapie langdurige effecten op, in sommige gevallen zelfs genezing. Deze effecten worden gezien in tumortypes die tot voor kort slecht behandelbaar waren. Helaas werkt immuuntherapie niet bij alle patienten met kanker. Het is op dit moment nog niet goed duidelijk waarom het in sommige patienten wel en in andere patienten niet werkt. Een van de factoren die in verband is gebracht met een goede respons op immuuntherapie is de aanwezigheid van een ontstekingsreactie in tumoren.

Recent hebben we ontdekt dat hoe we een ontstekingsreactie kunnen veroorzaken in tumorcellen. Tumorcellen hebben namelijk nog een ander soort checkpoint: het celdelings checkpoint. Dit controle mechanisme zorgt ervoor dat de celdeling ordelijk verloopt. Als deze celdelingscheckpoint worden geinactiveerd met behulp van experimentele medicijnen dan ondergaan tumorcellen een zeer slordige celdeling, wat vervolgens resulteert in een ontstekingsreactie.

Doel van dit project:
In dit translationele project willen we onderzoeken of we celdelingscheckpoints therapeutisch kunnen aangrijpen om kankerbehandeling met immuuntherapie te potentieren.

Plan van aanpak:
- We zullen onderzoeken hoe en welke celdelingscheckpoints we moeten inactiveren om zo efficient mogelijk een ontstekingsreactie in tumorcellen kunnen opwekken.
- We zullen onderzoeken of het inactiveren van celdelingscheckpoints leidt tot de activatie van immuun cellen
- We zullen testen of gecombineerde behandeling van remmers van celdelingscheckpoints en remmers van immuuncheckpoints leidt tot betere opruiming van tumorcellen

Verwachtte impact:
Immuuntherapie is een effectieve methode gebleken om patienten met kanker mee te behandelen, maar werkt slechts in een deel van de patienten. Middelen die immuun therapie effectief kunnen maken voor een grotere groep patienten met kanker zal een grote maatschappelijke impact hebben. We verwachten dat dit project inzicht oplevert of een gecombineerde behandeling samen met celdelingscheckpoint remmers leidt tot verbeterde response op immuun-checkpoint therapie.

Door het GUF gefinancieerd:

Faculteit Medische Wetenschappen

Dr. Arno Bourgonje

Ontrafeling van het anyilichaamrepertoire van patiënten met IgG4-gerelateerde ziekte €25.000

IgG4-gerelateerde ziekte is een zeldzame auto-immuunziekte waarbij veelal verhoogde concentraties van zogenaamde IgG4-antilichamen in het bloed en in aangedane organen worden aangetroffen. Antilichamen zijn eiwitten in het menselijk lichaam die in staat zijn om lichaamsvreemde moleculen (bijvoorbeeld bacteriën) te herkennen en onschadelijk te maken. Deze kunnen zich in sommige gevallen echter ook richten tegen lichaamseigen moleculen, een fenomeen wat gezien wordt bij autoimmuunziekten.

zoals IgG4-gerelateerde ziekte. Deze ziekte wordt gekenmerkt door chronische ontsteking in verschillende organen, met name de lever, galwegen en alvleesklier, leidend tot symptomen zoals geelzucht, heftige jeuk en gewichtsverlies. De diagnose van IgG4-gerelateerde ziekte is zeer lastig te stellen, omdat het klachtenpatroon, de bloeduitslagen en radiologische beeldvorming veel lijkt op die van andere auto-immuunziekten (zoals primair scleroserende cholangitis, PSC) en bepaalde vormen van kanker (zoals galweg- en alvleesklierkanker). Hierdoor wordt bij ongeveer 10-15% de diagnose pas gesteld na een grote operatie van de alvleesklier of lever.

Zodra de diagnose is gesteld, wordt de ziekte behandeld middels ontstekingsremmende medicijnen. Deze medicijnen slaan echter maar bij een kleine groep patiënten goed aan en kunnen de ziekte niet direct genezen. De reactie op de behandeling is verder erg lastig te voorspellen. Daarnaast hebben patiënten met IgG4-gerelateerde ziekte een verhoogd risico op de ontwikkeling van ernstige complicaties zoals verlittekening van de lever (levercirrose).

IgG4-gerelateerde ziekte is daarmee een complexe, heterogene en onvoorspelbare aandoening. De oorzaak van IgG4-gerelateerde ziekte is vooralsnog onbekend, maar een bestaande hypothese is dat een bepaalde trigger in het immuunsysteem aanleiding geeft tot afwijkende antilichaamreacties, die vervolgens ontsteking en orgaanschade kunnen veroorzaken. Ondanks dat IgG4-antilichamen een belangrijke rol lijken te spelen, komen deze antilichamen bij lang niet alle patiënten in verhoogde concentraties voor. Het is daarom van groot belang om andere markers te vinden die specifiek zijn voor IgG4-gerelateerde ziekte, zodat de diagnose beter gesteld kan worden. Daarnaast zegt de hoogte van het IgG4 in het bloed niets over welke medicijnen het beste zullen gaan werken en hoe de ziekte zich gaat gedragen. Het identificeren van specifieke antilichaamreacties voor IgG4-gerelateerde ziekte zou zowel het stellen van de diagnose als het kiezen en voorspellen van de meest nuttige behandeling van patiënten sterk kunnen verbeteren. Uiteindelijk zou hiermee de kans op ziekteprogressie en de ontwikkeling van complicaties zoals levercirrose ook beter voorspeld en hopelijk voorkomen kunnen worden.

Om deze redenen zou het in kaart brengen van specifieke antilichaamreacties van patiënten met IgG4-gerelateerde ziekte enorm kunnen helpen. Enkele jaren geleden is een revolutionaire en innovatieve laboratoriumtechniek beschikbaar gekomen waarmee op zeer gedetailleerde en systematische wijze en op zeer grote schaal het menselijk antilichaamrepertoire in kaart kan worden gebracht. Deze techniek staat bekend als bacteriofaag-geïntegreerde immuunprecipitatie sequencing (Engels: phage-display immunoprecipitation sequencing, afgekort als PhIP-Seq). Recentelijk is deze technologie succesvol toegepast bij auto-immuunziekten zoals multiple sclerose (MS) en chronische darmontstekingsziekten (zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa), waarbij nieuwe specifieke antilichaamreacties zijn ontdekt. Ook bij IgG4-gerelateerde ziekte zouden nieuwe antilichamen als markers gebruikt kunnen worden om de diagnostiek, behandeling en het voorspellen van het ziektebeloop te verbeteren. Een beter begrip van specifieke antilichaamreacties bij IgG4-gerelateerde ziekte zou ook kunnen bijdragen aan het ophelderen van de ontstaanswijze van de ziekte, waarmee op termijn ook nieuwe aangrijpingspunten voor behandeling ontdekt zouden kunnen worden.

Laatst gewijzigd:16 januari 2026 11:48