Skip to ContentSkip to Navigation
About usFaculty of PhilosophyEducationThesis summaries

Seelen, M.M.G.

Vakgroep Theoretische Filosofie

Over Normatieve Implicaties van Conceptuele Analyse

Een van de meest typerende filosofische vragen zijn vragen van de vorm “Wat is x?”: “Wat is het goede?”, “Wat is zijn?”, “Wat is kennis?”. Wanneer we deze vragen opvatten als vragen naar de betekenis van een woord, zijn er sterke argumenten aan te dragen dat er geen definitieve of ultieme antwoorden op deze vragen te formuleren zijn. De regels voor de toepassing van een woord kunnen veranderen, terwijl we nog steeds kunnen spreken over de toepassing van hetzelfde woord. Afgezien van het feit dat dit een vaak gehoorde kritiek op de filosofie lijkt te bevestigen –de filosofie lijkt niet in staat om tot vaststaande resultaten te komen– heeft het ook consequenties voor een bepaalde manier van argumenteren. Vaak willen we met een antwoord op de vraag “Wat is x?” een bepaald gebruik van de term ‘x’ bekritiseren. Iemand noemt de psychologie een wetenschap. Maar, zo vragen we ons af: ‘Wat is wetenschap?’, –en willen zo bepalen of de psychologie er wel of niet onder valt. Iemand noemt Hitler moedig. Maar we vragen: ‘Wat is het om moedig te zijn?’, –zodat we kunnen bepalen of Hitler inderdaad deze deugd toekomt. Iemand zegt dat representaties een functionele rol spelen in de hersenen. Maar we kunnen vragen: ‘Wat zijn representaties?’, –en zo wellicht bepalen of er überhaupt wel representaties in het brein zijn. Als de vraag “Wat is x?” geen definitieve of vaststaande antwoorden toelaat, kunnen we dit soort antwoorden niet gebruiken om op deze manier het gebruik van een bepaald woord te beoordelen. Deze antwoorden verliezen hun normatieve rol.

In mijn scriptie stel ik een beschouwingswijze voor die recht doet aan het inzicht dat de betekenis van een woord geen absoluut gegeven is, maar uit het oogpunt waarvan de resultaten van conceptuele analyse –antwoorden op de vraag “Wat is x?”– hun normatieve status kunnen behouden. In plaats van de vraag “Wat is x?” te beschouwen als uitdrukking van zowel onze staat van onwetendheid als het verlangen ons daarvan te ontdoen, moeten we deze vraag dialectisch begrijpen, als een zet of handeling in een conversatie. Het is vooraleerst een vraag die gesteld wordt aan iemand binnen de context van een specifieke conversatie en hetzelfde geld voor het poneren van een antwoord op deze vraag. Alleen als de proponent van een claim betreffende ‘x’ zich in de dialoog verder vastlegt op bepaalde punten, en alleen als het geponeerde antwoord op de “Wat is x?”-vraag aan zekere dialectische eisen in de discussie voldoet, kan dit antwoord komen te functioneren als een norm waaraan de proponent van de claim onderworpen is. In mijn scriptie ontwikkel ik een model dat deze dialectische voorwaarden in detail beschrijft en laat zien hoe ze volstaan om een antwoord op de “Wat is x?”-vraag te laten functioneren als norm. Hoewel ik door de toepassing ervan aantoon dat dit model zeker waarde heeft bij de beoordeling van argumentatie en zelfs gebruikt kan worden om argumenten te construeren, is het vooral de dialectische beschouwingswijze van de “Wat is x?”-vraag die centraal staat in mijn scriptie en waarvoor het ontwikkelde model zelf slechts geldt als argumentatie, dat deze beschouwingswijze zowel vruchtbaar als noodzakelijk is.

Last modified:24 September 2018 12.33 p.m.