Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Fleurke, J.P.

Vakgroep Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie

Kritiek en Verheffing.

Bildung als antwoord op een fundamentele maatschappijkritiek

Het begrip Bildung is weer in zwang: er is een speciale Bildungsacademie, minister Bussemaker van onderwijs riep op tot meer aandacht voor Bildung in het onderwijs, er worden Bildungsevents georganiseerd enzovoort. Bildung heeft in de genoemde voorbeelden vaak een antagonistisch karakter: tegenover rendement- en efficiencydenken (in het onderwijs) wordt Bildung geplaatst. Studenten zouden geoefend moeten worden in maatschappelijke betrokkenheid en burgerschap, en niet zoals nu het geval is, zo snel mogelijk door het onderwijscurriculum dat vooral op de professie is gericht heen getrokken moeten worden. Het is de vraag of het begrip Bildung in deze oppositie voldoende recht gedaan wordt. In de discussie die over meer Bildung gevoerd wordt is het interessant dat zowel voor- als tegenstanders van meer Bildung hun standpunt betrekken op het individu in samenhang tot zijn omgeving (zonder daarover expliciet te zijn). Zoals het nu geregeld is, gaat het niet langer, zegt de voorstander van meer Bildung. Bildung beoogt dan ook iets bij het individu tot stand te brengen, opdat zijn omgeving veranderen zou. Maar hoe is die omgeving filosofisch te duiden?

In deze scriptie staat de maatschappijkritiek die voorafgaat aan Bildung centraal. Daarbij heb ik me door drie filosofen laten leiden. Ik verlaat me allereerst op de romantische wortels van het Bildungsbegrip met Friedrich Schiller (1759-1805). Vervolgens richt ik mij op Theodor Adorno 1903-1969) en tot slot op Walter Benjamin (1892-1940). Het zal blijken dat de maatschappijkritiek die deze filosofen hebben geformuleerd, helemaal niet zoveel van elkaar verschillen. Alle drie spreken ze over de gefragmenteerde samenleving, alle drie spreken ze over vervreemding (die daardoor ontstaat), alle drie hebben ze de vrije mens als ideaal en alle drie duiden ze de maatschappij als (potentiële) vijand van die vrijheid. Maar, zo zal ook blijken, hun opvattingen over Bildung zijn allerminst gelijk. Bildung heeft geen eenduidige en tijdsonafhankelijke betekenis; elk van de drie filosofen heeft zijn eigen begrip van Bildung en -dat maakt het spannend ten aanzien van populaire oproepen tot Bildung- ieder heeft ook een eigen idee van wat Bildung vermag: van een hoopvol perspectief van Schiller tot de pessimistische inslag van Adorno.  

Laatst gewijzigd:26 juni 2017 13:58