Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Raap, E.S.

Geschiedenis van de Filosofie

Over de Dynamiek van Vrijheid. Vrijheid in het Denken van Hannah Arendt en Jan Patocka

Mijn scriptie vertrekt vanuit de constatering dat het leeuwendeel van de filosofie, in haar streven het fenomeen vrijheid te bevatten, de hoe-vraag van vrijheid verwaarloost ten gunste van het wat van vrijheid. Het stellen van de vraag ‘wat is vrijheid’ stelt ons slechts in staat vrijheid te begrijpen als een toestand en niet als de activiteit die door deze toestand verondersteld wordt. Een notoire uitzondering op dit denken wordt gevormd door de existentiefilosofie. Martin Heidegger beschrijft vrijheid als een wereldontsluitende activiteit waarin erkenning van de eigen sterfelijkheid leidt tot de conclusie dat het leven niet overgelaten kan worden aan anderen maar dat het telkens het mijne is om te leiden.

Op twee belangrijke punten schiet deze benadering echter te kort. Heidegger’s filosofie geeft geen aanknopingspunten voor de manier waarop we een bestaan in vrijheid als concrete activiteit kunnen begrijpen. De nadruk op eigenheid leidt bij Heidegger bovendien tot een extreem individualisme waarin geen plaats is voor anderen als inherent onderdeel van deze vrijheidspraktijk. Het zijn twee leerlingen van Heidegger, Hannah Arendt en Jan Patočka, die, zo betoog ik in mijn scriptie, er in geslaagd zijn aan deze tekortkomingen tegemoet te komen door in hun filosofie aandacht te besteden aan de manier waarop individuen betekenis genereren.

Arendt’s vrijheid bestaat uit handelen: een activiteit waarin individuen hun capaciteit om iets nieuws te beginnen actualiseren door zich te tonen in de polis (als metafoor voor de publieke ruimte). Patočka beschrijft vrijheid als een beweging naar waarheid. Beide auteurs beschrijven vrijheid als een vorm van transcendentie zonder vooraf bepaalde transcendent. Dit leidt niet tot relativisme omdat betekenis niet begrepen moet worden als eigenschap of unilaterale activiteit van een subject. Patočka en Arendt wijzen er niet alleen op dat het individu ‘altijd al in de wereld is’ maar dat verschillende individuen, door zich open te stellen voor anderen, Arendt spreekt over agent-disclosure, Patocka over een life in problematicity, een wereld komen te delen.

De begrippen pluraliteit en asubjectivisme verwijzen naar de noodzaak van verschillende perspectieven voor het ontstaan van een betekenisvolle wereld dat een bestaan verwerft buiten de eindigheid van een enkel individu. Het antwoord op de hoe-vraag van vrijheid, de manier waarop een wereld zich voor het individu ontsluit, kan nu beschreven worden als een belichaamde vorm van twijfel, dat het individu aanzet haar eigen praktijk te overstijgen. Vrijheid wordt daarmee niet veeleisend, zij vraagt niet van het individu haar eigen perspectief te overwinnen, maar om de erkenning dat het pas in de actieve bemiddeling van verschillende perspectieven is dat zaken betekenis verwerven.

Laatst gewijzigd:04 november 2013 13:58