Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Hartman, L.

Auteur: Laura Hartman

Afstudeerjaar: 2008 

Vakgroep: Geschiedenis van de Filosofie 

Scriptie: Wittgenstein en het ‘gesitueerd geheugen’

Samenvatting:

Wittgenstein heeft een grote invloed gehad op de westerse filosofie. Met zijn vernieuwende zienswijze op taal heeft hij aan de wieg gestaan van de Engelse analytische traditie. Binnen deze traditie worden de oplossingen voor filosofische problemen vooral als conceptuele problemen opgevat. Dit is de wijze waarop Wittgenstein nu nog steeds vaak wordt besproken. Wittgensteins conceptuele analyse van het gebruik van de psychologische concepten uit zijn tijd, blijkt namelijk nog niet aan relevantie ingeboet te hebben. Dit komt omdat het gebruik van de psychologische concepten, zelfs in de wetenschap, een grotere continuïteit vertoont dan vaak wordt aangenomen. In deze scriptie heb ik me gericht op het gebruik van het psychologische concept van het geheugen. Ik bespreek een aantal benaderingswijzen van het geheugen. Ten eerste een meer traditionele, wetenschappelijke benadering, ten tweede de benadering van de gesitueerde cognitie en ten derde de opmerkingen van Wittgenstein. De gesitueerde cognitie is een relatief nieuwe stroming binnen de philosophy of mind en betoogt dat mens en omgeving in een veel nauwere relatie staan dan traditioneel wordt gedacht. Varela e.a., Andy Clark, en Susan Campbell komen als vertegenwoordigers van deze stroming aan bod.
Deze scriptie heeft een tweeledig doel. Ten eerste betoog ik dat de opmerkingen van Wittgenstein over het geheugen nog steeds relevant zijn voor de dominante wetenschappelijke benadering van ons geheugen. Daarnaast betoog ik dat Wittgensteins epistemologische overwegingen ook relevant zijn voor zijn concept van herinneringen. Wittgensteins onderzoek naar onze epistemologische concepten brengt hem naar een soort primitieve, handelende zekerheid die mensen, maar ook dieren tentoonspreiden in hun dagelijks gedrag. Mede door mijn betoog dat volgens Wittgenstein herinneringen in sommige gevallen functioneren op het niveau van primitieve handelingen, ben ik in staat om te laten zien dat de gesitueerde cognitie en Wittgensteins opmerkingen een aantal interessante accenten delen. Deze tweede doelstelling kent echter het reële gevaar dat Wittgenstein een te uitgewerkte theorie wordt toegeschreven of postuum onder een bepaalde stroming binnen de filosofie wordt geplaatst. Ik heb in deze scriptie getracht de overeenkomsten tussen Wittgenstein en de gesitueerde cognitie te laten zien zonder in deze valkuil te vallen.
 
 
Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:20