Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Bekkum, J. van

Auteur: Jaron van Bekkum

Afstudeerjaar: 2004

Vakgroep: Praktische Filosofie

Scriptie: De Veiligheidsgemeenschap. Een onderzoek naar de consequenties van het veiligheidsbeleid van Balkenende I en II voor de verhouding tussen burger en overheid.

Samenvatting:

Onderzoeksvraag: Wat zijn, op basis van een sociaalfilosofische analyse van de huidige problemen rondom veiligheid, de consequenties en de risico’s  van het veiligheidsprogramma voor de verhouding tussen burger en overheid?

 

Het streven naar een veiliger samenleving is één van de grote projecten van de Nederlandse politiek aan het begin van de 21ste eeuw. Het veiligheidsbeleid van het huidige kabinet Balkenende II wordt uiteengezet in het veiligheidsprogramma ‘Naar een veiliger samenleving’. In dit beleidsplan ter bestrijding van de criminaliteit en overlast in de samenleving staat de overheid ervoor de wet strikt te handhaven, normen duidelijk te stellen, en overheidsbevoegdheden ter bestrijding van de criminaliteit te verruimen, ook als die heftige maatschappelijke weerstand oproepen.

                Hoewel de socioloog Ulrich Beck, de criminoloog Hans Boutellier en de filosoof Gabriël van den Brink alle drie een andere invalshoek hebben, delen zij de idee dat de opkomst van het veiligheidsthema in de huidige samenleving een keerzijde is van het moderniseringsproces.  Dat heeft niet alleen welvaart, morele autonomie en vrijheid opgeleverd, maar brengt ook een schaduwzijde met zich mee in de angst, het onbehagen en de kwetsbaarheid van moderne burgers.

                Op basis van de analyses van deze drie auteurs wordt duidelijk dat het veiligheidsprogramma de strafrechtelijke relatie tussen burger en overheid verandert. Het recht op privacy en het rechtsprincipe van het vermoeden van onschuld worden aangetast, zondebokken worden gecreëerd en het strafrecht verandert van een ultieme remedie in een urgent ervaren beleidsinstrument. Dit brengt risico’s met zich mee voor de rechtsstatelijke machtsverhouding tussen burger en overheid en voor de geloofwaardigheid van het strafrechtelijk apparaat.

                Naast strafrechtelijke consequenties heeft het veiligheidsprogramma ook morele consequenties voor de verhouding tussen burger en overheid. In het beleidsplan wordt een veiligheidsgemeenschap gecreëerd, waarvan de zogenaamde ‘exclusieve moraal’ wordt gevormd door de enige kern van morele opvattingen die de geïndividualiseerde burgers van de Nederlandse samenleving nog met elkaar delen: de erkenning van de waarde van veiligheid en de afwijzing van criminaliteit en overlast. Hoewel deze gemeenschap tegemoet komt aan de kwalen van de moderniteit die Beck, Boutellier en Van den Brink blootleggen, heeft zij een dubbelgezicht dat niet veronachtzaamd mag worden. De gemeenschap heeft moeite om te gaan met pluraliteit en kan het burgerschap als onvoorwaardelijk uitgangspunt van de relatie tussen burger en overheid aantasten.

                Teneinde het politieke veiligheidsproject voort te zetten, maar daarbij de risico’s die het streven naar veiligheid in de huidige vorm met zich meebrengt te beperken, moet er een beter begrip komen van veiligheid. De veiligheid van burgers is niet slechts het resultaat van een strikte rechtshandhaving, ruime overheidsbevoegdheden en een zichtbare politionele aanwezigheid in de publieke ruimte, maar een verdelingsvraagstuk waarbij de overheid zowel moet zorgdragen voor de bescherming van burgers tegen elkaar, alsmede voor de bescherming van burgers tegen de overheid. 

 

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 15:02