Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Heiden, G.J. van der

Auteur: Gert-Jan van der Heiden
Afstudeerjaar: 2000
Vakgroep: Geschiedenis van de filosofie en Metafysica

Scriptie:
Derrida's situering van het subject

Samenvatting:
In deze scriptie wil ik stilstaan bij de betekenis van het begrip subject in het denken van Derrida. Derrida stelt in een interview dat hij in zijn oeuvre het subject niet vernietigen, doch slechts situeren wil. De vraag die dan opkomt is wat een dergelijk situeren inhoudt. De term situeren wil ik toelichten aan de hand van een aantal thema's in het werk van Derrida. Allereerst zal ik de vraag stellen naar de parodie, die bij Derrida dient als een ontwrichting van de zin-volheid van een tekst. Op deze wijze tracht Derrida te laten zien dat een tekst niet op zichzelf betekent. Deze parodie gaat op de wijze van een situering van een tekst temidden van andere teksten. Het 'succes' van parodie toont op deze wijze het belang van deze situering.
In de bespreking van Derrida's aandacht voor de semiotiek van De Saussure wil ik enige begrippen aan de orde stellen die deze situering beschrijven. Derrida geeft een eigen invulling aan het begrip structuur, namelijk als een netwerk van différences, voortdurend in 'beweging' gehouden of voortdurend tekortschietend door de différance van deze différences. Situering, zo wordt door mij gesuggereerd, moet worden begrepen als geplaatst worden of zich geplaatst vinden in een teken-structuur, in de eigenaardige Derrideaanse zin van het woord.
Vervolgens wil ik laten zien dat deze plaatsing in een teken-structuur ook de lijn van het argument bepaalt dat Derrida hanteert in zijn bespreking (of doorkruising) van het Husserliaanse-Kantiaanse subject-begrip. Ook hier werkt de situering als een doorkruising van een zekere zelf-genoegzaamheid of in zichzelf beslotenheid van het subject.
Tot slot van mijn scriptie beschrijf ik hoe deze situering van het subject voor een instand houden van het begrip subject zeer problematisch is, bijvoorbeeld veel problematischer dan bij Levinas, met wiens denken ik Derrida kort contrasteer. Maar juist het in leven houden van dit problematische lijkt Derrida's streven. Omdat zijn situering van het subject geen vernietiging van het subject wil zijn - het subject is onontbeerlijk, aldus Derrida -, maar nochtans voortdurend het subject roblematiseert - het subject is in zekere zin onmogelijk -, houdt Derrida het probleem van het subject open. Deze openheid maakt de bestaanswijze van het subject uit.

Laatst gewijzigd:01 november 2013 16:29