Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsStudievoorlichtingMeer keuzeactiviteitenScholierenacademieStudieondersteuningProfielwerkstukAlfasteunpuntHoe schrijf je een pws?

Observaties

Voor welke vakken?

Observaties gebruik je bij maatschappijleer/-wetenschappen en bij talen.

Wat zijn observaties?

Een observatie is een snelle manier om gedrags- en taaleigenschappen van mensen te onderzoeken. Ook binnen de alfawetenschappen wordt gebruik gemaakt van observaties, vooral bij sociale studies of bij talen. Door vast te leggen wat er in een standaardsituatie gebeurt, kun je veel informatie inwinnen over hoe een individu of groep zich gedraagt of communiceert.

Wanneer doe je een observatie?

Soms werkt een observatie makkelijker en sneller dan een enquête. Bedenk van tevoren goed of een observatie niet hetzelfde resultaat oplevert als een enquête, want dat kan je veel uren schelen. Stel dat je wilt onderzoeken hoeveel procent van de terrasbezoekers regelmatig op hun mobiele telefoon zit te kijken, dan kun je mensen door middel van een enquête benaderen, maar dat levert vaak sociaal wenselijke antwoorden op (‘op het terras, nooit!’). Een observatie kan juist een hele andere invalshoek geven, omdat je dan in praktijk ziet hoe vaak terrasbezoekers daadwerkelijk hun mobiel erbij pakken, middenin een gesprek.

Hoe stel je zo’n onderzoek op?

Bespreek voorafgaand aan je onderzoek altijd met je begeleider of een observatie relevant genoeg is voor je profielwerkstuk. Vaak is het handig om alvast een plan te hebben, met duidelijkheid over het doel van je onderzoek en hoe je jouw observatie gaat uitvoeren. Overleg ook goed met je docent bij hoeveel observaties er sprake is van een representatieve groep. Kun je bijvoorbeeld na twintig observaties al zeggen dat je genoeg hebt om een conclusie te trekken? Of heb je er honderd nodig? Ook belangrijk voor je onderzoeksplan is wélke groepen je meeneemt in je onderzoek. Als je bijvoorbeeld een generatieverschil wilt observeren, is het verstandig dat je zowel de jongere generatie als de oudere generatie goed afbakent en meeneemt in je observatie. Klik op de link voor een voorbeeld van een observatieplan.

Hoe voer je een observatie uit?

Na het opstellen van een observatieplan trek je er op uit. In je observatieplan heb je je doelgroep goed afgebakend en weet je wat je wilt onderzoeken. Belangrijk bij een observatie is dat je je niet mengt in de situatie die jij graag wilt observeren. Dit betekent dat je je in veel gevallen afzijdig op zult stellen. Als je je observatie niet in een openbare ruimte doet, maar bijvoorbeeld in de klas, dan moet je daar altijd toestemming voor vragen bij de desbetreffende docent. Mocht je toestemming hebben gekregen, dan is het belangrijk om pen en papier bij de hand te hebben, zodat je aantekeningen kunt maken of kunt turven.

Hoe verwerk je het onderzoek in je profielwerkstuk?

Om een zo volledig mogelijk onderzoek te krijgen, is het verstandig meerdere observaties uit te voeren. Uit deze gegevens kun je verschillende conclusies trekken, afhankelijk van hoe uitgebreid je observatie is. Stel dat je hebt onderzocht hoeveel scholieren hun eigen lunch meenemen en hoeveel er gebruik maken van de kantine, dan is het verstandig meerdere observaties op verschillende dagen uit te voeren. Het is namelijk aannemelijk dat op vrijdag leerlingen zichzelf extra verwennen met een luxe broodje. Als je alle gegevens hebt verzameld, kun je ze verwerken in een grafiek of tabel. Vergeet niet in de bijlage van je profielwerkstuk de originele documenten bij te voegen, zodat je begeleider kan controleren of de gegevens die jij uit de observatie hebt gehaald, daadwerkelijk kloppen. Mocht je van je gegevens een tabel of grafiek maken, dan kun je het beste die gegevens in Excel verwerken, dat scheelt je een hoop werk. Vergeet niet bij de tabellen en grafieken te verwijzen naar je eigen bijlage. Zo weet de lezer ook dat jij zelf het onderzoek hebt gedaan.

Observaties gebruiken voor taal

Hoe ontwikkelt taal zich en hoe wordt taal gebruikt? Het is een vraag die je kunt analyseren door middel van een observatie. In jouw klas, bij je sportclub en op straat hoort en spreekt men op verschillende manieren met elkaar. Dit heeft natuurlijk ook te maken met de samenstelling van zo’n groep en de sociale context.

Binnen de peuterspeelzaal is het interessant om te zien hoe kinderen met taal omgaan. De een spreekt al volzinnen, terwijl de ander met korte zinnetjes duidelijk probeert te maken wat hij bedoelt. Welke zinsconstructies worden er gebruikt? Je kunt een gesprek tussen kinderen opnemen en later analyseren welke zinnen en woorden gekozen worden. Ook zou je dit kunnen vergelijken met gesprekken van oudere kinderen. Zo krijg je een inzicht in hoe taal zich bij kinderen ontwikkelt.

Maar ook binnen jouw school kun je gebruik maken van observaties. Stel dat jouw profielwerkstuk over “straattaal” gaat, dan kun je verschillende klassen observeren op welke manier en in welke mate er straattaal wordt gebruikt. Door verschillende klassen en opleidingsniveaus te analyseren, krijg je een goed inzicht in de invloed van straattaal op dagelijkse gesprekken.

Taal zegt ook veel over beleefdheidsvormen. In het Duits blijft men over het algemeen veel langer “u” tegen elkaar zeggen, terwijl wij hier in Nederland al heel snel op “jij” overgaan. Wat zegt dat over beleefdheid? Een onderwerp bij het Alfasteunpunt richt zich op beleefdheid in taal. Surf zelf eens naar de pagina over Onderhandelen met Horken.

Gedragsobservaties

Ieder mens gedraagt zich weer anders, maar mensen hebben veel overeenkomsten als het om gedrag gaat. Door te observeren wat er in een normale situatie gebeurt, krijg je een realistische weergave van hoe mensen zich individueel of in groepsverband gedragen. Iedereen zegt natuurlijk dat ze netjes hun afval weggooien, maar geldt dit ook in het echt?

In groepen gedragen mensen zich anders dan tijdens een 1-op-1-gesprek. Jouw school is daarom een uitstekende plek voor gedragsobservaties. Stel, je doet een onderzoek over leiderschap, dan is het heel interessant om te observeren hoe leiderschap in verschillende groepjes werkt. Hoe herken je een leider? Welke taal gebruikt hij/zij daarvoor? En hoe wordt zulk gedrag door anderen gekopieerd? Het voorbeeld van straattaal valt hier ook op toe te passen.

Je kunt je dus richten op groepen, maar ook op individuen. Als je wilt onderzoeken hoe lang iemand gemiddeld gebruik maakt van het Open Leercentrum (OLC) of Studiezaal, dan zou je ook een individu kunnen observeren. Zo zou je een vergelijking kunnen maken tussen de maandag en de vrijdag. Of in aanloop naar de toetsweek en vlak daarna. Ook deze scenario’s moet je meenemen in je observatieplan.

Buiten je school om zijn er uiteraard nog genoeg andere locaties om je observaties te doen. Openbare ruimtes, zoals winkelcentra en pleinen, zijn daarvoor ook geschikt. Bedenk van tevoren goed welke locatie voor jou het beste resultaat oplevert.

Do’s en don’ts bij een het doen van een observatie

Do’s:
  • Observeer vooral dagelijkse situaties. Dit maakt de uitkomst van je onderzoek zo realistisch mogelijk.
  • Als je niet in openbare ruimtes observeert, vraag dan altijd om toestemming.
  • Ga je turven? Neem dan een turflijst mee.
  • Verwerk je gegevens in Excel, dit programma verwerkt de gegevens makkelijk tot grafieken en tabellen. Ook in Word kun je tabellen en grafieken maken.
  • Spiegel je gegevens aan de literatuur die je over het onderwerp hebt gelezen, wellicht dat je op heel andere conclusies komt!

Don’ts
  • Ga niet onvoorbereid op pad. Stel altijd voor jezelf een checklist of plan van aanpak op.
  • Val mensen niet lastig tijdens je observaties. Het is vooral belangrijk dat je zo weinig mogelijk van invloed bent op het onderzoek.
  • Stem met je begeleider goed af hoeveel observaties er nodig zijn voor een representatieve groep. Als een groep niet representatief is, heb je niets aan je observaties.
  • Vergeet niet je observatieschema’s en je manier van werken in de bijlage van je profielwerkstuk te verwerken. Het is belangrijk dat je begeleider je werkwijze en uitkomsten kan controleren. Zo weet hij of zij of je onderzoek betrouwbaar is.

Gammasteunpunt

Toch liever de kant van de gedragswetenschappen op? Meer weten over onderzoek over bijvoorbeeld sekseverschillen? Onze collega’s van het Gammasteunpunt weten daar wel raad mee! Zij hebben een hoop handige informatie en interessante links, kijk zelf maar eens op de pagina van het Gammasteunpunt.

Liever een enquête doen? Ga dan naar onze pagina over het houden van enquêtes!

Of toch wat actiever onderzoek doen? Je kunt natuurlijk ook experimenteren, zoals met taal. Kijk maar eens op onze pagina over Experimenten.

Laatst gewijzigd:10 oktober 2017 15:23