Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsStudievoorlichtingMeer keuzeactiviteitenScholierenacademieProfielwerkstukAlfasteunpuntGeschiedenis

Reisdagboeken als bron

Achtergrondinformatie bij 'Reizen in de negentiende eeuw'

In de negentiende eeuw kwam het toeristische reizen in trek. Eerder reisden de mensen natuurlijk ook wel, maar dat was meer uit noodzaak en niet voor het plezier of als vrijetijdsbesteding. Toen vanaf 1750 het reizen steeds gemakkelijker en comfortabeler werd, trok men er massaal op uit. Kunstenaars gingen naar Italië om daar prachtige, zonovergoten landschappen te schilderen, studenten en professoren gingen naar Duitsland om kennis te maken met de universiteiten aldaar en andere welgestelde heren trokken naar Spa of Kleve om van de geneeskrachtige kuuroorden te genieten. Andere populaire reisbestemmingen waren België, Frankrijk, Engeland, Zwitserland en Spanje. Het waren natuurlijk enkel de welgestelde lieden die zich een plezierreisje in binnen- of buitenland konden veroorloven, en die voldoende onderwijs hadden genoten om er een verslag over te kunnen schrijven. Velen schreven hun reiservaringen namelijk op in een reisdagboek of in brieven aan hun familie. Veel van deze reisverslagen zijn bewaard gebleven: daar kan jij mee aan de slag in jouw profielwerkstuk over de negentiende-eeuwse reiscultuur! Deze verslagen staan namelijk boordevol informatie over vervoersmiddelen, bezienswaardigheden en andere toeristische observaties.

John Bake. Reizen was iets voor heren van stand...
John Bake. Reizen was iets voor heren van stand...

Reisdagboeken: heimwee en standsbesef

Reisverslagen van reizigers zelf vormen voor jou dus een mooie bron voor een profielwerkstuk over reizen in de negentiende eeuw. Helaas zijn maar weinig van deze reisjournalen gedrukt. Reizigers schreven vaak alleen voor zichzelf of een kleine groep van familie en vrienden en deze verslagen bevinden zich vaak weggestopt in archieven.

Gelukkig zijn er de laatste jaren een aantal reisverslagen heruitgegeven die jij gewoon in de bibliotheek kunt raadplegen. Het gaat dan om verslagen van belangrijke negentiende-eeuwse figuren, zoals de Reisbrieven van John Bake (1787-1864), hoogleraar Klassieke talen te Leiden, die in 1830 met twee vrienden bijna drie maanden per koets of te voet door Duitsland, Zwitserland en Noord-Italië trok. Hij schreef brieven aan zijn vrouw die vanwege haar gezondheid niet mee kon. De reisbrieven beginnen enthousiast, maar Bake krijgt gedurende de reis steeds meer last van heimwee en keert uiteindelijk vroegtijdig terug naar huis… Bakes reisverslag bevat uitgebreide beschrijvingen van de prachtige natuur en andere bezienswaardigheden, maar biedt ook een inkijkje in de praktijk van het reizen in die dagen. Wat voor vervoersmiddelen gebruikten Bake en zijn vrienden en wat schrijft hij daarover? Waar kon je als reiziger overnachten? Wat voor bagage nam men mee? Hoe bereidde men zich voor op zo’n reis? En wat voor bezienswaardigheden vond men de moeite waard?

Een andere gemakkelijk raadpleegbaar verslag is het reisverslag van twee jonge studenten, Jacob van Lennep (later een bekend schrijver!) en Dirk van Hogendorp. Zij maakten in 1823 een voettocht door Nederland en schreven daarover allebei een verslag. Deze reisverslagen zijn uitgegeven door Geert Mak en Maritha Mathijsen en zelfs verwerkt tot een tv-serie. Op de volgende site vind je meer informatie over deze reis. Dit reisverslag, in combinatie met de tv-serie, is erg geschikt als bron voor een profielwerkstuk over reizen aan het begin van de negentiende eeuw. De tv-serie laat namelijk heel goed zien hoe de tijden veranderd zijn!

Niet alleen het reizen ging 200 jaar geleden heel anders, ook Nederland zelf was een geheel ander land. Hoe zag Nederland er in 1823 uit? Het reisverslag van Van Lennep biedt namelijk meer dan alleen een prachtig beeld van de sfeer van het reizen en van de traagheid van het bestaan. Het laat ook zien hoe Nederland er in deze dagen bij lag. Van Lennep en Hogendorp schrijven over het landschap, over de beginnende industrie, over de armoede en de plaatselijke elites. Het waren jongens uit de gegoede stand: hoe keken zij tegen hun eigen land aan? Hoe dachten zij over armoede en standsverschillen, over de verschillende regio's en plaatselijke gebruiken? Nederland was nog maar net één land geworden en de regionale verschillen waren enorm. Van Lennep en Hogendorp hebben soms zelfs moeite om hun eigen landgenoten te verstaan: er werd veel dialect gesproken, het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) bestond nog niet. Het standsbesef van de reizigers was groot en ze doen in hun verslag soms erg neerbuigend over mensen van lagere afkomst of uit afgelegen en minder ontwikkelde streken. Hoe zit dat met jouw eigen stad of dorp? Bezoeken deze jonge studenten ook de streek waar jij nu woont? Wat schrijven ze erover?

Originele bronnen

Lijkt het je leuker om met de originele bronnen, dus met de oude gedrukte of zelf handgeschreven reisjournalen, te werken? Stuur dan een mailtje naar alfasteunpunt@rug.nl. Wij kunnen bekijken of er in het plaatselijk archief bij jou in de buurt interessante reisverslagen liggen!

Laatst gewijzigd:25 augustus 2017 14:53