Skip to ContentSkip to Navigation
About us Faculty of Arts
Header image Uit de collegebank geklapt

Het (h)eerlijk avondje is gekomen…

Datum:06 december 2023
Vera Smit, masterstudent Neerlandistiek
Vera Smit, masterstudent Neerlandistiek

Als student heeft het sinterklaasfeest een minder grote rol in mijn leven dan eerst. Ik herinner me nog wel hoe groots het was toen ik jong was, hoe spannend het altijd was en hoe ik elk jaar weer steevast voor de tv gekluisterd zat om het Sinterklaasjournaal te zien. En ik geloof dat het voor veel kinderen in Nederland vandaag de dag niet anders is.   

Dit jaar kwam bij mij het besef dat het fenomeen ‘kinderen in Sinterklaas laten geloven’ best een opvallend verschijnsel is. Dit is toch eigenlijk liegen? Wanneer is het tijd voor het kind om te weten dat Sinterklaas niet echt is, en hoe moet je dat als ouder dan vertellen? Ik heb voor het vak ‘Tutorial Taal en Cognitie’ naar de retorische middelen en cognitieve processen gekeken die naar voren komen bij liegen, en deze vergeleken met hoe ouders over Sinterklaas praten tegen hun kinderen. Hierbij heb ik me vooral gericht op het gesprek over dat Sinterklaas niet echt bestaat en kinderen er dus achter komen dat er tegen hen gelogen is.

‘Geheim’ voor ‘grote kinderen’


Ik heb eerst naar verschillende opvoedkundige websites, zoals Ouders van nu, gekeken om te zien wat zij zeggen over hoe je aan je kind kan vertellen dat Sinterklaas niet bestaat. Er zijn enkele woorden die op meerdere websites terugkomen. Als eerste de tip om het nieuws te brengen met de insteek dat het kind oud genoeg is om een geheim te kunnen bewaren. Een echt grotemensengeheim, dat een traditie is om te bewaren. Het wordt over het algemeen als onprettig ervaren als mensen tegen je liegen, dus de websites benadrukken ook dat het van belang is hoe je dit nieuws aan je kind brengt. Een voorbeeld van een retorisch middel is om het niet te hebben over een ‘leugen’, maar over een ´geheim', of een ‘sprookje’.  Als het kind toch verontwaardigd is, schrijven alle bekeken websites, zou het helpen om het kind duidelijk te maken dat het feest gewoon doorgaat en dat het kind nog steeds cadeautjes krijgt. 

Studenten kijken terug op hun eigen ervaringen


Daarnaast heb ik een enquête verspreid onder studenten, waarin ik vraag of zij vroeger in Sinterklaas geloofden en hoe hun ouders ermee omgingen. Uit deze enquête kwamen allemaal erg leuke, maar verschillende verhalen. Lang niet alle ouders vertellen dat Sinterklaas echt bestaat aan hun kind, omdat sommige ouders moeite hebben met liegen tegen hun kind. Niet alle studenten konden zich even goed herinneren hoe ze reageerden toen ze hoorden dat Sinterklaas niet echt bestond, maar de deelnemers die dit nog wel wisten, reageerden allemaal ook weer erg verschillend. De één moest lachen, de ander was boos, en er waren ook kinderen die erg bezorgd waren of ze nu nog wel cadeautjes zouden krijgen. Mijn favoriete verhaal uit de enquête is de volgende:

‘Ik was een beetje geschokt, maar voelde me ook heel trots dat ik nu oud genoeg was om het geheim te kennen. Wel werd mij op het hart gedrukt dat ik het niet aan mijn jongere broertje mocht vertellen.. dat ging iets minder goed. Mijn broertje en ik deden alles samen, dus toen ik het wist rende ik gelijk naar hem toe om het te vertellen. Toen moest hij helemaal huilen en was mijn moeder nogal boos want ik had beloofd het niet te vertellen.’

Verschillend taalgebruik bij verschillende opvattingen


Uit het onderzoek bleek uiteindelijk dat de woorden ‘sprookje’ en ‘geheim’ herhaaldelijk terugkwamen als het ging om het vertellen dat Sinterklaas niet bestaat. 'Sprookje' en 'geheim' hebben een positievere lading dan het woord ‘liegen’, en komen dus waarschijnlijk beter over op het kind. Ook het benadrukken van het feestelijke aspect zorgt ervoor dat de boodschap positiever overkomt.

Ongeveer de helft van de deelnemers zou zelf hun kinderen ook eerst laten geloven dat Sinterklaas bestaat, vanwege de traditie en/of het sprookjesachtige element. Andere studenten keken hier anders tegenaan en hen leek het vervelend te moeten liegen tegen je kind. De studenten die er zo in stonden, gebruikten dan ook niet het woord ‘sprookje’ of  ’geheim’, maar het woord ‘liegen’. Dit kwam dus overeen met wat er uit de analyse van de opvoedwebsites kwam. Niet alleen de ervaringen, maar ook de opvattingen van de deelnemers verschilden dus sterk. Ik weet nog niet hoe ik er zelf in sta, want voor beide kanten is iets te zeggen. Het geheim omtrent Sinterklaas waar ik me voorlopig  maar mee bezighoud, is wiens lootje ik dit jaar getrokken heb.

Wil je meer lezen van Vera? Ze schreef ook een blog over haar stage bij het lectoraat Meertaligheid & Geletterdheid.





Reacties

Reacties laden...