Bregje en Fyona ontdekken het werkveld (1)

Of je nou Nederlands hebt gestudeerd, aan het studeren bent of van plan bent het te studeren, je zult de vraag vast wel eens hebben gehoord: “Nederlands? Wat kan je daarmee doen dan?” Het is misschien soms een irritante vraag, maar wel een relevante, want wat kún je eigenlijk allemaal met de studie Nederlands doen? Voor het vak Werkterreinen van de master Neerlandistiek gaan wij, Bregje en Fyona, de komende weken het werkveld ontdekken aan de hand van gastcolleges, excursies en gesprekken en proberen we een gevarieerd antwoord voor jullie te formuleren.

De banenmarkt: een plek voor neerlandici?
We begonnen onze ontdekkingstocht bij een evenement van afgelopen week: de banenmarkt op de Vismarkt. Hoewel het leuk was om even rond te lopen en te zien wat er allemaal was, kwamen we er al gauw achter dat deze markt voor ons niet heel interessant was. De meeste kraampjes vielen te scharen onder zorg, bouw/techniek of overheidsinstanties. We waren het erover eens dat alle aanwezige bedrijven vast communicatieadviseurs in dienst hadden (of er goed aan zouden doen deze te hebben), maar dat dit niet is waar wij qua carrière interesse in hebben. Na een kort gesprekje met een oude bekende van het Rode Kruis, besloten we terug te lopen naar onze fietsen.
Gelukkig hadden we nog een andere, veel relevantere bron van informatie voor het werkveld der Neerlandici: opnames van gastcolleges. Door de jaren heen zijn verschillende mensen op bezoek geweest bij het vak Werkterreinen om wat te vertellen over hun baan, hoe ze daar terecht zijn gekomen en wat ze precies doen. Wij hebben met plezier hun verhalen gehoord over deze verschillende werkplekken en zetten voor jullie graag de auteurs in het zonlicht. Want veel Nederlanders willen graag een boek schrijven, maar hoe word je nou schrijver van beroep?
Schrijven hoeft niet in je eentje
Auteur Joke van Leeuwen schaart zichzelf bij de gelukkigen die op de basisschool al wisten wat ze wilden worden: tekenaar en schrijver. Na de kunstacademie in Antwerpen ging ze dan ook vol plezier en moed langs verschillende uitgeverijen met haar manuscripten. Helaas waren de uitgeverijen niet geïnteresseerd, dus besloot ze om geschiedenis in Brussel te gaan studeren. In die tijd ging ze aan cabaret doen en zo kwam ze in het juiste circuit terecht. Ze won prijzen voor haar cabaret en haar boeken en vanaf toen ging het echt rollen. Ze vertelde dat ze nooit in loondienst is geweest, maar altijd rond is gekomen met schrijven, cabaret en opdrachten.
We vroegen ons hierna af wat we het beste konden doen als wij zouden willen schrijven. Gelukkig vroegen de masterstudenten voor beginnende schrijvers en die gaf ze graag mee:
-
Luister altijd naar wat je zelf wilt schrijven. Ga niet met de mode mee, als je dat niet wilt.
-
Houd vol.
-
Wees eigenwijs, maar niet té eigenwijs. Redacteuren hebben vaak heel veel goede dingen te zeggen.
Ook jeugd- en kinderboekenauteur Edward van de Vendel kwam vertellen over zijn beroep als auteur. Zijn weg naar het auteurschap was heel anders dan die van Joke van Leeuwen. Het was namelijk nooit zijn bedoeling om auteur te worden. Hij was wel van jongs af aan creatief bezig met taal, maar dan in de vorm van liedteksten. Toen hij lesgaf op een basisschool schreef hij ook veel liedteksten voor kinderen. Een collega stuurde stiekem zijn liedteksten naar uitgeverij Querido, die dachten dat het gedichten waren. Zij wilden de teksten graag uitgeven als een dichtbundel, maar zeiden tegen Van de Vendel dat ze geen losse boeken uitgaven, maar auteurs. Hij moest dus meer boeken gaan schrijven. Zo begon hij te schrijven aan jeugdromans, kinderboeken, prentenboeken en nog veel meer dichtbundels voor kinderen. Opeens was hij fulltime schrijver en stopte hij met lesgeven. Van de Vendel vindt het belangrijk dat een boek voor de lezers veel plezier brengt en benadrukte in zijn gastcollege hoe graag hij wil dat een boek aan de lezer toebehoort en niet meer aan de auteur. Daarnaast gaf hij aan dat hij graag samenwerkt met andere mensen en wil voorkomen dat hij alleen maar in zijn eentje zit te schrijven. Daarom zoekt hij veel samenwerkingsprojecten op, zoals de Slash-serie, een reeks romans over de levensverhalen van echte jongeren. In de reeks schreef elke auteur één boek na vele gesprekken en interviews met de jongere waar hun boek over ging. Ook de reeks Querido Glow, een reeks Young Adult boeken over queer personages, creëert hij in samenwerking met andere auteurs. Het auteursschap kan dus heel veel kanten op, maar Van de Vendel laat zien dat dat als auteur lang niet altijd in je eentje hoeft!

Door de gastcolleges zijn wij nog veel nieuwsgieriger geworden, dus lees de komende weken vooral mee met onze interviews en excursies. Benieuwd waar we volgende keer over schrijven? Een tipje van de sluier: we gaan meer leren over omgaan met censuur…
