Trekvogels vinden hun winterstek in Afrika dankzij een samenspel van genen en omgeving

Trekvogels zoals de bonte vliegenvanger overwinteren doorgaans in specifieke gebieden in Afrika. Vogels uit Nederland komen elkaar daar weer tegen in de winter, terwijl ook bijvoorbeeld Spaanse populaties weer bij elkaar komen. Maar hoe weten ze eigenlijk waar ze heen moeten? Een team van Europese onderzoekers volgde de trek van bonte vliegenvangers vanuit acht verschillende landen, maar deed ook een kleine maar cruciale ingreep: wat gebeurt er eigenlijk met de vogels uit Nederlandse eitjes die door Zweedse pleeggezinnen worden uitgebroed? De resultaten van dit onderzoek verschenen op 25 juni in Science, en de onderzoekers concluderen dat zowel genen als omgeving beïnvloeden waar in Afrika een vogeltje neerstrijkt voor de winter.
FSE Science Newsroom | Christiaan Both & Koosje Lamers
Elk najaar vertrekken miljarden trekvogels vanuit hun broedgebieden naar plekken om te overwinteren. De bonte vliegenvanger, een vogeltje van slechts 12 gram, legt dan zo’n 3000 tot 13.000 kilometer af om in Afrika te overwinteren. Daar strijkt hij vaak neer op plekken waar ook soortgenoten uit hetzelfde broedgebied overwinteren: bonte vliegenvangers uit Nederland komen elkaar ’s winters in Afrika weer tegen, terwijl hun Spaanse collega’s samen elders in Afrika overwinteren.
Waarom vogels van een bepaald broedgebied naar een specifiek overwinteringsgebied trekken, begrijpen we nog niet. Voor sommige vogelsoorten is het duidelijk: jonge ganzen leren het van hun ouders, en bij andere soorten leren jongen van reisgenoten waarmee ze samen trekken. Maar voor zangvogels die alleen en in de nacht trekken is het onbekend waardoor ze op een bepaalde plek terechtkomen.

Een non-stop vlucht van veertig uur
Een groot team Europese onderzoekers heeft de trek gevolgd van bonte vliegenvangers vanuit acht plekken uit het gehele broedgebied. Het project werd gecoördineerd door Koosje Lamers en Janne Ouwehand van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), onder leiding van Christiaan Both (ook RUG). Van Spanje tot in Siberië werden vliegenvangers uitgerust met dataloggers om hun trektocht naar west-Afrika vast te leggen. Alle populaties vlogen in het najaar eerst naar Spanje en Portugal. Daar maakten ze een langere stop, om vervolgens in een non-stop vlucht van rond de veertig uur over de Atlantische Oceaan naar het meest westelijke puntje van Afrika te vliegen.

Vervolgens bogen hun trektochten af naar het oosten en vlogen de vogels verder of minder ver door: de Spaanse vogels streken neer in het meest westelijke deel van het overwinteringsgebied, terwijl de Siberiërs verder naar het oosten vlogen om in Nigeria de winter door te brengen. Terwijl de Spaanse broedvogels in het najaar slechts 3000 kilometer vlogen, deden de Siberiërs er bijna 13.000 kilometer over vanwege de lange omweg die ze maken via Spanje en Portugal.
‘Het is opvallend dat bonte vliegenvangers uit Siberië zo ver omvliegen,’ vertelt promovenda Koosje Lamers. ‘Een minder westelijke route waarbij vogels bijvoorbeeld via Italië de Middellandse Zee en vervolgens de Sahara oversteken, zou zo’n 4.500 kilometer vliegen schelen.’ Deze kortere route vormt bovendien een prima alternatief, want de sterk verwante withalsvliegenvanger uit Centraal Europa trekt op deze manier naar de Afrikaanse overwinteringsgebieden. Lamers: ‘Het is dus aannemelijk dat deze vreemde omweg nog een evolutionair restant is uit het verleden, toen tijdens de ijstijden bonte vliegenvangers alleen in het westen van Afrika en Europa voorkwamen.’
Grootgebracht door Zweedse pleegouders
Nederlandse vliegenvangers die in Zweden opgroeiden, overwinterden ongeveer halverwege de normale Nederlandse en Zweedse plekken
Om te bepalen waardoor vliegenvangers weten waar ze in Afrika moeten overwinteren, verplaatsten de onderzoekers vliegenvangers uit Nederland naar Zuid-Zweden. Dit deden ze door Nederlandse eieren te verplaatsen en door Zweedse ouders te laten uitbroeden en opvoeden. Ze verplaatsten ook Nederlandse vrouwtjes naar Zweedse populaties, waar half-Nederlandse-half-Zweedse jongen uit voortkwamen. Zowel in Nederland als in Zweden werd de trek van vliegenvangers onderzocht. Lamers: 'Niet-verplaatste Nederlandse vliegenvangers blijken 500 kilometer oostelijker in West-Afrika te overwinteren dan Zweedse soortgenoten. En Nederlandse vliegenvangers die in Zweden opgroeiden, overwinterden ongeveer halverwege de normale Nederlandse en Zweedse plekken, en de kruisingen zaten wat verder richting de normale Zweedse overwinteringsgebieden.'




Dit onderzoek toont aan dat de plek waar vliegenvangers overwinteren deels overerft en deels bepaald wordt door de omgeving waarin ze opgroeien. Het is verder opmerkelijk dat die populatie-specifieke overwinteringsplekken bereikt worden via een gezamenlijke route. Lamers: ‘Het is dus niet zo dat de trekrichting vanuit het broedgebied verschilt tussen populaties en overerft, maar waarschijnlijk juist dat de lengte van de trektocht vast staat.’
Tenslotte laat het onderzoek zien dat dit trekgedrag niet geleerd wordt van de ouders, want de jonkies gaan pas later in het jaar op pad. Deze kennis is belangrijk om te begrijpen hoe trekvogels zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering. De timing van hun trek verandert sterk door klimaatverandering, en of vogels kunnen vervroegen hangt samen met waar ze in Afrika de winter doorbrengen. Lamers: ‘Bovendien blijkt uit ons onderzoek dat er nieuwe combinaties van broedgebieden en overwinteringsgebieden kunnen ontstaan, zoals we zagen bij de eitjes die in Zweden opgroeiden.’
Referentie:
Lamers, K.P., Ouwehand, J., Ubels, R., Nicolaus, M., Camacho, C., Potti, J., Bell, F., Burgess, M., Lampe, H.M., Nilsson, J.Å., Kerimov, A., Ilyina, T., Belskii, E., Grinkov, V.G., Sternberg, H., & Both, C. Innate factors and ontogeny determine non-breeding areas of migrant songbirds. Science, 25-6-2026.
Lees ook:
In een artikel dat op 14 september verscheen in het tijdschrift Nature Ecology & Evolution laten RUG biologen zien dat bonte vliegenvangers zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering.
Meer nieuws
-
07 juli 2026
Hoe chemie robots kan laten bewegen en voelen