Microplasticonderzoek - opgeblazen nieuws of een echt gevaar?

Zijn microplastics echt zo schadelijk voor onze gezondheid als de berichten van de afgelopen jaren ons willen laten geloven? En hoeveel microplastics zitten er nou daadwerkelijk in het menselijk lichaam? In een artikel dat The Guardian 13 januari publiceerde, uiten wetenschappers hun zorgen over ongefundeerde claims en conclusies over microplastics. We vroegen Barbro Melgert om dit bericht voor ons te duiden.
FSE Science Newsroom | Leoni von Ristok
‘Ik geloof zeker dat er microplastics in het menselijk lichaam zitten', zegt Barbro Melgert, microplastics-expert aan de RUG. ‘Maar we moeten vooral onderscheid maken tussen wat we weten en wat we aannemen.'
Het artikel in The Guardian stelt dat plastic vervuiling alomtegenwoordig is en ook zit in voedsel, dranken en in de lucht die we inademen. Onduidelijk is hoeveel van dat plastic in ons lichaam belandt, waar het dan terecht komt en hoe schadelijk dat is.
Betrouwbaarheid van de resultaten
‘Het lastige is dat we nog geen gestandaardiseerde methoden hebben, om microplastics in het lichaam te meten,’ legt Melgert uit. ‘Daardoor kunnen we onderzoeken moeilijk met elkaar vergelijken.' Ook is het bijvoorbeeld moeilijk om te bepalen of microplastics al in een monster zitten of dat het monster daarmee tijdens het onderzoek ‘besmet’ is geraakt.
Naast de methode heeft ook het soort monster invloed op de betrouwbaarheid van de resultaten. ‘Niet elk monster is hetzelfde,’ benadrukt Melgert. Hoe betrouwbaar het onderzoek is, heeft veel te maken met de manier waarop het wordt uitgevoerd. Dat lijkt een open deur, maar toch wordt veel onderzoek naar microplastics bijvoorbeeld gedaan met weefselmonsters, hoewel het voor sommige plastics erg lastig is om daaruit betrouwbare conclusies te trekken, aldus Melgert.
Vet of plastic?

Want terwijl microplastics in bloedmonsters redelijk betrouwbaar gemeten kunnen worden, is het in weefselmonsters lastig. Bloed afnemen is makkelijk en kan redelijk schoon. Dat wil zeggen dat er tijdens de bloedafname en analyse geen of weinig extra microplastics in het bloed terechtkomen, bijvoorbeeld via de gebruikte apparatuur. Weefsel afnemen is ingewikkelder en de kans op besmetting met microplastics tijdens of na de afname is groter. Een ander probleem is dat het vet in weefsel een soortgelijk signaal kan geven als sommige soorten plastics waardoor het onduidelijk is wat je nou precies aan het meten bent.
‘We moeten als veld vooral samenwerken en elkaar helpen om standaarden te verbeteren en vergelijkbare onderzoeksmethoden te ontwikkelen', betoogt Melgert. ‘Als we beginnen tegen elkaar te vechten, gaat de olie- en plasticindustrie dat tegen ons gebruiken, net als de tabaksindustrie acties tegen roken heeft vertraagd en nog steeds acties tegen vapen probeert tegen te houden.’
Meer nieuws
-
27 januari 2026
ERC Proof of Concept grant voor Maria Loi
-
26 januari 2026
Wetenschap Werkt | De AI-chip van de toekomst