Pr A te N oV e R L A a G gE LeT t Er d He I d

Als neerlandica-in-opleiding heb ik soms nog moeite met het doorspitten van taaie literatuur en bepalen of er nu twee of drie e’s zitten in “creëren”, maar ik heb er nog nooit bij stilgestaan dat sommige mensen moeite hebben om een menukaart of brief van de belastingdienst te lezen.
Koopmanszoontje Wylan
De eerste keer dat ik in contact kwam met dit onderwerp was toen ik de Kraaien-duologie van YA-auteur Leigh Bardugo in handen kreeg. Naast dat ik het eerste boek, List & Leugens, volledig heb verslonden, ging mijn taalhartje automatisch sneller kloppen toen de Kraaien zich klaar gingen maken om het IJsfort te infiltreren. Want wanneer het personage Wylan door grappenmaker Jesper belachelijk wordt gemaakt om de verzonnen naam die in zijn vervalste paspoort staat, komen zowel de lezer als Jesper erachter dat Wylan niet kan lezen. Dit komt als behoorlijke verrassing voor beide partijen, omdat Wylan als “koopmanszoontje” educationeel niets tekort is gekomen. Hij heeft nog net niet “ontploffingsgevaar” op zijn voorhoofd staan vanwege zijn passie voor scheikundige explosieven.
“Letters die Dansen”
Met Wylan in mijn achterhoofd werd ik een paar maanden later geïntroduceerd in het vak Taalvaardigheidsontwikkeling. Dit vak volgde grofweg de taalvaardigheidsontwikkeling van baby tot en met basisschool, en tijdens een van de laatste colleges namen een paar gastsprekers van een Groningse stichting voor laaggeletterdheid het podium over. We kregen de korte documentaire “Letters die Dansen” van filmmaakster Rianne Aalbers te zien. In deze korte documentaire werden wij als studenten meegenomen in het dagelijks leven van Ricardo, Thierry en Simone, drie volwassenen die moeite hebben met lezen en schrijven.
Deze documentaire was intrigerend. Toen ik de passage van Wylan in mijn boek las, leek het voor mij op een uitzonderingsscenario. Je ziet immers niet direct dat iemand moeite heeft met lezen en schrijven. En toch betreft laaggeletterdheid ongeveer 3 miljoen Nederlanders tussen de 16 en 75 jaar.
“Kun jij dit even voor me opschrijven?”
Het is één ding om geen contract te kunnen lezen voordat je dit tekent, maar om ook nog eens voor je toekomstige baas verborgen te houden dat je laaggeletterd bent, is voor veel mensen nog het ergste. “Ik ben mijn leesbril vergeten”, “ik vul dit formulier thuis wel in” en “mijn goudvis heeft in mijn hand gebeten, kun jij dit even voor me opschrijven?”. Ondanks dat mensen het woord “schaamte” misschien niet direct op papier zouden herkennen, is het voor hen zeker wel voelbaar. Laaggeletterdheid betekent namelijk niet dat iemand helemaal niet kan lezen. Veel mensen kunnen het wel, maar lezen kost zoveel energie en concentratie dat een brief van twee pagina’s voelt als een halve marathon. En hoe vaker je lezen gaat vermijden, hoe groter de achterstand wordt en hoe moeilijker het wordt om hulp te vragen.
Hand in hand door Letterland
Als Nederland hebben wij de taak om ervoor te zorgen dat alle inwoners goed in de maatschappij kunnen meedraaien, dus ook op het gebied van geletterdheid. En daar zijn al een heleboel goede initiatieven voor. Zo zorgt het Taalhuis er bijvoorbeeld voor dat er in de regio Groningen vrijwilligers klaarstaan om gratis taaltrainingen te geven. Ook wordt er voor anderstaligen het project “Taalmaatjes” aangeboden door Humanitas Groningen.
Maar in plaats van alleen hulp aan te bieden voor het verbeteren van geletterdheid, kunnen er ook meer dingen worden ingericht op laaggeletterdheid. Zo deed ik dat laatst toen ik met één van mijn moeders vele creatieve uitdagingen kwam te zitten. Zij wilde graag in de wachtkamer van haar huisartspraktijk een vragenlijst uitdelen, om een globale inventarisatie van iemands klachten te kunnen maken voordat ze op het spreekuur zouden komen. Alleen één probleempje: er zijn bijna net zoveel laaggeletterden als voetbalclubs in de omgeving.
Dus met mijn vers vergaarde informatie ben ik aan de slag gegaan. In plaats van alleen de vragen op papier te zetten, kwam ook het idee om ze in te spreken, in zowel het Fries als het Nederlands. Nu kan iedereen in de wachtkamer gewoon een sloopbaar koptelefoontje van de Action op hun hoofd zetten en de vragenlijst invullen. Niemand die daar nog slachtoffer wordt van leespaniek.
Een heleboel mensen zouden veel beter kunnen meedraaien als we een paar kleine aanpassingen zouden doen aan de samenleving. Laat kaartautomaten bij een treinstation bijvoorbeeld de opties hardop voorlezen, of online formulieren de optie geven om het antwoord in te spreken en te transcriberen. En wellicht is er een abitieuze student ICT die een compact programma kan ontwikkelen voor het toelichten van medische bijsluiters, zodat niemand een Dikke van Dale hoeft te gebruiken om overdosis te voorkomen. Wylan, Ricardo, Thierry, Simone en nog heel veel anderen zouden daardoor met minder schaamte en veel meer vertrouwen kunnen meedoen in een samenleving die ook voor hén is ontworpen.
Meer lezen van Sylke? Ze schreef eerder over frisismen in haar Nederlands
