Skip to ContentSkip to Navigation
breed in kennis  -  sterk in techniek
Over ons Faculteit der Letteren
Header image Uit de collegebank geklapt

Fyona en Bregje ontdekken het werkveld (slot)

Datum:15 oktober 2026
Masterstudenten Bregje ten Boom en Fyona Geleynse
Masterstudenten Bregje ten Boom en Fyona Geleynse

Werken bij de DBNL

Op een zonnige septembermiddag hebben Bregje en Fyona een belafspraak met de DBNL (Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren). Om kwart voor drie zitten we klaar achter Bregjes laptop, in Fyonas woonkamer. We dachten ons goed gepositioneerd te hebben, maar moeten toch nog even met gordijnen schuiven zodat we niet overbelicht worden door de felle herfstzon. Henrieke Korten en Ai Ling Kloprogge hebben tijd vrijgemaakt om met ons te spreken over hun werk. Wij zijn eerst wel benieuwd: wat doen jullie eigenlijk? 

Henrieke begint: “Ik heb eigenlijk de vaagste rol, ben ik bang.” Ze is dienstcoördinator, oftewel eindverantwoordelijke voor DBNL. Dat betekent heel veel: ze moet de koers en de financiën bewaken, heeft contact met de bestuurlijke commissie en de commissie die over het aanbod van de DBNL gaat en ze zorgt voor zichtbaarheid van de DBNL binnen de Koninklijke Bibliotheek. Dit noemt ze het bestuurlijke gedeelte van de DBNL. Maar Henrieke houdt zich tevens bezig met de internationale neerlandistiek. Ze geeft presentaties over de collectie, bijvoorbeeld op het congres van de Taalunie of van de Caribische letterkunde. Tenslotte zorgt zij ook dat de toestemmingen van alle teksten in orde zijn, waardoor ze veel contact heeft met organisaties over auteursrechten. Zo breed kan één functie dus zijn!

Ai Ling houdt zich meer bezig met het voor de hand liggende werk van de DBNL. “Ik ben een bureauredacteur,” zegt ze. Zij en haar acht collega’s bewaken het proces van een digitaal bestand tot de uiteindelijke tekst die op de website komt. De DBNL werkt namelijk met een correctheidspercentage van 99.9%; elke tekst die ze overnemen moet eigenlijk foutloos zijn. Dat proces begint bij de scan van een boek, gaat door naar het voorcoderen, daarna naar een XML-bestand, daarna nog meer coderen en voorbereiding voor op de website tot dat het uiteindelijk klaar is. Dat hele proces kan wel een jaar duren. Maar vooral dat coderen is wat de DBNL uniek maakt in de wereld: alle belangrijke personen, titels, jaartallen en plaatsen worden gemarkeerd en aan elkaar gekoppeld op de website. Dat zorgt ervoor dat studenten, onderzoekers en andere geïnteresseerden gemakkelijk de hele DBNL kunnen doorspitten op één onderwerp. Dat klinkt ons allemaal nogal digitaal in de oren, maar je hoeft gelukkig geen digitale knobbel te hebben om bij de DBNL te werken. Zo hebben bij de bureauredactie de meeste mensen gewoon Nederlands of geschiedenis gestudeerd. 

Voor wie nog even de kennis van het DBNL op wil frissen (kijk hieronder naar een informatieve video)

Censuur bij de DBNL?

Met de documentaire die we in het Forum hadden gezien nog vers in ons hoofd, vragen wij ons af: hoe bepaalt de DBNL wat er in hun collectie hoort? En doen ze ook aan censuur? Het bepalen van de collectie is de taak van de adviescommissie. Die bestaat uit zo’n zes experts in Nederland en Vlaanderen, meestal werkzaam in wetenschap, erfgoed, of het bibliotheekwezen. De commissie geeft advies over wat er nog ontbreekt in de DBNL en wat er aan toegevoegd kan worden. Dat advies is niet bindend, maar wel leidend. Als het om een hele specifieke blinde vlek gaat, vraagt de commissie er weer andere experts bij. Zo is de DBNL nu bezig om meer teksten over en uit Belgisch Congo te implementeren, dus worden nu experts over Belgisch Congo geraadpleegd. 

“Wat betreft censuur…” begint Ai Ling. “Je kan álles vinden op de DBNL,” zegt Henrieke. De inhoud wordt namelijk niet gecheckt op juistheid. Er staan ook veel oude teksten uit de jaren ‘40 in, die bijvoorbeeld seksistische en nazistische ideeën bevatten. Henrieke noemt dat “ranzige dingen”, maar zegt dat ook die inhoud onderdeel is van onze geschiedenis en ons erfgoed. Ook daar moet onderzoek naar gedaan kunnen worden. Soms is er wel onopzettelijke censuur in de teksten die (nog) niet op de DBNL staan. Omdat voornamelijk gedrukte teksten gedigitaliseerd worden, worden de doelgroepen die moeilijker uitgegeven werden ook minder gerepresenteerd op de website. Zo circuleerden veel teksten van vrouwen voornamelijk in handgeschreven vorm, zonder gedrukt te worden. 

Tenslotte vragen we wat Henrieke en Ai Ling het leukst vinden aan werken bij de DBNL. Ze beschrijven beide dat ze het erg leuk vinden om alles zo toegankelijk te kunnen maken en te zien hoeveel de teksten gebruikt worden. Daardoor vraagt Bregje: “Houden jullie eigenlijk bij hoeveel de website gebruikt wordt? En verandert dat ook?” 

“Ja,” zegt Henrieke, “we zaten op 7 miljoen gebruiken per jaar, en dat is echt heel veel. Maar door het AI-overzicht van Google, klikken mensen niet meer door naar de website van DBNL. We zitten nog steeds zo rond de 5 miljoen gebruiken, maar voor veel vragen over bijvoorbeeld spreekwoorden, gebruiken mensen de informatie nog wel, maar onze website niet meer.”

decoratieve afbeelding

Bregje en Fyona hebben het werkveld ontdekt

Hiermee komt een einde aan deze blogserie! We hebben erg leuke excursies en afspraken gehad, en zijn erg dankbaar voor alle mensen die tijd hebben vrijgemaakt om ons iets te vertellen over hun werk. Dankzij het vak Werkterreinen in de master Neerlandistiek hebben we nu een veel beter beeld gekregen van het werkveld. Het is voor ons nogmaals bevestigd dat het een breed en divers werkveld is, waar kennis van de Nederlandse taal- en letterkunde op ontzettend veel verschillende manieren ingezet kan worden. We zijn benieuwd waar wij terecht zullen komen… 

Reacties

Reacties laden...
Deel dit Facebook LinkedIn