Skip to ContentSkip to Navigation
founded in 1614  -  top 100 university
Over ons Faculty of Science and Engineering Nieuws

Hoe een vrije informatiestroom onjuiste ideeën kan versterken

28 april 2026
Agenten hebben gedeeltelijke waarnemingen (lampjes) over de toestand van de wereld: groen of rood. Deze waarnemingen bepalen hun aanvankelijke overtuigingen: neigend naar groen of neigend naar rood. Agenten worden willekeurig aan elkaar gekoppeld, en de kans dat ze worden gekoppeld neemt toe naarmate hun overtuigingen meer op elkaar lijken. Vervolgens selecteren ze eerlijk zoveel mogelijk waarnemingen en wisselen die uit met hun tegenhanger. Beide agenten verwerken de nieuwe waarnemingen perfect en passen hun overtuigingen aan. Daarna vindt er een nieuwe koppeling plaats. | Beekd D, Grossi, PNAS

Het idee dat informatie vrij moet kunnen stromen is diep verankerd in het ontwerp van sociale media. De aanname is dat hoe meer informatie er wordt geproduceerd en gedeeld, hoe beter. Simulaties door een team van wetenschappers, waaronder hoogleraar Kunstmatige Intelligentie aan de Rijksuniversiteit Groningen Davide Grossi, tonen echter aan dat een onbeperkte informatiestroom onjuiste ideeën onder gelijkgestemden kan versterken. Het onderzoek is op 1 april gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het delen van informatie is altijd gunstig. Dat is het centrale uitgangspunt van digitale communicatieplatforms. Als gebruikers met elkaar willen communiceren, is geen enkele hoeveelheid gedeelde informatie te veel. Maar klopt dit uitgangspunt wel? Een team van sociale wetenschappers en computerwetenschappers gebruikte digitale agenten die onbeperkt en volkomen eerlijk informatie deelden om te onderzoeken hoe dit de ontwikkeling van juiste en onjuiste ideeën beïnvloedde.

Verminderde nauwkeurigheid van groepsopvattingen

‘Opvallend is dat ons model suggereert dat zelfs wanneer de agenten eerlijk en coöperatief zijn en over perfecte informatieverwerking beschikken, onbeperkte informatie-uitwisseling de collectieve opvattingen van de groep minder nauwkeurig kan maken’, legt Davide Grossi uit. De simulaties werkten met binaire informatie (waar of onwaar). Bovendien hadden de agenten een voorkeur om met gelijkgestemde agenten te communiceren.

‘In het model bevindt de wereld zich in een binaire toestand,’ zegt Grossi. ‘Bijvoorbeeld: het regent of het regent niet. Bovendien geloven de agenten dat het met een bepaalde waarschijnlijkheid regent.’ Bij het uitwisselen van informatie communiceren agenten die geloven dat het regent vaker met elkaar. Daardoor zijn ze er uiteindelijk sterker van overtuigd dat het inderdaad regent. Grossi: ‘Dat effect zou minder sterk zijn als agenten enigszins beperkt zouden zijn in het aantal waarnemingen dat ze kunnen uitwisselen.’ Dit toont aan dat onbeperkte informatie-uitwisseling de nauwkeurigheid van groepsopvattingen kan verminderen, met name in sociaal homogene omgevingen.

Democratische principes

Bovendien wordt in dergelijke omgevingen de groep met een onjuiste overtuiging verder van de waarheid afgedreven, omdat zij waarnemingen blijven uitwisselen die wijzen op een onjuist begrip van de wereld. De groep met de juiste overtuiging daarentegen komt steeds dichter bij het herkennen van de juiste toestand van de wereld. Grossi: ‘Dit betekent dat er een vorm van polarisatie optreedt als gevolg van de gecombineerde werking van het bij voorkeur communiceren met gelijkgestemden en onbeperkte uitwisseling van waarnemingen, omdat groepen met vergelijkbare overtuigingen de neiging hebben hun eigen meningen te versterken.’

Deze bevindingen bij digitale agenten vormen volgens Grossi en zijn collega’s een waarschuwing voor digitale communicatieplatforms: ‘Omdat deze negatieve effecten zelfs optreden bij agenten die informatie perfect en coöperatief verwerken, bestaat er een aannemelijk risico op nog ernstigere gevolgen in de minder ideale context van de echte wereld.’

Grossi concludeert dat wetenschappelijke methoden meer dan ooit nodig zijn om de complexe sociale fenomenen te begrijpen die door sociale media worden veroorzaakt, en om het ontwerp van platforms te ondersteunen die beter aansluiten bij democratische principes. ‘Inzicht in hoe digitale communicatieplatforms collectieve overtuigingen en gedrag beïnvloeden is essentieel voor de ontwikkeling van digitale tools die onze samenlevingen beter dienen.’

Referentie: Jonas Steina, Shannon Cruz, Davide Grossic en Martina Testori: Free information disrupts even Bayesian crowds. Proceedings of the National Academy of Sciences, 1 april.

Laatst gewijzigd:28 april 2026 16:55
View this page in: English