Skip to ContentSkip to Navigation
Society/businessScholierenacademieStudentsProfielwerkstukExploring and setting up

Gedachtenexperimenten

Geen experimenten, maar filosofie vanuit je luie stoel: Armchair philosophy. Hoe kun je onderzoek doen - en dus conclusies trekken over de wereld om je heen - zonder een fysiek experiment te doen?

Kunnen we iets zeker weten?

Een bekend voorbeeld van armchair philosophy is het gedachte-experiment van René Descartes. Waar kunnen we echt zeker van zijn? Niet van de kennis die we via onze zintuigen verkrijgen. Volgens Descartes kunnen deze zintuigen namelijk makkelijk gemanipuleerd worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een optische illusie, een rechte stok lijkt onder water gebogen te zijn.  Is er ook kennis die niet te manipuleren is? Een driehoek heeft drie hoeken, twee plus twee is vier: hier kun je toch onmogelijk aan twijfelen? Niet volgens Descartes: stel dat er een gemene demon is, een soort God die de mens voortdurend voor de gek probeert te houden. Deze demoon zou ons kunnen laten denken dat twee plus twee vier is, terwijl het eigenlijk vijf is, of zeven. Dit betekent volgens Descartes dat we ook aan ogenschijnlijk zekere kennis moeten twijfelen. Is er überhaupt iets waar we zeker van kunnen zijn? Dit zou een interessant onderwerp zijn voor je profielwerkstuk. Zijn er dingen in deze wereld waar we zekere kennis van kunnen hebben? Wat zou Descartes hierover zeggen en hoe reageren sceptici hierop? Hoe kun je dit aanpakken? Probeer bijvoorbeeld een dialoog te schrijven tussen twee filosofen of fictieve figuren waarin de standpunten van beiden goed naar voren komen!

Descartes trekt conclusies over de wereld met behulp van niks anders dan zijn gedachten. Hij experimenteert zonder instrumenten te gebruiken.  Dit noemen we gedachte-experimenten. Hoe kan deze manier van onderzoek doen nog meer van pas komen?

Mary de kleurenwetenschapper

Mary is kleurenwetenschapper. Ze weet alles van kleuren. Ze weet waarom tomaten rood zijn, wat er in onze hersenen gebeurt als we rood waarnemen en hoe we de termen ‘rood’ en ‘blauw’ gebruiken. Mary zit al haar hele leven opgesloten in een kamer waar alles zwart-wit is en ze bekijkt de wereld via een zwart-wit televisiescherm. Stel nu dat ze haar kamer verlaat en dus een wereld vol kleur binnenstapt, leert ze dan iets nieuws?

Dit gedachte-experiment is een mogelijk argument tegen fysicalisme. Fysicalisme gaat ervanuit dat alles in de wereld volledig te beschrijven is aan de hand van fysische eigenschappen. Maar is er niet meer? Mary weet alles van de fysische eigenschappen van kleur, maar in haar zwart-witte kamer weet ze niet hoe de kleur rood er uit ziet. Het lijkt erop dat geen enkele fysische verklaring, hoe compleet ook, kan beschrijven wat er precies in ons hoofd gebeurt, hoe wij dingen waarnemen. Wanneer we stellen dat Mary iets nieuws leert wanneer ze de kamer uitstapt, houdt het fysicalisme geen stand.

Het voorbeeld van Mary bewijst dat gedachte-experimenten heel waardevol kunnen zijn om (gevestigde) theorieën te toetsen. Een gedachte-experiment is daarom een goede toevoeging aan je profielwerkstuk: wat zijn de consequenties van een gedachte-experiment en zijn er mogelijke tegenargumenten?

Onderzoek


We hebben gezien dat gedachte-experimenten directe kennis op kunnen leveren, zoals bij Descartes, maar ook dat ze kunnen functioneren als test van je theorie, zoals bij Mary de kleurenwetenschapper. Om je theorie te testen kun je er gedachte-experimenten op los laten. Bedenk een (hypothetische) situatie waarin je theorie misschien tegen moeilijkheden aanloopt. Wanneer je bijvoorbeeld stelt dat ‘liegen altijd verkeerd is’ kun je een situatie bedenken waarin het geoorloofd lijkt om te liegen. Kun je argumenten bedenken waarmee je theorie toch te verdedigen is? Of zijn deze moeilijkheden onoplosbaar en moet je de theorie aanpassen? Levert een gedachte-experiment een paradox op, dan betekent dit dat er waarschijnlijk nog eens goed naar de theorie gekeken moet worden.

Paradoxen


Wat betekent het als de uitkomst van je onderzoek ‘paradoxaal’ is? Een goed voorbeeld is de leugenaarsparadox. Neem de zin ‘deze zin is onwaar’. Als deze zin waar is, moet hij onwaar zijn. Maar als we zeggen dat de zin onwaar is, dan moet hij juist waar zijn! Deze zin lijkt dus tegelijkertijd waar én onwaar te zijn. Je kunt deze paradox op verschillende manieren verwoorden, bedenk je bijvoorbeeld eens of de zin ‘ik ben een leugenaar’ waar of onwaar is. Je kunt voor je profielwerkstuk kijken naar beroemde paradoxen in de filosofie. Is er een mogelijk oplossing voor een paradox? Zo ja, vind je deze oplossing overtuigend?

Meer weten?


Heb je vragen over het schrijven van je profielwerkstuk? Mail dan naar alfasteunpunt@rug.nl!

Laatst gewijzigd:01 juli 2019 10:04