Het laatste dat ik wil worden

“Wil je dan docent worden?” De kans is groot dat je als neerlandicus deze vraag voor je kiezen hebt gekregen wanneer je anderen vertelde over je studiekeuze. En meteen zitten ze hoog in je irritatiezone. Het is een clichévraag, die voortkomt uit een bekrompen beeld over wat je allemaal zou kunnen met een studie in de neerlandistiek. De kans is groot dat je op de clichévraag hebt gereageerd met een clichéantwoord: “Nee, bah. Docent is wel het laatste dat ik wil worden.”
Een zoektocht naar de juiste motivatie
Toen ik in een donkergrijs verleden (2013) aan mijn bacheloropleiding Nederlandse Taal en Cultuur begon, destijds in Amsterdam, had ik dat ook. Ik voelde de drang om te bewijzen dat je meer kunt doen met de studie dan de kennis uit tweede (derde, vijfde of honderdachtentwintigste?) hand door te geven aan ongeïnteresseerde pubers. Ik wilde iets vets doen met de taal. Uitgeven. Misschien zelf schrijven. Mijn taligheid inzetten om mensen te verbinden. Dit sentiment proefde ik bij mijn medestudenten destijds, maar ook weer toen ik in 2025 aan de RUG dan toch maar begon aan de Educatieve Master Nederlands.
Ja, ik ben gezwicht. Na mijn bacheloropleiding heb ik het geprobeerd. Communicatie, marketing, copywriting, maar ik kon er maar niet aarden. Ik miste iets. Iets waar ik energie van kreeg. In gesprekken met anderen merkte ik dat iets dat ik jaren geleden al had verworpen, nu stiekem toch wel prikkelde. Ik begon te twijfelen: “moet ik dan toch…?”
Totdat ik het op een verjaardag uitsprak: “Ik denk erover om misschien het onderwijs in te gaan.” Bam! De woorden waren eruit en ineens was het echt. Dat ene moment herinnerde mij eraan wat ik zo machtig vond aan taal: een paar woorden zetten gedachten om in realiteit. Een doel. Een plan. En binnen een paar maanden kwijnde ik niet meer weg achter een laptop met de angst dat ik steeds minder zelf mocht schrijven, omdat Claude nu eenmaal efficiënter is in het produceren van zielloze bedrijfsteksten, waar ik alleen nog maar de taalfouten uit hoefde te halen.
Mijn passie voor taal, die ik wel benoemde op sollicitatiegesprekken, maar al jaren niet meer had gevoeld, leefde weer op. Het taalvaardigheidsprobleem dat ik bij collega’s had gezien, registreerde ik niet meer als een probleem, maar als een uitdaging om te tackelen bij de volgende generaties. Ik kon mijn passie voor taal toepassen op een manier waarop ik zou bijdragen aan de maatschappij, in plaats van slechts de portemonnee van een baas. Plots had ik weer motivatie.
Terug de schoolbanken in om ervoor te staan
Er was een aantal routes beschikbaar naar het docentschap. Ten eerste kun je na een master de opleiding LVHO (Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs) volgen. Ik heb er echter voor gekozen om het via de educatieve masteropleiding te doen. En dat had voordelen voor mij.
Binnen de tweejarige master volg je het eerste halfjaar vakken samen met de studenten van de master Neerlandistiek. Dat vond ik heerlijk. Niet alleen was het al een decennium geleden dat ik voor het laatst in de schoolbanken had gezeten, het was voor mij tevens een manier om oude kennis op te halen en uit te breiden. Ik werd met mijn neus op de feiten gedrukt: ik wist niet alles meer. Sterker nog: ik moest zowaar opnieuw leren te leren, iets dat ik al even niet meer had gedaan. En de stage? Die zou ik sowieso vanuit de lerarenopleiding volgen, dus dat betekende een half jaar extra ervaring in het onderwijs.
Maar het mooiste aan dit traject was het verschil in perspectieven onder ons als studenten. We keken heel erg anders naar verschillende onderwerpen. Ja, ik heb mijn best gedaan om alle vakken zo veel mogelijk te betrekken op het onderwijs. Bij het vak Onderzoekscollege Taalbeheersing heb ik de stof continu bekeken met de bril van een docent in wording, kijkend naar hoe ik deze kennis kon toepassen op mijn toekomstige functie. Ook mijn onderzoeken voor de Tutorial-vakken en scriptie heb ik zo veel mogelijk laten aansluiten op het onderwijs en dat heeft me geholpen voorbereid voor de klas te staan.
Gelukkig denkt niet iedereen hetzelfde. Juist de andere interesses van mijn medestudenten lieten mij weer zien hoe veelzijdig een talenstudie is en op hoeveel manieren je er iets van betekenis uit kan halen. Dat is een van de waardevolste lessen geweest.
Het feit dat ik communicatiemedewerker, marketeer en copywriter ben geweest, zie ik niet als verspilde tijd. Het is waardevol om te weten waar je écht energie van krijgt. Op basis daarvan kun je bepalen wat je wilt gaan doen. Ook al kost dat soms wat tijd. Ik ben nu al veel geweest, maar mijn pad is duidelijk: docent is het laatste dat ik wil worden.
