Meer ijs op Antarctica door toename in sneeuwval

Al enkele decennia neemt de totale ijsmassa van Antarctica sterk af. Dit komt voornamelijk doordat de ijsplaten, op het water drijvende uitlopers van landijs, door de hoge temperatuur van de oceaan van onderen afsmelten, dunner worden en afbreken. Maar metingen laten zien dat sinds 2020 de totale ijsmassa op Antarctica niet meer afneemt. Een recent onderzoek van het KNMI samen met de Rijksuniversiteit Groningen en andere instituten laat de oorzaak zien van deze opvallende stagnering: een sterke toename van sneeuwval. Deze toename komt vooral doordat zogeheten ‘atmosferische rivieren’ extra vochtige lucht naar de ijskap vervoeren.
FSE Science Newsroom | Tekst KNMI
Gedetailleerde metingen met satellieten laten vanaf 2002 een duidelijke langjarige afname in de totale ijsmassa van Antarctica zien. Deze afname is niet gelijkmatig. Op Oost-Antarctica groeit de ijsmassa, terwijl West-Antarctica en het Antarctisch schiereiland ijs verliezen. Nauwkeurige analyses tonen aan dat door warm oceaanwater drijvende ijsplaten afsmelten, waardoor ze eerder afbreken. Dit lijkt de voornaamste oorzaak is van de massa-afname van de Antarctische ijskap.
Het verdwijnen van de drijvende ijsplaten heeft tot gevolg dat het landijs sneller naar de kust stroomt, waardoor de ijskap als geheel dunner wordt. Het gesmolten ijs zorgt zo voor een stijging van de zeespiegel, met grote gevolgen voor ver weg gelegen gebieden zoals Nederland. De afname van ijsmassa verloopt echter niet gelijkmatig, vooral door variaties in de hoeveelheid sneeuwval op Oost-Antarctica.

Omslagpunt in 2020
Satellietgegevens laten vanaf 2020 een breuk zien in de dalende trend die er vanaf het begin van de metingen in 2002 was. De sneeuwval op Antarctica neemt sinds 2020 zo sterk toe dat het totale ijsmassaverlies de laatste jaren stagneert. De vraag was hoe die plotselinge toename in sneeuwval te verklaren valt.
De nieuwe studie van het KNMI, de Rijksuniversiteit Groningen en partners gebruikt fijnmazige atmosfeermodellen om de processen die neerslag veroorzaken op Antarctica goed na te bootsen, waarbij vooral gekeken is naar atmosferische rivieren. Dit zijn langgerekte gebieden die enorme hoeveelheden vocht naar het Antarctisch continent transporteren en daar veel sneeuwval veroorzaken. De studie laat zien dat sinds 2000 zowel het aantal als de intensiteit van atmosferische rivieren is toegenomen, wat de toegenomen sneeuwval gedeeltelijk kan verklaren.

Rol van zee-ijs
Door de opwarming van de Zuidelijke Oceaan neemt de hoeveelheid zee-ijs rond Antarctica af. Meer open water leidt tot meer verdamping en dus meer vocht in de atmosfeer. De onderzoekers gebruikten ook hier een fijnmazig model om het effect van zee-ijs op atmosferische rivieren na te bootsen. Het blijkt dat in het model zonder zee-ijs deze ‘rivieren’ meer vocht van de oceaan opnemen, wat leidt tot een toename in sneeuwval op het continent. De afname van zee-ijs draagt zo bij aan meer neerslag op het continent, en daarmee aan een toename in de ijsmassa van Antarctica.
De toegenomen activiteit van atmosferische rivieren lijkt echter een grotere rol te spelen dan veranderingen in de hoeveelheid zee-ijs. Er zijn nog allerlei details en ook andere relevante processen die nog verder onderzocht moeten worden om het omslagpunt in sneeuwval rond 2020 definitief te verklaren. De toekomst zal uitwijzen of de toename in sneeuwval tijdelijk is of inderdaad een verandering in de langetermijntrend markeert.
Referentie: Marlen Kolbe, Jose Abraham Torres Alavez, Ruth Mottram, Marwan Katurji, Richard Bintanja & Eveline C. van der Linden: Atmospheric rivers and winter sea ice drive recent reversal in Antarctic ice mass loss. Communications Earth & Environment, online 3 februari 2026.
Meer nieuws
-
30 maart 2026
Vlieg als een uil om je nek te versterken
-
25 maart 2026
Waarom zeehonden met hun snorharen wiebelen