Skip to ContentSkip to Navigation

Centre of expertise CIBIF

Faculty of Economics and Business
Blog
Header image Centre of Expertise CIBIF

Fossiele energiebedrijven kunnen slechts beperkt investeren in de energietransitie

Date:03 September 2020
Author:dr. Auke Plantinga

Fossiele energiebedrijven zoals Exxon Mobil, BP, Total of Shell kunnen slechts in beperkte mate een bijdrage leveren aan de investeringen die nodig zijn voor de energietransitie. Dat concluderen Bert Scholtens en Auke Plantinga van het CIBIF - een research centre van de RUG - in Climate Policy. ‘Nationale overheden hoeven niet te rekenen op fossiele energiebedrijven als het gaat om de financiering van duurzaam energiesysteem. Het optimisme van sommige olieconcerns ten aanzien van hun bijdrage aan de toekomstige energievoorziening is misplaatst. De winstgevendheid van die bedrijven neemt bij een energietransitie sterk af en daarmee ook hun mogelijkheden om te investeren’, zegt Scholtens, hoogleraar Sustainable Banking and Finance.

Scholtens en Plantinga onderzochten de invloed van het terugtrekken van beleggingen uit fossiele bedrijven op de rendementen van beleggers. Ze bestudeerden bijna 7.000 bedrijven over een periode van veertig jaar. Zij concluderen dat beleggers hun investeringen in fossiele energiebedrijven kunnen terugtrekken zonder financiële schade op te lopen.

Nauwelijks verschil

Een belangrijk bevinding is dat de beleggingsresultaten van fossiele energiebedrijven nauwelijks afwijken van die van andere bedrijven. Hoewel de rendementen op beleggen in fossiele energiebedrijven in het verleden meestal hoger waren, blijkt dit verschil gecorrigeerd voor risico te verdwijnen. Plantinga en Scholtens bestudeerden ook wat de gevolgen zijn voor de rendementen als de belegger zijn aandelen van fossiele energiebedrijven afstoot. Dat blijkt geen significante invloed te hebben op het risico en het rendement van een verder goed gediversifieerde internationale portefeuille. Het verwijderen van fossiele energiebedrijven uit de beleggingsportefeuille heeft nauwelijks invloed op het totale financiële risico.

Winstgevendheid daalt

Plantinga en Scholtens onderzochten ook hoe een snelle of juist een trage energietransitie de beleggingsresultaten beïnvloed. Daarvoor ontwikkelden ze scenario’s die gebaseerd zijn op de groei of krimp van het aantal in gebruik zijnde olieboorplatforms. Ook dan blijkt dat, ongeacht het scenario, de verschillen tussen de beleggingsresultaten van portefeuilles met en zonder fossiele energiebedrijven niet significant zijn. Verder concluderen Plantinga en Scholtens dat de winstgevendheid en investeringen van fossiele energiebedrijven sterk afnemen bij een soepele energietransitie.

Strenge maatregelen

‘Deze resultaten maken het mogelijk om strengere maatregelen te nemen om beleggers aan te moedigen hun aandelen in fossiele energiebedrijven af te stoten’, stelt Scholtens. ‘Het afstoten van deze aandelen blijkt immers niet strijdig met het doel van institutionele beleggers om bijvoorbeeld een goed pensioen tegen een acceptabel financieel risico voor hun deelnemers te genereren.’

Reken niet op de fossiele energiebedrijven

Plantinga en Scholtens constateerden dat nationale overheden niet hoeven te rekenen op fossiele energiebedrijven als het gaat om de financiering van een transitie van het energiesysteem. Zij concluderen dat bij zo’n transitie de winstgevendheid van die bedrijven sterk afneemt en daarmee ook hun mogelijkheden om te investeren. Scholtens:  ‘Het is maar zeer de vraag of deze bedrijven voldoende financiële middelen hebben om hun eigen bedrijfsvoering drastisch te veranderen. Het lijkt daarnaast voor de samenleving onwenselijk om de financiering van de energietransitie afhankelijk te maken van een bedrijfstak met zeer onzekere vooruitzichten.’

Misplaatst optimisme

Overheidsbeleid gericht op het afstoten van aandelen van fossiele energiebedrijven vormt volgens Plantinga en Scholtens echter geen alternatief voor klimaatbeleid. Overheden zullen volgens hen een grotere en actievere rol moeten spelen bij het financieren van de energietransitie. Het optimisme van sommige olieconcerns ten aanzien van hun bijdrage aan de toekomstige energievoorziening achten zij misplaatst. Het afstoten van de aandelen hiervan door beleggers zal de kosten van de exploratie en exploitatie van fossiele energie doen stijgen. Dat maakt duurzame energiebronnen relatief goedkoper en daardoor aantrekkelijker.

Meer informatie

Auke Plantinga en Bert Scholtens zijn werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Contactinformatie: a.plantinga@rug.nl, l.j.r.scholtens@rug.nl

De volledige publicatie: Auke Plantinga, Bert Scholtens, 2020. The financial impact of fossil fuel divestment. Climate Policy.  DOI 10.1080/14693062.2020.1806020

About the author

dr. Auke Plantinga
dr. Auke Plantinga
dr. Auke Plantinga, Director CIBIF
/staff/a.plantinga/