Skip to ContentSkip to Navigation
Alumni Support research and education Groningen University Fund

Op studiereis dankzij het GUF

Malawi, Mulanje - Anke Klaske van Veen - Tropencoschap

Malawi, Mulanje

Afgelopen acht weken heb ik mijn tropencoschap gelopen in het Mulanje Mission Hospital in Malawi. Ik heb enorm veel geleerd en het was een levenservaring die ik nooit meer zal vergeten. Mijn doel was om een zo’n breed mogelijk beeld te krijgen van de gezondheidszorg in de de tropen. Ik heb er daarom voor gekozen om zo veel mogelijk verschillende dingen bij te wonen. Zo heb ik een week op de mannenafdeling, de vrouwenafdeling, de kinderafdeling en op obstetrie en gynaecologie gestaan. Hier heb ik veel zaalervaring opgedaan en ook kennis gemaakt met veel ziektebeelden die ik eerder nog niet of zelden had gezien. Denk hierbij aan ziektebeelden als tuberculose, HIV, AIDS, malaria, tyfus en ondervoeding. Ik denk dat het ook belangrijk is om kennis te hebben van deze ziektebeelden als je in Nederland gaat werken, want mensen reizen tegenwoordig de hele wereld over en lopen hierdoor ook tropische ziektes op. Je klinische blik verbetert hier ook enorm.

Malawi, Mulanje

Aangezien er veel minder diagnostische middelen beschikbaar zijn dan in Nederland, leer je veel van het lichamelijk onderzoek. In plaats van dat je bij iedereen zo maar een hemoglobine prikt, kijk je hier eerst bij iedere patient naar de conjunctiva of die bleek zijn of niet. Ook heb ik diverse keren een splenomegalie gezien, die ik in Nederland nog nooit had gezien. Naast het werk op de afdeling heb ik veel meegekeken bij de outpatient department, een soort spoedeisende hulp. Dit was enorm leerzaam, want hier kwam je veel verschillende casuistiek tegen.

Mulanje, Malawi

Ook heb ik diverse preventieve gezondheidsprojecten bijgewoond. Zo ben ik mee geweest op outreach waar we onder andere jonge kinderen hebben gevaccineerd, anticonceptie uitdeelden, zwangerencontroles uitvoerden, HIV testen deden en ook de diabetes en hypertensie screening vond hier plaats. Ook heb ik mee gekeken bij de HIV medicatie kliniek, de palliatieve polikliniek en de antenatale polikliniek. Tevens ben ik mee geweest met het insprayen van huizen mat antimalaria spray, om hiermee het aantal malaria casussen te verminderen. Het was ook erg prettig dat er een Nederlandse tropenarts in het ziekenhuis aanwezig was, zodat je naar iemand toe kon gaan als er iets aan de hand was. Ook werd er veel aandacht besteed aan onderwijs, wat erg leerzaam was.

Malawi, Mulanje

Naast alle medisch inhoudelijke kennis die ik hier heb opgedaan, heb ik ook enorm veel geleerd van de Malawiaanse cultuur. Tijdens mijn stage heb ik gedurende drie weken met vijf Malawiaanse geneeskunde studenten in huis gewoond en met hen heb ik veel gesprekken gevoerd over de Malawiaanse cultuur en de verschillen met Nederland. Dit was erg leerzaam en dit zijn dingen die je alleen maar kunt leren door op tropencoschap te gaan. Dit coschap heeft mijn kijk op de wereld zeker veranderd en ik ben hierdoor ook zeker gegroeid in mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik heb het enorm naar mijn zin gehad in Malawi en ik raad toekomstige studenten ook zeker aan om op tropenstage te gaan. Het is een onvergetelijke ervaring!

Belgium, Ghent - Daan Bunt - Faculty of Science and Engineering

Belgie, Gent

In the months of September, October and November of 2019, I stayed in Ghent, Belgium, to work in the research group of prof. Johan Winne. I came into contact with prof. Winne through my Master research project’s supervisor, prof. Minnaard.
Prof. Winne was happy to take me into his research group to do my second research project. We decided that I would work alongside one of his PhD students, according to what would be available during my stay. Upon my arrival, I met up with my daily supervisor, who is working on a specific type of cycloaddition reaction in the field of synthetic organic chemistry. I was asked to design my own project within this topic, which I then worked on for the rest of my stay in Ghent.
Although the results were mostly disappointing and caused some frustrations, it was an interesting project. Most importantly, I learned new chemistry, obtained new skills and made new useful contacts within the university and chemistry department. Besides the research itself, the exchange has also been a valuable experience.

Belgie, Gent

I am a native Dutch speaker, and although Dutch is also spoken in Ghent, there are some significant differences in the pronunciation and use of the language. This is especially difficult when talking to people that speak in dialect, which is very common in Flanders. It took me several weeks to get used to the way of speaking, in order to conversate with people confidently.
The professor, my supervisor and the majority of the research group were Dutch-speaking Belgians, so I mostly spoke Dutch at the university, although there were also international group members. In my residence there were no Dutch speakers, so there I only spoke English.

Belgie, Gent

I was appointed a room in one of the residences provided by the University of Ghent, in which only exchange students are housed. This meant that I shared one floor and a kitchen with around 20 other exchange students from (mostly) other European countries. Although we had different schedules
(I worked fulltime), we got along very well and we got together on a regular basis.
Although the Netherlands and Belgium are neighboring countries, I found there to be significant differences in culture, especially in work-related areas. Since my internship started when the academic year had not yet begun, I initially assumed that the relaxed working environment was a result of the holidays. However, this was not the case, as I discovered that the Belgians have a much more relaxed attitude when it comes to working, compared to the Netherlands. There is a greater tendency for social interactions and activities during the workday, and I found that people take full advantage of their lunch break. Although it made me feel uncomfortable initially, I soon started to see the benefits of it. This lifestyle was also reflected outside of the workplace, where I noticed a more relaxed atmosphere in traffic, on the streets, in the city center, etc.
I am very grateful for the financial support that I received from the GUF. Without this support, I would not have been able to stay in the university residence for exchange students. I consider my stay in this residence to have been of great importance for my overall wellbeing, as it allowed me to get into contact with great people from all over the world, on a daily basis.

Uganda, Mukono - Marthe - Public health internship

Van 29 juli tot en met 20 september 2019 heb ik met behulp van een GUF subsidie een stage sociale geneeskunde, als vast onderdeel van de master Geneeskunde, in het Mukono Health Center IV in Uganda gelopen. Het meemaken van de gang van zaken in een Afrikaans health center was een hele ervaring, waar ik veel van heb mogen leren. De belangrijkste dingen die ik heb geleerd bestaan niet uit medisch-inhoudelijke zaken, maar vooral uit het begrijpen van culturele verschillen en jezelf daar zo goed mogelijk aan proberen aan te passen, om zo de gedachtegang achter bepaalde beslissingen en handelingen beter te kunnen begrijpen.

Dat de nadruk op andere dingen lag dan medisch inhoudelijke leerpunten kwam deels doordat het ziekenhuis hier minder ver ontwikkeld is dan in Nederland, maar voornamelijk doordat ik weinig medische handelingen heb uitgevoerd vanwege het gebrek aan goede supervisie. Oegandese medische studenten in het health center in Mukono werken vanaf dag 1 zelfstandig en vragen nauwelijks supervisie. Wanneer ik als medische student aan een medewerker van het health center vroeg of ik mee kon lopen, werd er daarom vanuit gegaan dat ik, als bijna afgestudeerd arts, het spreekuur zelfstandig zou doen of spiralen in mijn eentje zou plaatsen. Ik ben hier de hele stage erg voorzichtig mee geweest en heb daardoor goed geleerd hoe ik op een nette manier mijn grenzen aan kan geven en om supervisie moet vragen. Ik ben achteraf gezien nog steeds erg blij dat ik geen handelingen heb uitgevoerd die ik in Nederland ook niet zonder supervisie uit zou voeren.

Naast het aangeven van grenzen heb ik geleerd wat de invloed van culturele verschillen op de gezondheidszorg kan zijn. Zo is een arts in Uganda duidelijk de baas binnen het consult, worden er nauwelijks vragen aan de patiënt gesteld en is er absoluut geen ruimte voor shared-decision making, waar je als arts in Nederland niet meer zonder kunt. Ook speelt privacy een veel minder grote rol, zo liggen er 6 vrouwen naast elkaar te bevallen zonder gordijnen tussen de bedden en worden spiralen geplaatst voor een open raam. Omdat de artsen en verpleegkundigen veel meer aanzien hebben in Uganda accepteren patiënten deze situaties, terwijl de arts in Nederland na zo’n situatie al lang zou zijn aangeklaagd.

Ook is het erg leerzaam geweest om te zien tegen welke problemen de medewerkers in het health center aanlopen en hoe deze vervolgens worden opgelost. De eerste weken zag ik met mijn Westerse blik meteen oplossingen voor allerlei problemen, maar gedurende de stage leerde ik begrijpen dat deze oplossingen vaak helemaal niet mogelijk zijn. Hierdoor heb ik leren waarderen hoe de medewerkers in het health center met veel improvisatie in hun situatie toch optimale gezondheidszorg kunnen leveren. Ook is mijn mening over ontwikkelingswerk deels veranderd door deze stage. Ik heb gezien hoe belangrijk de materialen en medicatie gesponsord door onder andere USAID of Tupange zijn voor het health center, maar aan de andere kant maken deze materialen de health centers ook extreem afhankelijk van de sponsoren. Wanneer het geld of de materialen van de sponsoren op zijn, kan er vanwege gebrek aan geld vanuit de overheid, matige organisatie en planning niet op tijd voor nieuwe materialen gezorgd worden, wat de gezondheidszorg zeker niet ten goede komt. Ik heb door deze stage ingezien dat ik als arts moeite zou hebben met bovenstaande situaties en daarom niet geschikt zou zijn voor het werken in de tropen.

Al met al heb ik tijdens deze stage in Uganda veel geleerd en had ik de afgelopen weken niet willen missen. Ik wil hierbij het Groninger Universiteitsfonds bedanken voor het toekennen van de beurs waarmee ik een groot deel van de kosten heb kunnen vergoeden. Ik ben ervan overtuigd dat alle ervaringen die ik hier heb opgedaan mij zullen helpen in de verdere ontwikkeling tot een professioneel en kundig arts.

Zweden, Uppsala - Adriaan Jaarsma - MSc Biomolecular Sciences

Dit jaar heb ik een research project gedaan in Zweden met subsidie van het Groninger Universiteitsfonds. Als onderdeel van mijn master moet ik twee van dit soort projecten afronden, waarvan de eerste aan de RUG. Ik besloot naar het buitenland te gaan voor het tweede project, voornamelijk om mijn horizon te verbreden. De keuze viel al snel op Uppsala in Zweden. Niet alleen sprak de mooie stad en omgeving mij aan, doorslaggevend was vooral het interessante onderwerp bij de afdeling Microbiologie. Bij de groep van Sanna Koskiniemi kon ik me richten op Contact-Dependent Inhibition (CDI). Dit is een mechanisme dat bacteriën gebruiken om de groei van andere soorten bacteriën te remmen. Ik heb onderzoek gedaan naar biotechnologische toepassingen van dit systeem. Het paste een beetje in het straatje van mijn eerste project bij Moleculaire Genetica, maar dit keer met een andere invalshoek. Achteraf gezien ben ik erg tevreden met het project, en ook zeker het resultaat. Ik heb erg veel geleerd op het lab, zowel in theorie als de praktische vaardigheden.

Zweden, Uppsala

Ook buiten het lab heb ik veel opgestoken. Wat me opviel is de focus op een gezonde balans tussen werk en ontspanning, typisch voor Zweden. Om productief te blijven wordt er niet teveel overgewerkt, wordt er veel tijd besteed aan kinderen en wordt sporten aangemoedigd door de werkgever.
Ik heb daarnaast erg genoten van de natuur in de omgeving, en ben vaak gaan wandelen in de bossen net buiten de stad. Verder ben ik een paar keer naar Stockholm geweest en heb ik in de vakantie een Interrail trip gedaan door Noorwegen en Denemarken.
Al met al was het een hele leuke en leerzame tijd, zowel op vakinhoudelijk gebied als persoonlijke ontwikkeling. Ik hou deze universiteit/groep ook zeker als optie om later in mijn loopbaan nog een keer naar terug te keren. Ik wil het Groninger Universiteitsfonds dan ook graag bedanken voor de financiële steun!

Ghana, Berekum - Hadewych Schermann - Coschappen

Activiteit
14 weken coschappen in het Holy Family Hospital in Berekum, Ghana. Dit bestond uit een tropenstage: 2 weken spoedeisende hulp, 1 week interne geneeskunde, 3 weken verloskunde en 2 weken in een perifeer ziekenhuis. En daarna het verdiepende deel van mijn semi-artsstage: 6 weken spoedeisende hulp.

Taken
Eerst heb ik een tijdje meegekeken: kennisgemaakt met de meest voorkomende ziektebeelden, en de behandelrichtlijnen in Ghana. Daarna heb ik meer praktische ervaring opgedaan: eigen patiënten zien, assisteren bij keizersnedes, en ik heb ook een aantal bevallingen mogen begeleiden.
Mijn verdiepingsstage stond in het teken van zelfstandig aan het werk zijn (onder supervisie uiteraard). Ik heb zelf rondes gelopen, nieuwe patiënten opgenomen en een aantal avond/nachtdiensten gedaan.

Ghana, Berekum

Ervaringen
Ik heb heel veel van deze stages geleerd omdat Ghana werkelijk een andere wereld is dan Nederland, zowel in medisch als cultureel opzicht.
De ziektebeelden zijn anders dan in Nederland: ten eerste zijn er natuurlijk de tropische ziektebeelden als malaria, tyfus, HIV en tuberculose. Ten tweede wachten patiënten langer om naar het ziekenhuis te komen (vaak wordt eerst een ‘herbal doctor’ geconsulteerd), waardoor er meer ernstig zieke patiënten binnenkomen op de spoed. Vaak hebben ze daardoor meerdere ziektebeelden tegelijk, en krijgen de artsen niet helder wat precies de diagnose is. Dat komt niet door onkunde, maar door een gebrek aan middelen. De beschikbare labonderzoeken zijn beperkt, een goed getrainde echografist was alleen op zaterdag beschikbaar, het röntgenapparaat ging na een maand stuk en was drie maanden later nog steeds niet gerepareerd en een CT-scan was alleen een uur reizen verderop beschikbaar.

Mijn stages waren heel leerzaam, maar er waren veel lastige momenten. Op de spoed heerst een gebrek aan structuur, waardoor het moeilijk was om het hele proces van diagnostiek en behandeling soepel en volledig te doorlopen. Regelmatig werden bepaalde opdrachten niet uitgevoerd door de verpleegkundigen, of werd informatie niet goed overgedragen. Het moeilijkst vond ik het gebrek aan effectieve monitoring van patiënten, waardoor het kon gebeuren dat opeens ontdekt werd dat een patiënt een saturatie van 62% had of zelfs overleden was. Dat kwam ook deels door een gebrek aan apparatuur (monitors, pulse-oxymeters). Daarnaast was de werkhouding van veel verpleegkundigen, maar ook een aantal artsen, weinig actief en initiatiefrijk. In Nederland worden we tot het uiterste getraind in zelfreflectie en kritisch denken, maar dat is in Ghana blijkbaar anders. Dat maakte de samenwerking soms moeizaam en het verloop van de dag traag en inefficiënt.

Ghana, Berekum

Door het gebrek aan apparatuur ben ik wel enorm gegroeid in het doen van lichamelijk onderzoek, met name auscultatie. Dit is dan natuurlijk een van de belangrijkste diagnostische middelen.
Verder viel me op dat artsen heel anders communiceren met patiënten: er worden alleen de nodige vragen gesteld, en verder wordt er nauwelijks informatie verstrekt over de diagnose en de behandeling. Veel patiënten waren niet op de hoogte van de diagnose waarvoor ze op dat moment werden behandeld. Sommige patiënten hadden een grote operatie ondergaan, maar konden niet navertellen wat de indicatie was. De therapietrouw was ook opvallend slecht, waardoor er veel ontregelde hypertensie en diabetes gezien werd op de spoed. Dit komt deels door armoede en lange reisafstanden naar de apotheek, maar ik denk dat goede communicatie over het belang van de medicatie hier zeker een verschil zou maken.
Tot slot was ik onder de indruk van de gevolgen van armoede die ik in het ziekenhuis ben tegengekomen. Regelmatig konden onderzoeken niet uitgevoerd worden, medicijnen niet verstrekt, of zelfs operaties niet gedaan, door geldgebrek van de patiënt.

Conclusie
Al met al was dit voor mij een indrukwekkende, verrijkende en leerzame ervaring op alle mogelijke vlakken. Mijn wereldbeeld is verbreed, naast mijn medische kennis is ook mijn mensenkennis gegroeid en ik denk dat het me een betere (toekomstige) dokter heeft gemaakt.

USA, Boston - Theodore (Teddy) Delwiche - Faculty of Arts

It is my firm conviction that the best research trips are also the most humbling. One, of course, prepares an itinerary, a manageable list of certain manuscripts in far-away archives that seem, at least according to the uneven information provided on catalog records, to provide a path forward for new research. But inevitably, the illusion of order quickly dissipates upon entry into the archive, where a mare magnum of unexpected sources demands of the researcher that he confront just how much material has remained outside of his mental – and physical – grasp.

Indeed, my summer of archival research in Boston, generously funded by a GUF award, proved to be just such an experience. Within a period of a few months, I was able to appreciate just how much remains to be explored, to be discovered and digested in the form of scholarly examination. My topic, practices of student-notetaking in colonial New England, proved to be an incredibly fruitful one for archival investigation. Though narratives of colonial curricula present education as rote drudgery, with students the passive – and unwitting – recipients of esoterica, I argue that when we begin to examine the individual practices of student notetakers, we start to witness their creativity and agency in their education, that then as now, robust practices of extracurricular reading and learning permeated student life. A patient foray through the smudged pages of teenage students highlights more than one might expect. Beyond the practices of stated curricula, students loaned various books to one another and kept detailed tabs; they learned systems of shorthand notetaking to capture more fully the words of their ministers; they indexed and systematized those cryptic notes by subject, speaker, and date for subsequent use even into adult life; they indulged interests in Romantic poetry; they took notes on alchemy; they common-placed and kept quotations from authors far and wide.

My summer in the archives has jumpstarted what I hope to be a rich research master’s thesis that seeks to refocus the history of the book, of reading, and of education directly on student practices. By examining the print and manuscript culture of early New England education, we can both understand and appreciate the colonial college as a place of experimentation and knowledge creation, where students could individually develop and exercise complex methods of reading and notetaking. Far from just rote-memorizing, an education in the early colonial period, above all else, asked – nay - demanded of students that they become masters of the manuscript. This skill would come in incredibly handy in adult life when some of the most pressing political and religious controversies of the times were intentionally mediated not in print, but via the manuscript. Thus, the content of the colonial education might have faded in one’s memory over time, but the practice of notetaking remained stable and as important as ever into adult life.

In the coming months, I look forward to the opportunity to present the findings of my research at an international conference, as well as to prepare the finalized version of my research master’s thesis. I further hope that in the short term this research can be incorporated into an article or two on the topic, and, on the longer term, into an eventual doctoral dissertation that will examine the intellectual practices of early New England students more broadly. To put it simply: much work remains ahead of me. I am both grateful for and energized by the opportunity to spend the requisite time close to my sources. Perhaps fittingly, the GUF award for excellent master’s students has helped enable research on the practices and roles of students historically!

Rusland, Moskou - Pauline Cuperus - Faculteit der Letteren

Als onderdeel van mijn masteropleiding Klinische Taalwetenschap (European Master in Clinical Linguistics) aan de Rijksuniversiteit Groningen heb ik ongeveer zes maanden doorgebracht in Moskou, Rusland. De reden van dit verblijf was dat ik de mogelijkheid had om stage te lopen aan de National Research University Higher School of Economics. Dit is een brede universiteit die behoorlijk internationaal georiënteerd is. Mijn stage vond plaats binnen het Centre for Language and Brain. In dit onderzoekscentrum wordt onderzoek gedaan naar verschillende facetten binnen de taalwetenschap. Tevens heb ik tijdens deze zes maanden mijn masterscriptie geschreven. Voor mijn verblijf in Moskou heb ik van het Groninger Universiteitsfonds een gulle bijdrage mogen ontvangen. Bij deze zou ik u graag nogmaals zeer hartelijk willen bedanken voor deze bijdrage en u tevens op de hoogte stellen van hoe ik mijn tijd in Moskou heb ervaren.
De stage bij het Centre for Language and Brain is mij goed bevallen. Ik vond het erg interessant om zulk veelzijdig onderzoek eens van dichterbij te aanschouwen. Mijn eigen project bestond uit het ontwikkelen van een therapie-app voor kinderen met dyslexie. Het project kwam wat moeilijk van start en uiteindelijk hebben we het ook hier en daar moeten aanpassen. We hadden helaas moeilijk contact met de ontwikkelaar, waardoor de app nog niet helemaal van de grond is gekomen. Desalniettemin heb ik wel echt een bijdrage kunnen leveren aan de eerste ontwikkeling en ik heb afgesproken om contact te houden met de projectleiders om hopelijk in de toekomst nog verdere bijdragen te kunnen leveren.

Rusland, Moskou

Omdat het stageproject uiteindelijk wat anders verliep, heb ik ook mijn scriptie gedeeltelijk moeten aanpassen. Gelukkig was dit in overleg met mijn begeleiders geen probleem. Hierdoor heb ik alsnog een interessante scriptie kunnen schrijven. Daarnaast bleken de conclusies uit de scriptie nuttig voor de therapie-app waar ik mij voor mijn stage mee bezighield. Stage en scriptie sloten dus uiteindelijk goed bij elkaar aan en ik heb beide naar tevredenheid kunnen afronden. Beide projecten pasten perfect binnen mijn masteropleiding en waren ook een goede voorbereiding op mijn toekomstplannen.
Naast de stage en scriptie heb ik gelukkig ook nog tijd gehad om Moskou en andere delen van Rusland te verkennen. Ik heb het er eigenlijk heel erg fijn gehad. Rusland is een prachtig land met een interessante cultuur en geschiedenis. Mede dankzij het Groninger Universiteitsfonds had ik de mogelijkheid om te reizen naar bijzondere plekken als Kazan, Yaroslavl, en Vladimir. Ik was ook erg aangenaam verrast door de Russen zelf. Ik vond mensen over het algemeen een stuk vriendelijker en opener dan ik verwachtte. Met name jonge Russische mensen (die vaak goed Engels spraken) waren geïnteresseerd in buitenlandse studenten en hun verhalen over thuis. Dit, in combinatie met de recente demonstraties in Moskou, maakt dat ik heel benieuwd ben welke politieke en sociale ontwikkelingen Rusland in de komende decennia zal gaan meemaken. Ik zal het zeker in de gaten blijven houden en hoop in de toekomst nog eens terug te keren naar Rusland.

Oeganda, Mutolere - Sara Bax - Stage Tropengeneeskunde

Het St. Francis Hospital in Mutolere, Oeganda, beschikt over vier klinische afdelingen (kindergeneeskunde, interne geneeskunde, chirurgie, gynaecologie/obstetrie), een public health en een outpatient department. Tijdens de stage heb ik op de verschillende afdelingen meegelopen, om zo een veelzijdige ervaring op te doen met de klinische-, en publieke gezondheidszorg in Oeganda. De werkweek op de klinische afdelingen bestond uit visite op maandag-, woensdag- en vrijdagochtend, waarin de patiënten op de afdeling door de arts werden besproken en zo nodig aanvullende onderzoeken werden ingezet. Op de afdeling chirurgie werden vaak na de visite nog kleine ingrepen verricht zoals hechten of gipsen. Op alle namiddagen werden de uitslagen van ingezette onderzoeken geëvalueerd en werden de patiënten beoordeeld die waren doorgestuurd vanuit de outpatient department. Op de dinsdagen de donderdag waren er “theatre days”,waarop artsen de kritische patiënten op de afdeling zagen en daarna op de operatiekamers aanwezig waren voor de geplande ingrepen. Tijdens de stage was het ook mogelijk om met de outpatient department mee te lopen, waar patiënten werden getriageerd en op poliklinische basis werden gezien. Bovendienwerden op de public healthdepartment zwangere vrouwenen kinderen gezien in het kader van het Maternal Health Program, waarin het ook mogelijk was om mee te gaan op outreach naar kleine dorpen. Dit heb ik met veel plezier gedaan.

Oeganda, Mutolere

Tijdens de stage heb ik onder supervisie van de lokaleartsen geprobeerd om bij te dragen aan de gezondheidszorg, bijvoorbeeld met het uitvoeren van lichamelijk onderzoek, assisteren bij ingrepen of gipsen en het schrijven van onderzoekaanvragen, ontslagbrieven of notuleren van visites. Daar waar het medisch personeel goed Engels beheerste, spraken de patiënten vaak Rufumbira; een taal die ik (op enkele woorden na) niet sprak. Het was echter goed mogelijk om met een vertaler individuele gesprekken te voeren met de patiënten. Niet alleen op medisch inhoudelijk vlak, zoals op gebiedvan infectieziekten en behandeling van verkeersongevallen, heb ik veel geleerd, maar ook op persoonlijk vlak. Ik vond het van grote toegevoegde waarde om de rol van de familie van de patiënt te zien en te kunnen vergelijken met de situatie in Nederland. In Mutolere werd medischezorg door het personeel geleverd,maar werd de verzorging gedaandoor de familieleden; zij droegen zorg voor de voeding, kleding en het wassen. Het was mooi om de betrokkenheid van de familie te zien en te horen wat voor impact dit kon hebben op een gezin. Het ziekenhuisbeeld veranderde hierdoor, zo waren er vrijwel altijd familieleden op het ziekenhuisterrein aanwezig en lagen er in het gras vele kleurrijke doeken te drogen. Daarnaast was het tijdens de stage heel leerzaam om de beperking te ervaren in beschikbare zorg/diagnostiek en het effect daarvan op het probleemoplossend en anticiperend vermogen van de lokale artsen. Zo moesten ze soms in afwezigheid van sommige laboratoriumtesten of beeldvormend onderzoek een behandeling starten,zonder altijd de oorzaak van de ziektete weten en te kunnen achterhalen.

Afgelopen acht weken waren een indrukwekkende en onvergetelijke ervaring. Ik heb genoten, en ik zou het zeker iedere geneeskundestudent aanraden die interesse heeft in de gezondheidszorg van lagere- en gemiddelde inkomstlanden.

Ik dank u heel hartelijk dat u, met uw financiële ondersteuning, dit mogelijk hebt gemaakt voor mij.

Noorwegen, Spitsbergen - Frigg Speelman - Faculty of science and Engineering

Met een financiële bijdrage van het Groninger Universiteitsfonds heb ik in de zomer van 2019 mijn onderzoeksproject voor de mastertrack Evolutionary Biology, het top-programma van de master Ecology & Evolution. In de periode van mid-juni tot mid-augustus heb ik het vluchtgedrag van de brandgans (Branta leucopsis) bestudeerd nabij de dorpen Ny-Ålesund en Longyearbyen op Spitsbergen, Noorwegen. In deze prachtige en uitdagende omgeving heb ik goed het gedrag van deze soort kunnen bestuderen en gekeken naar de effecten van agressie bij brandganzen in reactie op menselijke verstoring. Zo viel er op dat er grote variatie is tussen individuen en dat deze variatie effect heeft op hun broedsucces. Dit is een goed systeem om diergedrag in reactie op verstoring door mensen in een evolutionaire context te plaatsen.

Noorwegen, Spitsbergen

Deze ervaring had een enorm contrast met eerder onderzoek wat ik gedaan had in Nederland. Spitsbergen is een unieke omgeving met een interessant ecosysteem en een uitdagende manier van leven. Mijn onderzoeksgebied lag in een fjord met uitzicht op de nabijgelegen gletsjers, en af en toe wandelde er een ijsbeer op het eiland waar de brandganzen zich verschansten van andere predatoren. Dit was een zeer leerzame reis waarbij ik een grote waardevolle dataset heb kunnen verzamelen in een unieke omgeving. Door deze ervaring voel ik mij nog meer aangetrokken om onderzoek te doen binnen het Arctisch gebied en verder te gaan met onderzoek naar effecten van de mens op organismen vanaf een evolutionair perspectief. Ik wil het Groninger Universiteitsfonds graag danken voor mede mogelijk maken van dit onderzoeksproject.

Spain, Barcelona - Bart Brouwer - Faculty of Science and Engineering

Spain Barcalona

Research project at the autonomous university of Barcelona (UAB)
As part of my MSc degree in Chemistry I’ve done a 4-month research project in the InsiliChem group at the UAB. In a previous research project within the Roelfes group at the RuG, I had been mainly working on experimental biochemistry. However, the computational side of biochemistry had always interested me. The InsiliChem group focusses on the molecular modeling for the study and design of chemobiotechnological systems and has collaborated with the Roelfes group on several projects. This opened up a chance for me to pursue my interests and to expand my knowledge of the field, and therefore, I decided to do this project in the InsiliChem group.
The project was focused on using computational tools for the design of novel artificial metalloenzymes.
Incorporation of unnatural chemical functions such as transition metal catalysts into biomolecules to create novel artificial metalloenzymes has emerged as a promising means to expand the reach of biocatalysis. In this project, protein-ligand docking and molecular dynamics techniques were applied to study an artificial metalloenzyme relevant to the Roelfes group and to computationally design and characterize new variants that could be tested experimentally in the future. As I had no experience with any molecular modeling, I had to start from the beginning. The members of the InsiliChem team helped me to learn the basics of Linux and how to use different programs (some of which were produced by the InsiliChem team itself) with regard to the molecular modeling. They told me I was a fast learner and eventually I was able to independently use these computational tools with respect to the molecular modeling of a complex artificial metalloenzyme. At the end of the project, valuable insights were obtained regarding the design of this artificial metalloenzyme and several new variants were designed and proposed for experimental testing in the future. It was therefore a successful project in which I learned a lot of new things in a short time and was able to apply this new knowledge for the design of new variants of the studied artificial metalloenzyme.

Spain, Barcelona

Next to the fact that the project was a success, I have also obtained a lot of different experiences. The InsiliChem group gave me a warm welcome and provided a good working atmosphere. They showed me a completely different side of chemistry and I obtained professional contacts that may prove to be valuable in the future. Moreover, I also came in contact with other research groups at the UAB and had a look into what kind of research they do. Of course, moving to and living in Barcelona was also valuable itself as I could experience a new culture and develop myself. The Spanish and Catalan cultures are of course a bit different than what we’re used to in the Netherlands. They are a bit more flexible in their timing and are not as direct as we are. It took some getting used to, but eventually I got in a similar flow and could even appreciate it. And although I did not come to Barcelona to learn a new language, just by talking with my colleagues and simply living in Barcelona I managed to learn some very basic Spanish and Catalan.
Finding accommodation in Barcelona proved to be quite hard for me as I had no time to come to Barcelona before starting the research and thus could not plan room visits. Eventually I found a room via a mediating website that shows the rooms online and tries to prevent scamming, and it turned out to be a nice room. The rent in Barcelona is quite a bit higher than in Groningen, and so the GUF scholarship was much appreciated. Although It took a 40 min train ride to the UAB, living in Barcelona itself instead of closer to the campus proved to be a good choice. There was a lot to do and see in Barcelona and living there made it possible to easily visit all the nice places in my free time. Next to that, I’ve made several daytrips to some very beautiful places around Barcelona. All in all, I am very grateful for my time in Barcelona, both the research project and the experience of living abroad itself.

Iceland, Sandgerdi - Eva Paulus - Faculty of Science and Engineering

Iceland, Sandgerdi

I am back from my excellent field trip to Iceland. Thanks to the GUF, I was able to research not only what my supervisor at the NIOZ was planning to do, but I could fulfill an idea for a sampling trip to Northern Iceland. There, a very shallow hydrothermal vent field is located. My supervisor and I were able to scuba dive to the vent and sample copepods directly at the hot vent fluid. This required not only a rental car and equipment, but also an extra orientation dive to get used to dry suit diving. In addition, I was able to design my own underwater sampling gear and execute the sampling during the dive. This was an amazing experience! On the way to the dive site, I even saw a humpback whale. This was all made possible by this fund.

Iceland, Sandgerdi

In addition, my supervisor and I used the road trip to northern Iceland to sample copepods along the coast and we were able to get great samples from a multitude of different locations. Most of the time in Iceland was spent at a marine science center in south eastern Iceland, where we were able to stay and use lab facilities. I learned a lot about the local flora and fauna in Iceland. In addition to the sampling, I was able to help with a project on cataloguing the local fauna by taking pictures of the specimens we collected. Since I am fascinated by photography, this was a great opportunity as well. We collaborated with an Icelandic researcher who was able to give us tips on good sampling locations.

Iceland, Sandgerdi

I look forward to presenting about this project at conferences in the future and am already registered to present posters at Icymare in Bremen and at the European Marine Biology Symposium in Dublin. For these occasions, I am working on a movie to show interested scientists the wonders of the underwater world in Iceland, as very little is known about this and especially about the hydrothermal vent field.

Thank you very much for providing me with the fund to cover the expenses for this amazing opportunity.

Best wishes, Eva Paulus

Spanje, Duesto - Clara Miralles Vila - Faculty of Arts

In January 2019, I was awarded with the Groningen University Fund’s grant for outstanding students for the purpose of my semester abroad at the University of Deusto (Bilbao, Spain). During my studies there, I could use the grant to design and carry out a research and advocacy project, which was also the final project for my Honours Master programme.
I conducted a two-week field research in the city of Melilla, a Spanish autonomous city located on the north coast of Africa. Bordering Morocco, the city is an entry point for people fleeing their countries and trying to reach Europe in the hope of a better future. At the same time, it is a clear example of the border securitization and externalisation process that has been characteristic of the Spanish and European anti-migration policies of the past decades.
The research focused on the human rights violations that are systematically taking place at this ‘gate of Europe’ and on the citizen movements that emerge as a reaction against them. Together with a pro-human rights activist and photographer, I visited the fence and met those living on both side of the border.

Spain, Duesto

Out of this intense experience we created a photographic exhibition, which was exhibited in July 2019 at the University of Deusto and can be visited online at www.borderlinemelilla.com. The aim of the exhibitions was to inform, raise awareness, and promote action, as well as to foster a critical debate on migration and refuge, human rights, and the worrisome fencing of Europe.
In addition to the photographic exhibition, I wrote a research paper that will soon be published in Routledge Humanitarian Studies Series, as part of an edited volume on citizen humanitarianism. The paper analyses the work of Prodein, a local association that has been fighting tirelessly since the 90s for human rights to be respected in this border space. Their actions are the result of a shared feeling of indignation at the situation, a declaration that asks for humans to be treated as humans, regardless of where they come from.

Suriname, Paramaribo - Arwen Kamphuis - Coschap Sociale geneeskunde

Suriname, Paramaribo

Van 18 maart t/m 10 mei 2019 heb ik mijn coschap sociale geneeskunde gelopen in Suriname. 7 weken in Paramaribo en 1 week in Djoemoe, in district Sipalawini. Mijn coschap was heel divers. De eerste twee weken liep ik stage bij de Dermatologische dienst. De Dermatologische Dienst is onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid. Deze dienst is opgericht om overdraagbare (huid)aandoeningen te voorkomen en te genezen. Lepra is nog steeds een voorkomende ziekte in Suriname, om deze reden moeten alle werknemers bij de overheid en bepaalde beroepsgroepen voor zij aan de slag kunnen gescreend worden op lepra. Dit gebeurt bij de Dermatologische Dienst. Ook kan iedereen bij de Dienst terecht voor een gratis consult en gratis onderzoek naar SOA’s. Mocht er eventueel behandeling nodig zijn nadien, dan moesten de patiënten wel zelf de medicijnen betalen. Bij de Dienst deed ik samen met een assistent-arts (een 7e-jaars geneeskunde student uit Suriname) spreekuur. We zagen zelfstandig patiënten voor de soa-& leprascreeningen en zagen soms ook patiënten van de dermatoloog. De taalbarrière was groter dan verwacht hier, de sociaal-economische lagere klassen die veelal bij de Dermatologische Dienst kwamen, spraken veel slechter Nederlands dan ik had verwacht. De officiële voertaal is Nederlands in Suriname, maar op straat spreken de meeste mensen Surinaams (Sranantongo) met elkaar, dit is een soort mengelmoes van Nederlands, Engels. Daarnaast heeft elke bevolkingsgroep ook nog zijn eigen taal.

Suriname, Paramaribo

Na de weken bij de Dermatologische Dienst heb ik 3 weken bij een huisarts meegelopen, dokter Wolff. Zij had een huisartsenpraktijk met daarbij een consultatiebureau. De patiënten populatie hier was een wereld van verschil met die van de Dermatologische Dienst. Haar patiënten waren de meer welgestelde Surinamers. Bij haar in de praktijk mocht ik zelfstandig patiënten zien, ik overlegde wel alle patiënten met haar. Op een gegeven moment schreef ik ook de medicatie en de verwijsbrieven, mits zij ze had goed gekeurd. Hier kon ik echt dokteren en het was daarom ook erg leerzaam. Het consultatiebureau was voor particulieren. Hier mocht ik het onderzoek uitvoeren en praten met de ouders. In de laatste week had ik mogen vaccineren, helaas kwamen die kinderen uiteindelijk niet op de afspraak, dus ik kon mijn oefening niet in de praktijk uitbrengen. Bij de huisarts viel me wel op hoe inefficiënt bepaalde dingen in de zorg in Suriname geregeld zijn. Zo moet elke patiënt na 2 bezoeken bij de specialist een nieuwe ‘garantiebrief’ bij de huisarts halen, voor zij weer naar de specialist kunnen. Ook moeten werknemers als zij zich ziek melden, een ‘Attest’ hebben van de huisarts, waarin verklaart staat dat zij echt ziek zijn. hierdoor komen er veel mensen met kleine klachtjes bij de huisarts, alleen voor zo’n Attest. Daarnaast was het spreekuur altijd op basis van inlopen. Ik moest eerst alle patiënten zien, dan alles overleggen en dan iedereen weer één voor één binnen halen voor het beleid. Vaak kwam de huisarts ook zo een uur later dan ik binnen. Dit resulteerde regelmatig in lange wachttijden voor de patiënten. Al met al heb ik daar ook van geleerd dat ik behoorlijk gelukkig mag zijn met hoe de zorg in Nederland geregeld is. Na de huisarts heb ik nog twee weken stage gelopen bij Stichting Lobi. Deze stichting houdt zich bezig met reproductieve en seksuele gezondheid en werkt daarnaast samen met het Ministerie van Volksgezondheid binnen het nationale Papsmear programma. Ik heb hier veel bevolkingsonderzoeken voor borst- en baarmoederhalskanker gezien en uitgevoerd.

Suriname, Paramaribo

De laatste week stage heb ik in Djoemoe gedaan. Hier liep ik een kijkstage bij de Medische Zending. Deze non-profit organisatie heeft 56 medische posten door het binnenland van Suriname en levert primaire zorg. Djoemoe was een van deze posten, gelegen op 4 uur varen van Atjoni (het plaatsje waar de weg eindigt). Het was heel bijzonder om te zien hoe er toch medische zorg geleverd wordt, zo diep in de jungle. Ik vond het bijzonder om te zien dat ook daar de moeder-kind zorg inhield dat vrouwen elke maand een zwangerencontrole hebben en alle kinderen daar verwacht worden op het consultatiebureau. De bevolking daar leeft nog behoorlijk traditioneel, in lemen hutjes langs de rivier. Ze leven van alles wat de jungle hen brengt. Toch zie je ook hier Westerse invloeden terug, zo zie je overal spijkerbroeken en heeft bijna iedereen wel een smartphone. De taalbarrière was hier groot. Er werd door de lokale bevolking Saramaccaans gesproken. Hierdoor kon ik niks zelf echt doen daar, behalve alle nieuwe indrukken in me opnemen en veel vragen stellen aan de gezondheidswerkers die daar de Medische post runden. Daarnaast was het leerzaam om een week mee te draaien in de manier van leven daar. Afwassen en baden deden we in de rivier, we kookten uit blik, verjoegen vogelspinnen uit ons huis en gingen slapen zodra de zon onder was (rond 21.00 ‘s avonds). Naast de doordeweekse stagedagen heb ik in de weekenden gelukkig de mogelijkheid gehad om het land goed te verkennen. Samen met de andere coassistenten die daar zaten, zijn we diep de jungle in getrokken, hebben we Frans-Guyana bezocht, zeeschilpadden gezien, flamingo’s gespot en nog veel meer. Ik heb een prachtig bijzonder land mogen ontdekken en er 9 weken mogen wonen. Een land zo gekleurd door Westerse besluiten, met grote verschillen tussen verschillende bevolkingsgroepen en waar je nog heel duidelijk elk besluit van de kolonisten terug kan zien in de geschiedenis en het heden. Ik heb een totaal ander zorgsysteem leren kennen en ermee leren werken en ik heb leren omgaan met een tropisch klimaat. Al met al een ervaring om nooit te vergeten!

Ontario, Canada - Joost de Jong - Faculty of Science and Engineering

What I did during my traineeship
During my stay at the University of Waterloo, I learned to use software for simulating neural processes, called Nengo. More specifically, this software allows the user to create networks of biologically realistic neurons that perform some user-specified computations. The main focus of my traineeship was a neural network, the Delay Network, that has been developed by researchers at the Computational Neuroscience group, led by Chris Eliasmith. Our hypothesis was that this network could account for some of empirical data in the psychological and neuroscience literature about how we perceive time. The results from our simulations indeed appear to confirm our hypothesis for several empirical phenomena, including one phenomenon that had resisted a satisfying explanation to our knowledge. Therefore, we wrote a six-page submission to the International Conference for Cognitive Modelling (ICCM), held in Montréal, and got accepted for an oral presentation. We also set up a continuing collaboration between the University of Groningen and University of Waterloo to further develop our model and write up a manuscript for publication in a scientific journal.

Canada, Ontario

What I learned during my traineeship
Despite the steep learning curve of using Nengo, I managed to understand the software and underlying math to a degree that allowed me to integrate my preexisting knowledge of psychology and neuroscience smoothly. Further, my general programming skills in Python improved considerably and I am still learning to manage collaboration on software in GitHub.
Presenting at a conference taught me a lot of valuable scientific skills, such as collaboratively working on a page-length submission under time pressure. Also, I learned how to present complex ideas in an accessible manner and interact with other scientists who are working in similar fields or even in very different fields.

tussenstop

Jeri Nijland, studie Biologie aan de Faculteit Science and Engineering. Master specialisaties: Science, Business, and Policy profiel en Research profiel.

Onderzoeksstage aan het Douglas Mental Health University Institute in Montreal van oktober 2014 tot mei 2015: “Bright Light Therapy in the Acute Phase of Bipolar II Depression: Rest-Activity Rhythms and their Relationship with Mood State”

GUF studiereis

Met behulp van de GUF beurs voor Excellente Studenten had ik de kans om naar het Douglas Mental Health University Institute (McGill University) in Montreal, Canada, te gaan. In dit instituut wordt naast de behandeling van patiënten ook in grote mate onderzoek gedaan naar psychiatrische stoornissen en behandeling hiervan. Ik werkte hier als Research Trainee bij de afdeling “Study and Treatment of Circadian Rhythms”, onder begeleiding van Prof. Dr. Diane B. Boivin. Deze afdeling maakt gebruik van speciale onderzoeksruimtes, de zogenoemde “tijdsvrije ruimtes”, welke de mogelijkheid geven om de rol van de biologische klok te bestuderen onder strikt gecontroleerde condities. Doordat het lab onderdeel uitmaakte van het psychiatrisch ziekenhuis, gaf deze buitenlandse stage mij de mogelijkheid om heel gespecialiseerd onderzoek te doen naar psychiatrische stoornissen.

Het doel van mijn stage was het bestuderen van lichttherapie als interventie voor de behandeling van depressie in patiënten die lijden aan een bipolaire stoornis. Er zijn momenteel weinig goede behandelingen voor deze groep patiënten. Lichttherapie zou wellicht iets kunnen betekenen aangezien dit een positief effect heeft laten zien in andere typen van depressie. Daarnaast blijkt dat bipolaire patiënten vaak last hebben van verstoorde slaap en ontregelde ritmes in activiteit gedurende de dag. Het idee is dat deze factoren wellicht invloed hebben op de gemoedstoestand. Tijdens mijn project bestudeerde ik daarom de effecten van lichttherapie op slaap en ritmes in activiteit in depressieve bipolaire patiënten. De resultaten lieten een aantal erg interessante bevindingen zien en momenteel ben ik in samen met Prof. Dr. Boivin en Prof. Dr. Beaulieu bezig om onze bevindingen gepubliceerd te krijgen.

Al met al is mijn studiereis een ontzettend leuke en leerzame ervaring geweest, waarin ik me zowel op professioneel als op sociaal gebied heb ontwikkeld en veel heb geleerd. Graag wil ik het Groninger Universiteitsfonds dan ook bedanken voor de financiële bijdrage die deze reis mede mogelijk heeft gemaakt.

Laatst gewijzigd:06 januari 2020 13:40