Skip to ContentSkip to Navigation
Alumni About alumni Broerstraat 5

‘Ik vind het zo logisch dat mensen gelijkwaardig zijn’

Renske Leijten, lid Tweede Kamer (SP)
Renkse Leijten, foto: Maurits Gemmink
Renkse Leijten, foto: Maurits Gemmink

Tekst: Sara Plat

‘Toen ik gevraagd werd voor dit interview moest ik wel een beetje gniffelen. Toen mocht ik niet afstuderen, nu wil de universiteit met me shinen.’ Leijten studeerde Nederlands aan de RUG, heeft een bachelorsdiploma, maar de master haalde ze net niet. ‘Mijn scriptie was twee keer af, twee keer was het nèt niet goed. De tweede keer was ik al verhuisd naar het westen van het land, ik werkte al als manusje van alles van Jan Marijnissen. Ik ben op de finish gestrand, geen meter ervoor, echt zonde.’

Leijten koos voor de studie Nederlands omdat ze ook journalistiek wilde studeren, dat kon aan de RUG gecombineerd worden. Uiteindelijk werd het alleen Nederlands. ‘Een leuke tijd. Ik woonde in een bovenwoning aan de Parkweg, ik had een kamertje net onder het dak aan de straatkant. Ik verkeerde in alle mogelijke kringen, maar niet zozeer in studentenkringen. Ik had een bijbaan bij de post, tussen echte Groningers. Dan kwam ik in het weekend thuis en zei mijn moeder: die knauw mag wel weer even uit.’ Ze ontdekte een passie voor taal. ‘Taal hangt altijd samen met cultuur, met dingen die gebeurd zijn. Maar ook de taalvaardigheid en de ontwikkeling van taal vond ik machtig mooi. Een van mijn grootste inzichten van de studie Nederlands is: vorm en inhoud moeten één zijn. Of het nou een film is, of een boek, of politiek. Het moet kloppen, waarachtig en geloofwaardig zijn.’

Tijdens de studietijd in Groningen werd Leijten lid van de jongerenbeweging van de SP. ‘Ik had niets met de gemeentepolitiek, dat was geen drijfveer, maar ik ben wel activistisch. Ik vind het zo logisch dat mensen gelijkwaardig zijn. Ik kan slecht tegen onrecht, dan komt er veel energie bij me vrij. We zaten achter de huisjesmelkers aan, de

universiteitsbestuurders. We regelden bussen vol voor het Irak-protest, dat soort dingen. De actiebereidheid van mensen om iets te doen voor een ander, en ook de bereidheid om op te staan tegen klein of groot onrecht, is heel groot. Uiteindelijk blijken mensen vaak hetzelfde belang te hebben. En dat verbinden en organiseren vind ik heel leuk. Dat kost tijd, dat kost inzet. Als je ziet dat dat een doodlopende weg is, dan moet je zo snel mogelijk stoppen. Dat loslaten heb ik wel moeten leren, ook in de politiek. Als ik vind dat ik gelijk heb dan doe ik moeilijk een stap opzij.’

Een baan als kamerlid lag voor Leijten niet direct voor de hand, toch voelt het logisch. ‘Ik had laatst een reünie op mijn middelbare school, daar was niemand verbaasd over wat ik deed, en al helemaal niet voor welke partij. Het nest waar ik uit kom was niet per sé links, maar wel heel maatschappelijk geëngageerd. Mijn ouders werkten voor de Raad voor de Kinderbescherming en runden een gezinshuis. Ik heb echt meegekregen: de overheid moet ook een schild zijn voor de zwakkeren, om het maar hoogdravend te zeggen. De privatisering, het verkopen van dingen die van ons allemaal zijn, vind ik onbegrijpelijk. Ik ben zelf lid geworden van de SP, maar vervolgens vraagt iemand of je mee doet met een actie, en nog een. En later vroeg Jan Marijnissen of ik naar Den Haag wilde komen. Als dit niet op mijn pad was gekomen, dan was ik nu docent Nederlands op een leuke school in Groningen. Dan was ik nooit meer teruggegaan naar het westen denk ik. Omstandigheden maken de mens. Het word je gevraagd, aangereikt, en het komt op het juiste moment.’

Het toeslagenschandaal is een ijkpunt in het politieke werk voor Leijten. ‘Dit is history while happening. Het treft zo verschrikkelijk veel mensen. Het legt bloot dat we in een politiek systeem zitten van neerkijken op mensen. De één wordt duidelijk belangrijker gevonden dan de ander, en dat vind ik erg. Die getroffen mensen waren heel alleen in het onrecht, vaak geloofde zelfs familie ze niet. Ik wil dat er meer ruimte is in overheidsbeleid om af te wijken van rigide regels die mensen echt arm maken en knevelen.’

‘Ik ben door het toeslagenschandaal wel in een gekke situatie belandt. Doordat het toeslagenschandaal zo zichtbaar is vereenzelvigen mensen mij nu met die strijd, waardoor ik als persoon belangrijk ben geworden. Daarvoor ben ik nooit de politiek in gegaan, het gaat niet om mij, ik ben alleen het instrument. Maar nu ik gehoord word, ga ik daar natuurlijk wel gebruik van maken, ga ik wel vertellen wat ik te vertellen heb, of helpen als ik denk dat ik kan helpen.’

De bekendste uitspraak van de fundamentlegster van deze interviewreeks, Aletta Jacobs, is misschien: ‘De vraag naar recht eist een gevoel van plicht.’ Kan Leijten zich daarin vinden? ‘Oh he-le-maal eens. Praktisch: als iedereen alleen maar zijn rechten zou opeisen, dan ben je geen samenleving meer. Maar ook: je hebt recht in de samenleving te zijn wie je bent en te worden wie je wil, maar je hebt ook de plicht om deel te nemen aan die samenleving. Te stemmen, je te bekommeren om anderen. En dat hoeft helemaal niet hoogdravend te zijn, dat mag je buurvrouw zijn, dat mogen je kinderen zijn, dat mag je voetbalvereniging zijn. Ik denk dat de meeste mensen dit ook gewoon doen. Ik denk dat als we dat meer waarderen, meer gaan zien, er ook meer ontspanning komt. Maar we hebben nu eenmaal een samenleving waarin het belangrijker is om te zeggen wat je werk is en wat je verdient, dan wat je doet voor je buren.’

Renske Leijten (1979, Leiden) woont met man en twee kinderen in Haarlem.) Ze studeerde Nederlandse Taal en Cultuur aan de RUG en behaalde haar bachelor in 2004. Tijdens haar studietijd werd ze actief voor ROOD, de jongerenafdeling van de SP. Na haar bachelor koos ze volledig voor de politiek. Als Tweede Kamerlid voor de SP was ze van 2006 tot 2017 belast met de portefeuille zorg en jeugdzorg en vervolgens met de portefeuille financiën, Europa en de EU. Samen met Pieter Omtzigt stelde ze in 2019 de toeslagenaffaire aan de kaak.

Laatst gewijzigd:06 oktober 2021 17:28