Skip to ContentSkip to Navigation
Onderzoek DNPP Politieke partijen Partij van de Arbeid (PvdA) Geschiedenis

PvdA jaaroverzicht 2003

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2003. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2003', in: G. Voerman (red.), Jaarboek 2003 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2004), 15-137, aldaar 92-104.

Inleiding

Voor de sociaal-democraten bracht het jaar 2003 wel electoraal herstel, maar niet de terugkeer naar de regeringsbanken. In sommige opiniepei­lingen groeide de PvdA al in januari tot de groot­ste partij, maar bij de Tweede-Kamerverkiezingen moest zij het CDA voor laten gaan.

Campagne Tweede-Kamerverkiezingen

In november 2002 had het PvdA-congres de kandidatenlijst en het programma voor de Tweede-Kamerverkiezingen van januari 2003 vastgesteld (zie Jaaroverzicht 2002). In december was de verkiezingscampagne op gang gekomen (zie Jaaroverzicht 2002). De nieuwe partijleider, W. Bos, opende op 4 januari de cam­pagne ‘formeel’ op een zeepkist in Rotterdam. Hij distantieerde zich enigszins van de ‘derde weg’ die zijn voo­rgangers hadden ingeslagen en van de daarbijbe­horende privatisering en liberalisering. De PvdA had naar zijn mening een te liberale koers gevaren in de paarse coalitieperi­ode. Bos gaf toe zelf in die periode ook ‘erg markt-angehaucht’ te zijn geweest (NRC Handelsblad, 7 januari 2003). Hij daagde CDA-leider Balkenende uit het sociale gezicht van zijn partij te redden door niet met de VVD maar met de PvdA een coalitie te vormen. Tussen het christen-democratische en sociaal-democratische programma bleken echter moeilijk overbrugbare verschillen van opvattingen te bestaan, vooral over het financieel beleid en de zorg, maar ook over bijzonder onderwijs en hypotheekrenteaftrek. Coalitievorming met de VVD of andere par­tijen sloot Bos echter bij voorbaat uit, alleen het CDA kwam dus in aanmerking.

VVD-leider Zalm viel Bos hard aan. In een vraaggesprek noemde hij de sociaal-democraat ‘een bedrieger’ die ‘loze praatjes’ zou verkopen, met name over de financiering van zijn be­leid (NRC Handelsblad, 17 januari 2003). Bos verklaarde geschrokken te zijn van dit forse taalgebruik.

Hoewel de persoon van Bos een grote rol speelde in de campagne, liet hij zich bij voorkeur omringen door een team. Via mobiele telefoon en SMS kreeg de lijsttrekker veel informatie en steun van vrienden, mede­werkers en lokale bestuurders – met name het zogenoemde Sambal-netwerk (zie Jaaroverzicht 2002). Deze campagne werd minder beheerst door marktonderzoekers en andere ‘professionals’ dan de vorige, ook al bleef politicoloog en strateeg H. Anker een belangrijke bijdrage leveren en werd ook gebruik gemaakt van de diensten van de communicatiedes­kun­dige T. Pauka. Partijvoorzitter R.A. Koole gaf samen met Bos leiding aan de campag­ne, die gericht was op herstel van vertrouwen in de partij, een linkse stellingname en de nodige zelfkritiek.

Kandidaat-premier

In de opiniepeilingen steeg de PvdA snel: van 27 zetels eind december via 29 zetels in de eerste week van januari naar 35 zetels in de tweede week (volgens het bureau Interview/NSS). Als die trend doorzette, zou zij opnieuw de grootste partij worden – en dus de minister-pre­sident mogen leveren. Bos ambieerde die functie echter niet, liet hij weten. Liever zou hij een ander voordragen – bij voorkeur een nieuw gezicht – en zelf voorzitter van de Tweede-Kamer­­fractie en partijleider blijven. Hij wilde echter geen namen noemen, totdat alle peilin­gen de PvdA als grootste aanwezen. Op 13 januari voorspelde M. de Hond op het televi­sie­kanaal SBS6 reeds 41 zetels voor de sociaal-democraten, maar NIPO en Interview/NSS kenden aan hen slechts 35 zetels toe – ruim tien min­der dan het CDA volgens hen zou winnen. Een week later voorspelde het bureau Interview/NSS echter 42 zetels voor de PvdA en 40 voor het CDA.

Op 19 januari maakte Bos in Amsterdam dan ook de naam bekend van zijn kandidaat-pre­mier: M.J. Cohen, de burgemeester van deze stad. De keuze voor deze pragmatische en po­pulaire bestuurder wekte zowel waardering als afkeuring op. “Bos had niet Job Cohen naar voren moe­ten schuiven, maar zichzelf”, zo luidde het commentaar van de Telegraaf (20 januari 2003). Hoewel Cohen zich (met enige aarzeling) voor het minister-presidentschap beschikbaar stelde, weigerde hij aan de verkiezingscampagne en debatten deel te nemen. Dat stuitte op kritiek bij CDA en VVD, die elk hun partijleider kandidaat stelden voor deze functie.

Uitslag Tweede-Kamerverkiezingen

Hoewel de PvdA de nek-aan-nek race met het CDA niet won, toonde het partijkader zich toch zeer ingenomen met de uitslag van de verkie­zingen. Van de 22 zetels die in 2002 verloren gin­gen, won zij er nu negentien terug (zie tabel 1). De partij werd evenals in 2002 opnieuw de groot­ste in Amsterdam, Utrecht en Groningen, maar nu ook in Den Haag, Rotterdam, Maas­tricht, Eindhoven, Enschede en andere steden, en in minder stedelijke gemeenten in Drenthe, Zuidoost-Friesland en de provincie Groningen. Veel sociaal-democraten die in 2002 op een andere partij hadden gestemd of thuis waren gebleven, keerden terug in het rode nest. Uit onderzoek bleek dat de winst van de PvdA vooral ten koste was gegaan van GroenLinks en het CDA, in mindere mate ook van de LPF, SP, D66 en zelfs van de VVD.  

Kabinetsformatie

Het Politiek Forum van de PvdA, dat op 1 februari in Zwolle bijeen­kwam om de verkiezingen te evalueren, gaf Bos praktisch de vrije hand in de langzaam op gang komende kabinets­for­matie. Bescheidenheid en dankbaarheid leken te overheersen bij de deelnemers.

Korte tijd na het Forum kwamen de gesprekken tussen de PvdA en het CDA op gang. Twee maanden later, in april, liepen de onderhandelin­gen voorgoed vast (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Op twee openbare ledenbijeenkomsten (in Groningen en Tilburg) gaven fractieleden en partijbestuurders toelichting op de formatie. Bos legde ook verantwoording af op de markt in Rotterdam. Hij betreurde de breuk met het CDA en zocht een verklaring in strategische afwegingen en sentimenten bij de christen-democraten. Bos beloofde een harde maar zakelijke en geen ‘goedkope’ oppositie te zullen voeren (Trouw, 7 juni 2003). Een ‘links front’, zoals voorgesteld door GroenLinks, wees hij af (zie ook Jaaroverzicht 2002).

Oorlog in Irak

De oorlog in Irak wierp al aan het begin van het jaar een schaduw vooruit en zou de PvdA het hele jaar bezig houden, onder meer op de Politieke Fora in februari en juni. Tijdens de kabi­nets­­formatie zou het Amerikaanse ingrijpen de onderhandelingen met het CDA bemoeilijken.

Op 15 februari vond in Amsterdam een demonstratie plaats tegen de dreigende oor­log. De PvdA steunde de actie niet, omdat zij militaire dreiging als drukmiddel tegen het Iraakse regime wèl nodig vond, maar militaire interventie zonder mandaat van de Verenigde Naties (VN) afwees. Een viertal Tweede-Kamerleden nam individueel aan de be­toging deel. Op 18 februari kregen partijleden in Amsterdam de gelegenheid met partij­leider Bos over de kwestie in discussie te gaan. Bos relati­veerde de verschillen tussen CDA en PvdA, maar sloot toch niet helemaal uit dat die de formatie zouden kunnen dwarsbomen. Overigens vonden verschillende leden het partijstandpunt onduidelijk. Met name betreurden zij het feit dat de partij de zending van luchtaf­weerraketten (Patriots) naar Turkije en de toe­lating van Amerikaanse mili­taire transporten via Nederland in het kader van de oorlogs­voor­bereiding aanvankelijk wel had afgewezen, maar uiteindelijk toch had goedgekeurd.

Het partijcongres sprak zich op 22 februari in Utrecht uit voor de motie van de afdeling Amsterdam Oud-Zuid, dat een oorlog alleen gelegiti­meerd kon worden door de VN. De partijtop was het hiermee eens. Ook afgevaardigden die eigenlijk elke oorlog afwezen, gingen grotendeels akkoord met deze uitspraak. Toen de oorlog uitbrak zonder een expliciet mandaat van de VN, wees de PvdA dan ook elke betrokkenheid af en kwam daar­mee tegenover het CDA te staan. Bos noemde de oorlog in het televisieprogramma ‘Buiten­hof’ op 23 maart ‘onrechtmatig’ (NRC Handelsblad, 24 maart 2003). De coalitieonder­han­delingen kwamen stil te liggen. De PvdA-leider zag echter af van zijn voornemen om mee te lopen in de demonstratie tegen de oorlog op 22 maart en streefde met succes naar verzoening met de christen-democraten. Alleen het Tweede-Kamerlid E.P. van Heemst stemde hier niet mee in en wees hervatting van de formatiebesprekingen af. Oud-minister M. van der Stoel, door de fractie om advies gevraagd, sprak zich uit vóór steun aan de oorlog. Op een bijeen­komst in Amsterdam op 26 maart verweerde Bos zich tegen de kritiek van partijgenoten dat hij teveel toegaf aan het CDA, maar ook dat hij de oorlog juist wel had moeten steunen. De partijleider hield vol dat de kritiek op de oorlog destijds juist was, maar na het uitbreken van de vijandelijkheden niet meer relevant.

In juni steunde de Tweede-Kamerfractie van de PvdA in meerderheid de zending van troepen naar Irak, waartoe het tweede kabinet-Balkenende had besloten. Slechts vier kamerleden stem­den voor de motie die één van hen, A. T. Duivesteijn, samen met het GroenLinks-kamer­lid Karimi had ingediend om de missie te veroordelen.

De meningsverschillen met het CDA over de kwestie-Irak verdwenen hiermee niet uit de wereld. In september werden ze nog eens aange­scherpt door oud-premier W. Kok, die voor de radio de hoop uitsprak dat zijn christen-democratische opvolger zich bij zijn bezoek aan de Verenigde Staten niet als het ‘schoothondje van president Bush’ zou gedragen (de Volkskrant, 5 september 2003). Kok merkte daarbij op dat Nederland zich te kritiekloos aan de zijde van Amerika had geschaard. Balkenende reageerde gepikeerd op de uitlatingen van zijn voor­ganger, die hij ongepast en onverstandig vond. Kok bood vervolgens zijn excu­ses aan voor gebruik van het woord ‘schoothondje’.

Provinciale Statenverkiezingen

Het partijcongres gaf op 22 februari het startsein voor de campagne voor de Pro­vinciale Statenverkiezingen. Partijvoorzitter Koole bena­drukte in zijn toespraak het belang van deze verkiezingen, niet alleen voor de provincie maar ook voor de Eerste Kamer en de formatie-onderhandelingen tussen CDA en PvdA. Dat deed ook partijleider Bos, die het grootste deel van zijn rede wijdde aan de formatie, hoewel hij tevens de belangrijkste pro­blemen in de verschillende provincies be­noemde.

De PvdA moest bij deze verkiezingen een deel van de in januari be­haalde winst afstaan aan GroenLinks en (in mindere mate) D66, maar deed het beduidend beter dan in 1999 (zie tabel 2). In vijf provincies werd zij opnieuw de grootste partij (Noord- en Zuid-Holland, Drenthe, Groningen en Flevoland).

In Noord-Holland bleef de PvdA buiten het college van Gedeputeerde Staten, omdat zij in de ogen van de andere partijen haar hand over­speelde bij de onderhandelingen. In alle andere provincies namen de sociaal-democraten wel deel aan het bestuur.

Eerste-Kamerverkiezingen

Op 24 januari had het partijbestuur de ontwerpkandidatenlijst voor de Eerste Kamer goed­gekeurd. Het partijcongres stelde op 22 februari de lijst zonder belangrijke wijzigingen vast. De leden hadden in november 2002 al de Tilburgse burgemeester J. Stekelenburg tot lijstaan­voer­der gekozen (zie Jaaroverzicht 2002). Voor de tweede en derde plaats droeg het bestuur mevr. I. Y. Tan respectievelijk E.C.M. Jurgens voor.

De PvdA won negentien zetels, vier meer dan in 1999 (zie tabel 3). De fractie koos Stekelen­burg, die sinds 1999 senator was, tot voorzitter. Op 22 september overleed Stekelenburg. Hij werd opgevolgd door H.C.P. Noten, die op 11 november tot voorzitter werd verkozen. Noten, direc­teur personeelszaken bij de Nederlandse Spoorwegen, was in 2002 één van de kandida­ten voor het lijsttrekkerschap.

Partijvernieuwing

Na de dramatische verkiezingsnederlaag in mei 2002 was de PvdA begonnen met de vernieu­wing van de partijorganisatie (zie Jaaroverzicht 2002). Op het Politiek Forum van 1 februari 2003 verklaarde partijvoorzitter Koole dat de partij zich verder zou moeten vernieuwen – ook het Forum zelf, dat volgens hem nog te weinig jonge leden telde. De PvdA moest volgens Bos “niet langer van de overheid, maar van de burger” zijn (NRC Handelsblad, 3 februari 2003).

Precies een jaar na de traumatische kamerverkiezingen, op 15 mei 2003, publiceerde het partijbestuur de notitie Open, democratisch en midden in de samen­leving, die de partijver­nieuwing en ‘onthaagsing’ zou moe­ten stimuleren. De PvdA zou vooral drie kenmerken moeten hebben: volkspartij, ideeënpartij en democratische ledenpartij. De notitie bevatte voorstellen voor een meer regionale oriëntatie van kamerleden en voor regio­nale steunpunten, ‘meer rood op straat’ ook buiten verkiezings­campagnes, registratie van sympathiserende niet-leden, een brede discussie over immigratie en integratie, modernisering en integratie van de kenniscentra, bevordering van ledenraadplegingen, en een persoon­lijke benadering van alle leden. In het kader van de ‘onthaagsing’ stelde het bestuur tevens voor om een schaduw­parlement of ‘coalitie met de samenleving’ in te stellen: burgers die de PvdA via internet van advies zouden gaan dienen over concrete problemen in de maatschappij.

De noti­tie werd in mei en juni op vier regionale bijeenkomsten bespro­ken. Het Politiek Forum besprak het stuk op 14 juni in Arnhem. Bos pleitte in zijn toespraak ook voor ideologische vernieuwing. De PvdA zou het klassieke gelijkheidsideaal moeten inruilen voor participatie in de samenleving. Ze zou voorts afstand moeten nemen van het ‘consu­mentisme’, waarbij de overheid de burger als klant tevreden poogt te houden. Daarmee wees hij overigens markt­wer­king voor overheidsdien­sten niet af. Het Forum toonde zich over het algemeen ingenomen met de notitie van het partijbestuur. Het uitte echter twijfels over het voor­stel voor een scha­duw­parlement en vroeg om nader onderzoek naar vergroting van ledeninvloed op de kandi­daatstelling voor de Tweede Kamer. Ondanks de twijfels van het Politiek Forum presenteerde het partijbestuur op 20 augustus in Utrecht de ‘coalitie met de samenle­ving’: 162 burgers, bedoeld als dwarsdoorsnede uit de samenleving.

In het kader van de partijvernieuwing werden voorts de in 1999 inge­stelde kenniscentra ge­ïntegreerd tot één kenniscentrum, dat nauw zou gaan samenwerken met de Wiardi Beck­man Stichting (WBS), het wetenschappelijk bureau van de partij. In 2003 hield het kennis­centrum zich vooral bezig met onderwijs, de school en de kenniseconomie, maar ook met het project ‘De PvdA in de buurt’, waarbij volks­vertegenwoor­digers bezoeken brachten aan achter­standsbuurten in grote steden.  

In een interview met het weekblad Nieuwe Revu van 8 oktober noemde Bos voortgaande organisatorische en ideologische vernieuwing een voorwaarde voor hernieuwing van zijn lijsttrekkerschap bij de volgende Tweede-Kamerverkiezingen (verwacht in 2007). Ook de in 2002 opge­richte, hierboven reeds geïntroduceerde actiegroep Sambal, bestaande uit jongere bestuurders, drong aan op verdergaande vernieuwing. Met name moest de invloed van gewone leden op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer toenemen.

Het partijcongres dat op 12 en 13 december in Groningen gehouden werd, stelde een aantal wijzigingen in de statuten en reglementen vast. Zo besloot het dat het Politiek Forum – dat na twee jaar opnieuw geko­zen moest worden – voortaan 93 leden zou tellen, geselecteerd door de gewesten, de grote afdelingen, categorale groepen en via het PvdA-intranet. Verder maakte het congres het dubbellidmaatschap mogelijk, mits passief: een (al dan niet actief) PvdA-lid zou lid mogen zijn van een andere partij maar daar geen bestuur­lijke of politieke functies mogen vervullen. Voorts werd be­sloten de kandidaatstellings­procedure voor de Tweede Kamer op korte termijn te herzien, na advies van een nog in te stellen commissie.

Beginselprogramma

Bij de vernieuwing hoorde ook een nieuw beginselprogram. Een nieuw ontwerp zou medio 2004 verschijnen, kondigde partijvoorzitter Koole in november aan. In 2001 was een ontwerp­program door het congres feitelijk afgewezen (zie Jaaroverzicht 2001). Koole zou nu samen met Bos leiding geven aan een commissie die een nieuw ontwerp zou schrijven. In de commissie namen voorts zitting de Utrechtse hoogleraar bestuurskunde M. Bovens, WBS-medewerker R. Cuperus, de Nijmeegse burgemeester mevr. G. ter Horst, de Friese gede­puteerde en socioloog B. Mulder, de politicologe mevr. M. Sie en de Amsterdamse hoogleraar economie C. Teulings. Op het kennisfesti­val van 22 november in Leiden nam een panel een voorschot op de discussie. Ook op het partijcongres van 12 en 13 december kwamen in het kader van het ‘wandelgangenprogramma’ de beginselen ter sprake. De afge­vaardigden wijzigden verder de doel­stelling van de partij licht: van “verwezenlijking van een democratisch-socialistische maat­schap­pij” tot “verwezenlijking van sociaal-demo­cra­tische idealen”.

Kritiek op partijleider Bos

Bos kreeg in de loop van 2003 toenemende kritiek op zijn vernieuwende koers. Voor­aan­staande partijleden zoals de oud-ministers A. Peper, M.P.A. van Dam en mevr. T. Netelenbos, evenals oud-kamerleden als F. Leijnse en R. van Gijzel, verweten hem vaagheid en gebrek aan ideologisch profiel. De partijleider ging niet direct met hen in debat, maar riep zijn achter­ban op enig geduld te betrachten.

Kandidatenlijst Europese verkiezingen 2004

In augustus stelde Netelenbos, minister van Verkeer en Waterstaat in het tweede kabinet-Kok (1998-2002), zich kandidaat voor het lijsttrek­kerschap van de PvdA bij de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2004. Ze nam het daarbij op tegen de zittende delegatieleider, M.J. van den Berg, en tegen oud-europarlementariër mevr. M. van Putten. Op 20 september pre­senteerden de kandidaten zich op het Politiek Forum in Amsterdam. Tussen 10 en 17 oktober konden alle partijleden schriftelijk of telefonisch hun stem uitbren­gen. Bijna eenderde (18.000) maakte hiervan gebruik. Ruim 70% gaf de voorkeur aan Van den Berg, 15% stemde op Van Putten en zo’n 13% op Netelenbos.

Van Putten en Netelenbos zagen af van een lagere plaats op de kandi­datenlijst. Netelenbos had nog wel een ‘beeldbepalende plaats’ willen accepteren, maar trok zich terug toen de kan­didatencommissie haar die niet bleek te willen geven (de Volkskrant, 12 november 2003). Euro­parlementslid M. van Hulten stelde zich evenmin herkiesbaar, om persoonlijke redenen maar ook uit teleur­stelling over de behoudzucht van het Europees Parlement. Zijn collega mevr. D.J.M. Corbey was wel beschikbaar, maar kreeg van de kandidatencommissie een on­verkiesbaar geachte achtste plaats toebedeeld. Hun fractiegenoot J.M. Wiersma zou met zijn tweede plaats wel zeker kunnen zijn van herverkiezing. Op de derde plaats kwam een nieu­weling, mevr. E. Mastenbroek, (in de jaren negentig actief in de jongerenbeweging Niet Nix) evenals op de vierde plaats, radio-journalist M. Berman.

Het partijcongres stelde op 12 en 13 december de kandidatenlijst vast. De afge­vaardigden gingen niet helemaal akkoord met de voorgestelde lijst en kenden Corbey alsnog een verkies­bare vierde plaats toe, waar­door Berman op de vijfde plaats terecht kwam.

Het congres stemde verder in met een lijstverbinding met GroenLinks, zoals voorgesteld door het partijbestuur.

Programma Europese verkiezingen 2004

Het partijcongres stelde ook het verkiezingsmanifest vast, dat was opgesteld door een commissie onder leiding van partijvoorzitter Koole. Daarbij werden voor het eerst van­uit de afdelingen amendementen niet meer schriftelijk ingediend maar elektro­nisch, via PvdAnet, het intranet van de partij. Het manifest, dat als aanvulling op het program van de Partij van Europese Sociaal-democraten (PES) diende, plaatste kantte­keningen bij het streven naar liberalisering en privatisering in Europa, zonder dit geheel af te wijzen. De Europese Unie zou haar economisch beleid niet alleen op prijsstabiliteit moeten richten maar ook op werk­ge­legenheid en economische groei. Nederland zou minder geld aan de Unie moeten afdragen. De voorzitter van de Europese Commissie zou nu door het Europees Parlement, maar uiteindelijk door de burgers gekozen moeten worden.  

Gekozen burgemeester

Evenals bij andere partijen vond binnen de PvdA discussie plaats over de vraag of de bur­ge­meester door de gemeenteraad of de bevolking gekozen dan wel door de Kroon benoemd zou moeten worden (zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Bos pleitte op het festival van het binnenlands bestuur op 4 oktober in Tilburg voor een door de bevolking gekozen burgemeester – daarmee afwijkend van het verkie­zings­program van zijn partij. Wel zou de burgemeester dan meer eigen bevoegdheden moeten krijgen en niet langer de gemeenteraad kunnen voorzitten. De raad zou hem desnoods ook tussentijds weg kunnen sturen. Op het festival verdedigde F. de Vries, voorzitter van de gemeenteraadsfractie in Groningen en docent staatsrecht aan de Groninger universiteit, de door de raad gekozen burgemeester. Bos herhaalde zijn pleidooi op de jaarlijkse burgemeestersdag van de PvdA op 14 november in Leiden, waar hij minister De Graaf voorwaardelijke steun beloofde voor zijn wetsvoorstel. Een meerderheid van de aanwe­zige burgemeesters bleek het niet met hem eens. De burge­meesters van Amsterdam en Groningen, Cohen en J. Wallage, vielen hun partijleider via een ingezonden artikel in de Volkskrant (5 november 2003) bij. Een groot deel van de partij bleef echter een andere mening toegedaan, zo bleek althans op het partijcongres van 12 en 13 december, waar werd besloten over de kwestie in 2004 de leden te raadplegen.  

Integratiebeleid

Ook de integratie van immigranten bleef een onderwerp van debat in de partij. Het ging daar­bij over spreiding van immigranten over verschil­lende wijken en steden, over asielzoekers en criteria voor immigratie. Het Politiek Forum op 20 september was hier voor een deel aan ge­wijd. In november sprak de fractie in de Rotterdamse gemeenteraad zich uit tegen huisvesting van uitgeprocedeerde asielzoekers in deze gemeente. Nadat Bos zich in het openbaar van de uitspraak gedistantieerd had, bood fractievoorzitter B. Cremers zijn excuses aan.

De discussie was hiermee echter nog lang niet afgesloten. Een project­groep onder leiding van S. Patijn, oud-burgemeester van Amsterdam, zou het immigratie- en integratiebeleid verder onderzoeken. Op het kennisfestival op 22 november in Leiden trad Bos in discussie over het thema met S. Harchaoui, directeur van Forum, het Instituut voor Multi­culturele Ontwikkeling. In december bepleitte Bos een ander immigratie­beleid, dat arbeidsmigranten zou toelaten zon­der hen onmid­dellijk alle rechten en plichten van de verzorgingsstaat toe te kennen (de Volks­krant, 6 december 2003). Op het partijcongres op 12 en 13 decem­ber vond eveneens discussie plaats over integratie, waaraan Patijn deelnam.

Partijbestuur

Het partijcongres in Groningen koos ook een nieuw partijbestuur. Als internationaal secretaris werd onverwacht mevr. M. Laffeber gekozen in plaats van de zittende functionaris A. Pinto Scholtbach, die door de kandidatencommissie onder voor­zit­terschap van de Ensche­dese burge­meester J. Mans was aanbevolen. Koole werd bij gebrek aan tegenkandidaten bij acclamatie herkozen als voorzitter. Reeds in augustus had hij verklaard zich herkiesbaar te stellen.

Partijbijeenkomsten

De Dag van de Arbeid, 1 mei, vierde de PvdA landelijk in Leiden, waar Bos op straat rode rozen uitdeelde. De politiek leider sprak ook een bijeenkomst in het Leidse Volkshuis toe, die verder voor een groot deel gevuld werd met zang, muziek en video.

Op 20 november werd de jaarlijkse Willem Drees-lezing in Den Haag gehouden door de Belgische socioloog M. Elchardus, naar aanleiding van zijn in 2002 verschenen boek De dramademocratie.

Verwante instellingen en publicaties

In 2003 publiceerden verscheidene sociaal-democraten autobiografisch getinte werken.

L.P. Middel, van 1989 tot 2002 lid van de Tweede Kamer, presenteerde op 2 april zijn boek Politiek handwerk, kritische bespiegelingen over zijn ervaringen als politicus.

Op 4 juni verscheen Hoezo burgemeester. Ervaringen van de burge­meester van Leeuwarden 1999-2001 van de hand van mevr. L. van Maaren-van Balen, in 2001 als burgemeester van Leeuwarden tot aftre­den gedwongen. In het boek gaf ze haar visie op de gebeurtenissen, die nogal kritisch was voor de gemeente. Burgemeester Wallage van Gro­ningen nam het eerste exemplaar in ontvangst en riep daarbij het partijbestuur op om een onderzoek in te stellen naar beschuldigingen dat Van Maaren als burgemeester niet integer zou hebben gehandeld. Het partijbestuur achtte zich daartoe echter niet bevoegd. E. van Thijn beschreef zijn erva­ringen als burgemeester van Amsterdam in de peri­ode 1983-1994 op een luchtiger toon in een boek met de korte titel BM.

Op 16 oktober overhandigde oud-minister van Onderwijs J.A.A. van Kemenade het eerste exemplaar van zijn memoires, Wakken in het kroos. Opmerkelijke ervaringen uit dertig jaar publieke dienst, aan zijn vroegere collega Van Thijn. Beiden werden aan het begin van de jaren tachtig genoemd als opvolger van de toenmalige partij­leider J.M. den Uyl. Van Kemenade schreef dat Den Uyl hem inderdaad zelf als opvol­ger zag, maar dat partijvoorzitter Van den Berg (momenteel delegatieleider van de PvdA in het Europees Parlement) de voor­keur gaf aan Kok, terwijl de PvdA-bewindslieden in het kabinet Van-Agt A. van der Louw prefereerden. Uiteindelijk hield Van Kemenade de eer aan zichzelf en verliet de Tweede Kamer in 1984.

In november publiceerde mevr. H. d’Ancona, onder meer oud-minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Het persoonlijke is politiek. Hierin beschreef en analy­seerde ze haar eigen leven, maar ook dat van haar ouders.

W. Gortzak, van 1998 tot 2002 lid van de Tweede Kamer, beschreef zijn ervaringen als woord­voerder Suriname en zijn visie op dat land in Nederland-Suriname: de herkansing, dat in juli werd gepubliceerd door de Wiardi Beckman Stichting (WBS), zoals al vermeld het wetenschap­pelijk bureau van de PvdA.

De WBS publiceerde voorts The challenge of diversity. European Social Democracy facing migration, integration and multiculturalism, in samenwerking met de wetenschappelijke bureaus van de Duitse en Oostenrijkse sociaal-democratische zusterpartijen. De bundel bevatte onder meer bijdragen van de socioloog R. Koopmans en de publi­cist/hoogleraar P. Scheffer. Op 10 april presenteerde de WBS De uitdaging van het populisme van de hand van A. van der Zwan, een bundel essays waarin de oud-hoogleraar economie de opkomst van Fortuyn en soortgelijke bewegingen verklaarde aan de hand van maat­schappelijke verande­ringen. Als antwoord daarop poogde hij het socialisme ideologisch te vernieuwen in de richting van een ‘verlicht nationalisme’.

De Jonge Socialisten (JS) hielden op 26 en 27 april hun voorjaarscon­gres in Elst, waarbij vooral gesproken werd over huisvesting, milieu, zorg en Irak na de oorlog. Nadat het bestuur tijdens het congres van­wege onderlinge verdeeldheid onverwacht was afgetreden, vond op 28 juni in Elst een buitengewoon congres plaats. Mevr. L. Ypma werd tot waarnemend voorzitter gekozen. Op 11 oktober organiseerde de jonge­renorganisatie van de PvdA een festival in Utrecht, waar onder meer oud-minister J.P. Pronk met het Tweede-Kamerlid D.M. Samsom in discussie trad. Op 29 en 30 november vond het najaarscongres in Den Haag plaats. Naast de verkiezing van een nieuw bestuur stonden jonge­renhuisvesting en werk­gelegenheid op de agenda. Ypma werd nu ook formeel voorzitter.

De Evert Vermeer Stichting (EVS), de nevenorganisatie van de PvdA die zich bezig houdt met ont­wikkelingssamenwerking, hield op 12 april haar jaarlijkse Afrikadag in Utrecht met als thema: de invloed van globalisering op dit continent. De belangrijkste spreker was T. Horneku, medewerker van het Third World Network in Ghana. De EVS organi­seerde voorts discussies over globalisering in samenwerking met het internationaal secretariaat van de partij.

De Alfred Mozer Stichting, die de contacten met politieke geestver­wanten van de PvdA in Midden- en Oost-Europa onderhoudt, organiseerde samen met het onafhankelijke Instituut voor Publiek en Politiek op 10 december in Amsterdam een bijeenkomst over de Russi­sche parlementsverkiezingen.

Het Centrum voor Lokaal Bestuur hield op 4 oktober het tiende ‘festival van het binnenlands bestuur’, met als thema ‘de toekomst van de lokale sociaal-democratie’. Mevr. M. de Boer, sinds 2001 burgemeester van Leeuwarden, gaf de achtste Wibaut-lezing over ‘de kwaliteit van het bestaan anno 2003’. Verder werd een netwerk van jonge PvdA-politici officieel in het leven geroepen. Op 14 november organiseerde het Cen­trum in Leiden de jaarlijkse burge­meestersdag. Het hoofdthema was de positie van de burgemeester.

De Nederlandse delegatie van de Sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement organiseerde op 25 april in Amsterdam een bijeen­komst over ‘Europees radicaal rechts en de sociaal-democratie’, waar onder meer Koole een bijdrage leverde over de PvdA en de op­komst van het populisme in Nederland. De verschillende bijdragen werden in augustus ge­publiceerd in een bundel met dezelfde titel als de bijeen­komst.

Personalia

Oud-premier W. Kok werd op 15 april benoemd tot commissaris van het bank- en ver­ze­ke­ringsconcern ING. Hij zou eveneens commissariaten bij TPG Post, KLM en Shell aanvaarden. Voorts werd hij in maart voorzitter van een internationale werkgroep die advies zou uitbren­gen over de hervorming van de arbeidsmarkt in de Europese Unie. In april werd hij benoemd tot minister van staat.

Op 15 mei werd H. Lenferink benoemd tot burgemeester van Leiden, nadat hij in een referen­dum meer stemmen had verworven dan de VVD-kandidaat H. Groen.

Op 21 juni overleed P. Dankert, internationaal secretaris van de PvdA (1965-1971), lid van de Tweede Kamer (1968-1981), staatssecretaris voor Europese samenwerking (1989-1994) en lid van het Europees Parlement (1979-1989 en 1994-1999). Van 1982 tot 1984 was hij voor­zitter van het Europees Parlement.

De Gelderse oud-gedeputeerde W. Scheerder stond in oktober terecht voor fraude met gelden voor grootschalige evenementen in de provincie (zie Jaaroverzicht 2002). Op 12 december werd hij veroor­deeld tot een taakstraf wegens valsheid in geschrifte, maar vrij­ge­sproken van corruptie. Twee weken later ging hij in hoger beroep tegen dit vonnis.

Op 1 november nam W.F. Duisenberg afscheid als president van de Europese Cen­trale Bank. Duisenberg was minister van Financiën ge­weest in het kabinet-Den Uyl (1973-1977) en ver­volgens een jaar lang Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Ook was hij jarenlang president van De Nederlandsche Bank.

Laatst gewijzigd:11 april 2023 10:54