Past AI wel binnen onze planetaire grenzen?

Artificial Intelligence zal tegen 2030 enorme hoeveelheden elektriciteit, land en water gebruiken, equivalent aan het verbruik van miljarden mensen, schrijven wetenschappers in een recent rapport van de Verenigde Naties. Is AI eigenlijk wel mogelijk binnen de planetaire grenzen? In principe wel, stelt het VN-rapport. ‘Ja,’ zegt ook RUG-onderzoeker Xin Sun. ‘Maar niet met de huidige geografische verdeling van datacentra.’
FSE Science Newsroom | Charlotte Vlek
Dat AI enorm veel stroom verbruikt, is op zich wel bekend, schrijft het VN-rapport. Maar het land- en waterverbruik wordt vaak nog niet gezien. Kort maar krachtig presenteert het rapport een lijst cijfers over het verwachte verbruik van AI tegen 2030, waaronder:
-
945 Terawattuur aan elektriciteit – ruwweg te vergelijken met twee keer het verbruik van heel Frankrijk in 2025.
-
9,3 biljoen liter water – vergelijkbaar met het water dat nodig is voor alle 1,3 miljard mensen in Afrika ten zuiden van de Sahara
-
14,500 vierkante kilometer land – ongeveer een derde van het oppervlak van Nederland. Een deel van dat landgebruik gaat op aan windmolens en zonnepanelen die energie opwekken voor deze datacentra.
‘Het enorme energieverbruik van AI zorgt voor een grote koolstofuitstoot,’ legt Sun uit. ‘Dat kun je relatief gemakkelijk oplossen door voor hernieuwbare energie te kiezen.’ Daarmee verschuif je echter wel het probleem: door minder fossiele brandstoffen te gebruiken gaat de koolstof-voetafdruk wel omlaag, maar gaan land- en watervoetafdruk omhoog.
Je kunt het wel hebben over AI binnen planetaire grenzen, daar heeft de lokale bevolking niets aan
‘Dat waterverbruik is het grootste probleem,’ stelt Sun. ‘Water wordt gebruikt om datacentra te koelen. Dus als er data-centra gebouwd worden op plekken waar toch waterschaarste heerst, zorgt dat voor problemen.’ Sun analyseerde de geografische locaties van 11.000 datacentra over de hele wereld, en waarschuwt dat een deel daarvan op kwetsbare plekken staat, waaronder bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied, Noord-China en Zuid-Afrika.
‘Mijn visie is dat we het niet op globaal niveau moeten bekijken, maar lokaal,’ zegt Sun. ‘Je kunt het wel hebben over AI binnen planetaire grenzen, daar heeft de lokale bevolking niets aan als ze door een datacentrum te maken krijgen met waterrantsoenen, hogere energieprijzen, minder land of minder onderhandelingsmacht.’
‘Datacentra in gebieden met waterstress zouden aan striktere voorwaarden moeten voldoen,’ vindt Sun. ‘Zoals een transparante verslaglegging van energie- en waterverbruik, limieten aan zoetwaterverbruik, voorkeur voor gebruik van niet-drinkbaar water, of alternatieve manieren van koeling.’ En de lokale bevolking zou ook voordeel moeten ondervinden van de aanwezigheid van het datacentrum, vindt Sun: ‘Want vaak zijn zij niet degenen die gebruik maken van de AI die er draait.‘
Meer nieuws
-
30 juni 2026
Wat een bacterie ons leert over zonnecellen