Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en OnderwijskundeOnderzoekResearch Centre PMDAangeboren en verworven doofblindheid

Tactiele interactie en communicatie

Aangeboren doofblindheid en Tactiele Communicatie: de rol van de tactiele modaliteit in de communicatie en interactie met personen met aangeboren doofblindheid

Betrokken onderzoekers

Drs Hermelinde Huiskens

Prof. dr Marleen Janssen

Het promotieonderzoek 'Aangeboren Doofblindheid en Tactiele Communicatie' is erop gericht het gebruik van de tactiele modaliteit in de communicatie en interactie tussen personen met aangeboren doofblindheid en hun horende en ziende communicatiepartners te optimaliseren. Belangrijk onderdeel van het promotieonderzoek naar aangeboren doofblindheid en tactiele communicatie is een literatuurstudie naar de rol van de tactiele modaliteit in de (taal)ontwikkeling van: a) jonge horende en ziende kinderen; b) blinde kinderen; c) dove kinderen en d) personen met aangeboren doofblindheid. Het optimaliseren van het gebruik van de tactiele modaliteit in de communicatie en interactie tussen personen met aangeboren doofblindheid en hun horende en ziende communicatiepartners gebeurt door middel van een interventie die in totaal drie fases omvat:

1.Tactiele Communicatie. Deze eerste fase van de interventie omvat een cursus gericht op tactiel communiceren waar de horende en ziende communicatiepartners van personen met aangeboren doofblindheid aan deelnemen.

2.Tactiele Interactie. Deze tweede fase van de interventie omvat een begeleidingstraject gericht op de rol van de tactiele modaliteit in de interactie met personen met aangeboren doofblindheid.

3.Communiceren en Interacteren in de tactiele modaliteit: 'De Narrative Approach'. Deze derde fase van de interventie omvat een begeleidingstraject waarin de horende en ziende communicatiepartners van personen met aangeboren doofblindheid worden begeleid in het leren gebruiken van de principes van 'De Narrative Approach' in de communicatie en interactie met personen met aangeboren doofblindheid.

Planning

1 augustus 2008 – 1 augustus 2013; het uitwerken van het proefschrift loopt door tot juni 2014; het herzien van artikelen loopt door tot juni 2015

Betrokken praktijkpartners

  • Koninklijke Kentalis
  • Bartiméus, Doorn

Relevante literatuur

  • Daelman, M. (2003). Een analyse van de presymbolische communicatie bij blinde kinderen met een meervoudige handicap. Een aanzet tot orthopedagogisch handelen [ An analysis of the presymbolic communication in blind children with multiple disabilities, A start for orthopedagogic acting]. Dissertation. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven.
  • Janssen, M.J., Riksen-Walraven, J.M. & Van Dijk, J.P.M. (2003). Contact: Effects of an Intervention Program to Foster Harmonious Interactions Between Deaf-Blind Children and Their Educators. Journal of Visual Impairment & Blindness, 97(4), 215-229.
  • Janssen, H.J.M. & Rødbroe, I. (2007). Communication and congenital deafblindness II: Contact and social interaction. Sint Michielsgestel: VCDBF/Viataal.
  • Miles, B. & Riggio, M. (1999). Remarkable conversations. A guide to developing meaningful communication in children and young adults who are deafblind. Watertown MA: Perkins School for the Blind.
  • Nelson, K. (1996). Language in Cognitive Development: The emergence of the mediated mind. Cambridge: University Press.
Laatst gewijzigd:17 februari 2017 08:53