Skip to ContentSkip to Navigation
Expertisecentrum CIBIFOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Expertisecentrum CIBIF

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Centre of Expertise CIBIFBlog
Header image Centre of Expertise CIBIF

Financieel zelfvertrouwen

Datum:02 november 2016
Marc KRamer
Marc KRamer

Huishoudens worden meer verantwoordelijk voor hun eigen financiële toekomst. Dat is niet zonder risico.

Onderzoek geeft aan dat zij vaak niet de beste financiële keuzes maken. Hiervoor zijn twee belangrijke oorzaken: een gebrek aan financiële kennis en psychologische ‘valkuilen’. Op het eerste gezicht lijkt het dan ook zinvol consumenten beter financieel op te leiden. In de praktijk blijkt dat lastig: naast een gebrek aan motivatie en cognitieve vermogens die nodig zijn om complexe financiële vraagstukken te doorgronden, zullen consumenten nooit zijn opgewassen tegen de geraffineerdheid van financiële instellingen. En ook al vinden we gezondheid belangrijk en onze eigen verantwoordelijkheid, leiden we ook niet dat we iedereen opleiden tot medisch expert. Daar zijn artsen voor. Het uitbesteden van financiële kennisontwikkeling aan een professioneel adviseur ligt dan ook voor de hand.

Ik was daarom ook nieuwsgierig naar de markt voor professioneel financieel advies: wanneer en waarom nemen huishoudens en individuen een adviseur in de hand? Leidt het inroepen van professionele financiële hulp wel tot betere beslissingen? Is het bijvoorbeeld zo dat consumenten met een gebrekkige financiële kennis eerder geneigd zijn om naar een adviseur te stappen?

Ik heb deze vraag onderzocht op basis van een steekproef van klanten van een middelgrote bank. De meest opvallende uitkomst was dat de mate van financieel zelfvertrouwen bepalend is voor de vraag of iemand een adviseur in de hand neemt. Onder huishoudens die zichzelf zeer kundig achten, is de adviesvraag 50% lager dan bij vergelijkbare huishoudens met minder financieel zelfvertrouwen. Ik vond geen verband tussen feitelijke financiële kennis en de vraag naar advies.

Op zich is dit wel te begrijpen: omdat feitelijke financiële kennis voor consumenten zelf lastig is vast te stellen, zullen zij zich bij de keuze om een adviseur te nemen vooral laten leiden door hoeveel zij denken te weten, of dat nu klopt of niet. Interessant hierbij is dat de gevonden relatie met name aanwezig is voor huishoudens met een bovengemiddeld vermogen; huishoudens dus waarbij het eerder rendabel is om óf zelf kundig te worden óf om financiële kennis in te kopen.

Financieel zelfvertrouwen is dus geen substituut voor financiële kennis en leidt er mogelijk toe dat een te groot deel van de consumenten met te weinig kennis van zaken actief is en een ander deel – dat voldoende kennis heeft maar onvoldoende zelfvertrouwen – ten onrechte niet actief. Consumenten die gebruik willen maken van execution-only diensten zouden eerst geconfronteerd moeten worden met het verschil tussen hun objectieve [middels een test vastgestelde] en gepercipieerde financiële kennis voordat ze toegang krijgen tot de dienstverlening.

 

Gebaseerd op: Kramer, M. M. (2016). Financial Literacy, Confidence and Financial Advice Seeking. Journal of Economic Behavior & Organization. DOI: 10.1016/j.jebo.2016.08.016