‘Daar zit een goeie kop op’

Op de Olympische Spelen laten atleten zien hoe de top van menselijk prestatie er uit ziet. Het maximale uit jezelf halen. Maar het gaat niet alleen om fysiek in topvorm zijn, als Olympiër moet je ook mentaal streven naar perfectie. Nico W. van Yperen is hoogleraar sport & performance en houdt zich bezig met de rol van mentale kracht in topsport. ‘Mensen denken vaak dat het fysieke en het mentale los van elkaar staan, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo,’ zegt hij. ‘Je mentale gesteldheid heeft altijd invloed op hoe je fysiek presteert, en andersom.’
Tekst: Marrit Wouda, Corporate Communicatie RUG / Foto’s: Henk Veenstra
Onzichtbare mentale kracht
Wanneer we het hebben over het mentale deel van topsport denken mensen volgens Van Yperen vaak aan sporters die op het moment supreme falen, fouten maken of verliezen. ‘Dat is natuurlijk het meest zichtbare,' zegt hij. En ten dele klopt het ook: ‘Na jarenlang trainen en werken heb je dat niveau bereikt - net als je concurrenten overigens - en dan moet je het laten zien, met immense druk en miljoenen toeschouwers. Dat vraagt mentaal inderdaad heel veel van je’. Maar in het hele proces wat daar aan vooraf gaat, het goed worden, wordt de mentale component door leken nog wel eens over het hoofd gezien. ‘Überhaupt de focus om zo ver te komen, trainen, allerlei dingen te laten en jarenlang afzien, vraagt ongelofelijk veel mentale kracht.’

Keihard bikkelen, keihard rusten
Natuurlijk is er een zekere mate van talent nodig, een fysieke aanleg waardoor een sport goed bij je past. Maar met aanleg alleen red je de Olympische Spelen nog niet. Motivatie is misschien nog wel het belangrijkste. ‘Als je het niet leuk vindt om hard te trainen en ook flink af te zien, ga je het niet volhouden’. Want om aan de top te komen moet je inderdaad ook vaak flink afzien. Van Yperen schreef het boek ‘Winnen met je hoofd’ met zeilster Marit Bouwmeester. ‘Zij is daar heel sterk in: het gaat niet om de dagen waarop de zon schijnt en alles lekker gaat. Het gaat om wat je doet wanneer je niet lekker in je vel zit en alles tegenzit. Daar is vaak de meeste mentale winst te halen,’ vertelt Van Yperen. ‘Als je het tóch doet, kan het zo maar zijn dat je alsnog goed presteert. Dat zorgt dat je je trots voelt en leert om toch door te blijven zetten.’ Aan de andere kant: soms moet je juist rust pakken. Om echt succesvol te zijn moet je die grens heel precies weten te vinden. ‘Shorttrackster Xandra Velzeboer besloot de tweede dag van het NK shorttrack over te slaan, om zo uit te rusten voor de Spelen,’ noemt Van Yperen. ‘Dat vinden veel sporters natuurlijk heel moeilijk, want het gaat een beetje in tegen die discipline, maar gelukkig hebben ze daar ook een team voor,’ lacht hij.
Growth mindset
Discipline, bikkelen, doorzetten, balans: het zijn voor een heel groot deel eigenschappen die je kunt leren en kunt trainen. Binnen de sportpsychologie spreekt men vaak van de growth mindset, het geloof dat je kunt leren. Van Yperen: ‘We weten van tweelingonderzoek dat veel eigenschappen een erfelijke basis hebben tussen de 30 en 70%. Dat is wetenschappelijk interessant, maar op individueel niveau is de vraag: wat geloof je zelf?’ Van Yperen geeft een voorbeeld. ‘Wanneer je verlegen bent, dan kun je je daarbij neerleggen, omdat dat is hoe jij bent. Dat is prima, maar als je er last van hebt, kún je er voor kiezen om er iets aan te doen: vreemden aanspreken, naar een feestje gaan, of misschien zelfs met een coach werken.’ Je zult waarschijnlijk niet de meest extraverte persoon worden, maar je kunt wél groeien. Immers: iets kan wel nature zijn, maar met nurture kun je héél veel veranderen. ‘Het plafond is voor jou misschien anders dan voor een Olympisch kampioen, maar mensen die die instelling hebben én plezier hebben in het leren, worden áltijd beter.’

Waar heb je wél controle over?
Een overkoepelend principe om als topsporter mentaal krachtiger te zijn is je richten op de dingen waar je controle over hebt, zowel in je training - door allerlei scenario’s te oefenen -, als tijdens een wedstrijd. ‘Niet letten op al die mensen die kijken, de scheidsrechter, het weer. Die moet je nemen zoals ze zijn,’ vult Van Yperen aan. Nee, richt je op je startplek, hoe je de bocht neemt, hoe je met je tegenstanders dealt, al die dingen waar je op hebt getraind. ‘En als je al die dingen doet zoals je ze hebt getraind, die dingen zo veel mogelijk hebt geoptimaliseerd, moet je onafhankelijk van de uitslag tevreden met jezelf zijn,’ zegt Van Yperen. ‘Dat is overigens ook erg moeilijk voor een topsporter,’ lacht hij. ‘Maar als je mentaal een beetje goed in elkaar zit, kun je even later de video’s nog eens terugkijken en concluderen: ja ik heb alles goed gedaan, maar er was gewoon iemand die nog beter was.’ Hij vervolgt: ‘Nederlandse schaatsers weten dat als je opgaat tegen de Amerikaanse schaatser Jordan Stolz, de kans heel groot is dat je verliest.’ Maar, vervolgt hij, ‘ze gaan er nog steeds voor natuurlijk!’ De mentale kracht zit ‘m in álles kunnen geven, achteraf weten dat je dat gedaan hebt en dan ook trots kunnen zijn op je prestatie.
We gaan gewoon door
Om nog even bij Stolz te blijven: die maakte bij het Amerikaanse kwalificatietoernooi voor de Spelen een flinke buikschuiver, stond weer op en werd alsnog derde. Dat is fysiek indrukwekkend, maar mentaal ook. ‘Snel kunnen omschakelen wanneer je tóch afgeleid raakt, is een heel belangrijke vaardigheid,’ zegt Van Yperen. Het vermogen om je te herpakken en nooit, maar dan ook nooit op te geven, is echt de sleutel tot succes. ‘Je ziet het wel eens bij veldrijden: fiets stuk? Maakt niet uit, ze gaan gewoon door, met die fiets op de nek. Een normaal mens zou het bijltje erbij neergooien, maar zij gaan áltijd door.’ Want ook hier geldt: je hebt in ieder geval alles gegeven, je hebt gedaan wat je kon.

Perfectie bestaat niet
Topsporters proberen het maximale uit zichzelf te halen, streven perfectie na. ‘Dat moet je ook nastreven, en dat is ook inspirerend. Maar je moet ook weten dat je het niet gaat halen,’ zegt Van Yperen. Om optimaal te presteren moeten topsporters zéker mikken op het beste, maar ze moeten volgens Van Yperen ook voorbereid zijn op dingen die mis gaan. Dat klinkt misschien negatief, maar juist door in je voorbereiding na te denken over alles wat fout kan gaan, kun je je daartegen weren. ‘Anders denk je misschien bij een buikschuiver “oh, het is niet perfect, waarom zou ik doorgaan?”, maar er is nog nooit een Olympisch kampioen geweest met een perfecte race.’
Uitschieters
Fysieke aanleg hebben, de growth mindset beheersen, op het juiste moment in aanraking komen met de juiste sport en de juiste omgeving hebben: het zijn heel veel factoren die allemaal nét goed moeten zijn om het tot de Spelen te kunnen schoppen. ‘Olympisch kampioenen zijn outliers, statische uitschieters met een heel bijzonder pad, kortom heel bijzondere mensen.’ Maar, zegt Van Yperen, ‘een enorm goede politicus, kapper of docent heeft al die dingen ook. Dat wordt door de maatschappij alleen wat minder bewonderd.’
Meer informatie
Meer nieuws
-
20 januari 2026
Alcohol, appen en e-bikes
-
13 januari 2026
Lonneke Lenferink nieuw lid van De Jonge Akademie
-
08 december 2025
Burgerparticipatie onmisbaar voor een duurzame energietoekomst