Skip to ContentSkip to Navigation
ResearchHealth SciencesCommunity and Occupational Medicine
University Medical Center Groningen

Agnietje Bakker: “Ik geloof in de meerwaarde van de samenwerking tussen de praktijk en wetenschap."

Agnietje Bakker, verpleegkundig specialist bij de Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar van de GGD Groningen, is betrokken bij het onderzoeksproject Op weg naar evidence-based triage binnen de jeugdgezondheidszorg van 0-4 jaar.
Triage is het maken van onderscheid tussen gezinnen, waar meer en waar minder zorg nodig is. Binnen de Jeugdgezondheidszorg is behoefte aan (wetenschappelijk getoetste) instrumenten voor triage om daarmee zo effectief mogelijk het werk te doen.

In haar dagelijks werk begeleidt ze jonge gezinnen. Deze gezinnen bezoekt ze thuis of komen bij haar op het spreekuur van het consultatiebureau.
Op het consultatiebureau worden de groei en ontwikkeling van het (gezonde) kind gevolgd en vragen van ouders beantwoord. Veel ouders vinden dit spreekuur belangrijk. Ze hebben echter een passieve rol: de verpleegkundige of de arts doet een aantal ontwikkelingstestjes bij het kind, de ouders horen “de stand van zaken” aan en gaan weer weg.

Tijdens haar masteropleiding Verpleegkunde heeft Agnietje Bakker onderzocht hoe de betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van hun kind vergroot kan worden. Daartoe heeft ze de Ages and Stages Questionnaire, een wetenschappelijk getoetste vragenlijst, voorgelegd aan ouders van 3 jarigen. Ouders reageerden positief op deze vragenlijst en gaven aan bewuster te zijn van de ontwikkeling van hun kinderen.

Als gevolg van haar onderzoek en de uitkomsten heeft ze samen met de divisiemanager Jeugd van de GGD contact met de sectie Sociale Geneeskunde opgenomen. Uiteindelijk heeft dat geleid tot het Triage-onderzoek en daarmee de samenwerking tussen de GGD en het UMCG.

Agnietje Bakker: “Ik geloof in de meerwaarde van de samenwerking tussen de praktijk en wetenschap. Het heeft me geleerd kritisch te kijken naar het hoe en waarom van mijn professionele handelen en in te spelen op knelpunten in de zorg, vooral hoe je met beperkte middelen voldoende aandacht kunt geven aan ouders en kinderen waarbij de ontwikkeling minder goed verloopt.
Het Triage-onderzoek speelt hierop in: “we vinden een moderne vorm voor ouderparticipatie op het consultatiebureau, door triage gaan we efficiënter met de beperkte middelen om en we toetsen of hetgeen we doen, ook werk."

Laatst gewijzigd:30 mei 2014 12:39