Skip to ContentSkip to Navigation
Onderzoek DNPP Politieke partijen Partij van de Arbeid (PvdA) Geschiedenis

PvdA jaaroverzicht 2006

Uit: P. Lucardie, M. Bredewold, G. Voerman en N. van de Walle, 'Kroniek 2006. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2006' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2006 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2008), 15-104, aldaar 69-78.

Inleiding

In 2006 bestond de PvdA zestig jaar, hetgeen begin februari werd gevierd. In die periode leek zij veruit de grootste partij in Nederland te worden: opiniepeilingen beloofden haar meer dan vijftig zetels, terwijl het CDA er niet veel meer dan dertig zou halen. In maart stonden de sociaal-democraten zelfs op zestig zetels. Daarna keerde het tij. In de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen maakte lijsttrekker W.J. Bos geen sterke indruk. Ondanks een forse nederlaag bleek de PvdA echter onmisbaar voor een nieuw te vormen kabinet.

Afghanistan

Ook binnen de PvdA leefden twijfels over de missie in Afghanistan, zo bleek tijdens een discussieavond in Utrecht op 25 januari. Oud-partijlei­der A.P.W. Melkert en oud-minister M. van der Stoel hadden hun partij opgeroepen om de missie te steunen. De bij de FNV aangesloten Alge­mene Federatie van Militair Personeel (AFMP) pleitte evenals de Leidse hoogleraar volkenrecht N.J. Schrijver tegen deelname. Uiteindelijk stemde de Tweede-Kamerfractie in februari (op mevr. G.M. van Hete­ren na) in met de zending van militairen naar de provincie Uruzgan (zie in deze Kroniek onder ‘hoofd­momenten’).

Gemeenteraadsverkiezingen

In 2005 waren de voorbereidingen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 gestart (zie Jaaroverzicht 2005). Partij­leider Bos maakte op 25 januari in Goes feitelijk een begin met de cam­pagne, waarbij hij veertig steden zou bezoeken. Officieel werd de ver­kiezingscampagne echter pas op 11 februari in Amsterdam geopend, tegelijk met de viering van het zestigjarig bestaan van de partij. In zijn toespraak pleitte Bos onder meer voor progressieve gezinspolitiek via gezinscoaches, opvoedingsondersteuning, betere kinderopvang en aan­pak van jeugdwerkloosheid. Hij viel daarmee vooral het CDA aan. Par­tijvoorzitter M. van Hulten legde uit dat de raadsverkiezingen meer dan anders een landelijk karakter kregen, omdat het kabinet problemen liet liggen die gemeentebesturen dan maar moesten oplossen. De Amster­damse wethouder A. Aboutaleb verweet in de Wibautlezing het ‘platte­landskabinet’ van CDA-premier Balkenende te weinig aandacht aan grote steden en met name aan onderwijsproblemen te besteden. Het programma had verder een feestelijk karakter, debatten en toespraken werden afgewisseld met muziek, cabaret en film.

De verkiezingscampagne had als motto ‘meer rood op straat’ en richtte zich vooral op onderwerpen als veiligheid, ouderen, ruimtelijke orde­ning en sociaal beleid. In Rotterdam gingen 24 kandidaat-raadsleden (met inbegrip van lijsttrekker E.P. van Heemst) 24 uur het leven delen van ‘gewone Rotterdammers’: bij hen eten, logeren en meelopen op hun werk of andere bezigheden. Zo hoopte men beter te weten te komen wat er leefde onder de burgers.

‘Partij voor de Allochtonen’?

De PvdA boekte een stemmenwinst van gemiddeld eenderde, met name in de grote steden. Ze kreeg daar veel stemmen van allochtonen. Vooral in Amsterdam en Rotterdam werden veel onverkiesbaar geachte kandi­daten van Marokkaanse en Turkse afkomst met voorkeurstemmen geko­zen, wat partijleider Bos enige zorg baarde: deze groep miste wellicht de nodige ervaring of deskundigheid (het Parool, 17 maart 2006). Over zijn (al dan niet goed geciteerde) uitlatingen ontstond enige beroering binnen en buiten de partij. Partijvoorzitter Van Hulten verweet de media de verhoudingen tussen ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ te polariseren en daarbij zelfs ‘racistische trekjes’ te vertonen (NRC Handelsblad, 21 maart 2006). De Tweede-Kamerleden mevr. K. Arib en mevr. N. Albay­rak, dochters van Marokkaanse respectievelijk Turkse immigranten, spraken tegen dat de PvdA nu de ‘Partij voor de Allochtonen’ was geworden, die zich door de belangen van deze groep op sleeptouw zou laten nemen. Aboutaleb – zelf met bijna 47.000 voorkeursstemmen in de Amsterdamse raad gekozen – vroeg Bos om zijn uitspraken in de raadsfractie toe te komen lichten. De partijleider bleek daartoe bereid.

Collegevorming

De PvdA wist de zetelwinst royaal te verzilveren bij de collegevor­ming: in 329 van de 419 gemeenten waar een nieuwe raad werd geko­zen konden de sociaal-democraten wethouders leveren. In de meeste geval­len werd samengewerkt met de christen-democraten. Linkse colle­ges (met GroenLinks en SP) bleven beperkt tot Amsterdam, Groningen, Nij­megen en enkele kleinere gemeenten, al hadden de drie partijen in 39 ge­meen­ten een meerderheid.

Politiek Forum

In maart kozen de partijleden uit bijna driehonderd kandidaten dertig nieuwe leden voor het Politiek Forum – 3.127 leden (ruim vijf procent van het totaal) brachten hun stem uit. De kandidaten waren over ver­schillende beleidsterreinen verdeeld.

Het Forum kwam op 8 april bijeen in Amsterdam en besprak daar het rapport Goed wonen: voor iedereen, van iedereen dat de projectgroep Wonen in 2005 had opgesteld (zie Jaaroverzicht 2005). De discussie ging vooral over het huurbeleid en de segregratie van etnische minderheden in bepaalde buurten. Een deel van de Forumleden nam die middag deel aan een demonstratie van de Woonbond tegen de liberalise­ring van de huren die het kabinet door wilde voeren. Het Forum kwam vervolgens nog drie keer bijeen, voornamelijk naar aanleiding van de Tweede-Kamerverkiezingen.

Programma Tweede-Kamerverkiezingen

Op 23 januari installeerde het partijbestuur de Nijmeegse wethouder P.F.G. Depla als voorzitter van een commissie van zestien leden die een nieuw verkiezingsprogram zou ontwerpen. Tweede voorzitter werd de Utrechtse wethouder J.L. Spekman. Naast enkele wetenschappelijk geschoolde deskundigen als de hoogleraar moleculaire biologie R. Plasterk en politici als de Amsterdamse wethouder Aboutaleb en het Eerste-Kamerlid mevr. T.A. Maas-de Brouwer nam de Vlaamse politi­cus S.R. Stevaert, oud-voorzitter van de Socialistische Partij Anders en gouverneur van (Belgisch) Limburg, zitting in de commissie. De com­missie was van plan uitgebreid in debat te gaan met leden en deskundi­gen, via openbare hoorzittingen en huiskamer­gesprekken, maar moest zich hierin nogal beperken toen bleek dat de verkiezingen vervroegd werden. In juni ging de PvdA met een ‘Ideeëntrein’ naar een aantal ste­den om meningen te horen over de onderwerpen veiligheid, sociaal beleid, duurzaamheid en kennis.

Op 3 september presenteerde Depla het ontwerpprogramma getiteld Samen sterker in Amsterdam. De PvdA wilde ruim elf miljard euro bezuinigen, onder meer door de waterschappen op te heffen en het aan­tal ambtenaren te verminderen, terwijl ze meer wilde uitgeven voor onderwijs, kinderopvang (drie dagen in de week gratis, ook voor niet-werkenden), huursubsidie, WAO, verlaging van de (nominale) ziekte­kosten­premie, openbaar vervoer, verbetering van oude stadswijken, en ontwikkelings­samenwerking. Daarnaast wensten de sociaal-democraten een generaal pardon voor vluchtelingen die onder de oude regeling asiel hadden aangevraagd, een correctief referendum, benoeming van de bur­gemeester door de gemeenteraad en subsidie voor 15.000 banen in scholen, ziekenhuizen en beveiliging. De hypotheekrenteaftrek zou beperkt worden voor de hoogste inkomenscategorie. De AOW zou mee moeten stijgen met de lonen, maar ouderen zouden vanaf 2011 naar draagkracht daaraan mee moeten betalen.

Het ontwerp werd op 9 september in Amsterdam door het Politiek Forum besproken, en vervolgens op 16 september op vier regionale voorcongressen in verschillende steden. Uiteindelijk stelde het partij­congres op 30 september en 1 oktober in Rotterdam de definitieve ver­sie vast, met geringe wijzigingen – bijvoorbeeld dat schoolboeken voortaan gratis moesten worden.

Kandidaatstelling Tweede-Kamerverkiezingen

Op 23 januari benoemde het partijbestuur mevr. J. van Nieuwenhoven, gedeputeerde van Zuid-Holland en oud-voorzitter van de Tweede Kamer (1998-2002), tot voorzitter van de commissie die de kandidaten­lijst zou ontwerpen. Vice-voorzitter werd mevr. M.M. van Zuijlen, directeur van een adviesbureau en eveneens oud-lid van de Tweede Kamer. Een aantal Kamerleden maakte in juli bekend niet opnieuw ver­kiesbaar te zullen zijn: oud-minister K.G. de Vries, oud-staatssecretaris mevr. E. Kalsbeek-Jasperse en mevr. S.E.A. Noorman-Den Uyl.

Kandidaten voor het lijsttrekkerschap voor de Tweede-Kamerverkiezin­gen konden zich van 15 juni tot 9 juli (aanvankelijk was gezegd: 22 september) aanmelden, maar niemand deed dat – behalve Bos. De voor oktober voorziene ledenraadpleging ging dus niet door. De publicist P. Scheffer, die in 2005 verklaard had zich mogelijk kandidaat te zullen stellen, zag daar in juli uiteindelijk van af (zie Jaaroverzicht 2005).

Op 21 september bekrachtigde het partijbestuur de ontwerplijst van tachtig kandidaten die de commissie had opgesteld; veertig mannen (op de oneven nummers) en veertig vrouwen (op de even nummers). De eerste vier plaatsen waren voor zittende Kamer­leden; Albayrak kwam op twee, A. Wolfsen op drie, mevr. M. Bussemaker op vier. De hoogste nieuwkomer was A.J.M. Heerts, voorzitter van de AFMP en vice-voor­zitter van de FNV. De volgende vier plaatsen waren weer voor zittende Kamerleden, op nummer tien stond nieuwkomer mevr. M. Besselink, ambtenaar in Groningen en lid van het partijbestuur. Voor plaats 25 werd P. Kalma voorgedragen, sinds 1989 directeur van het wetenschap­pelijk bureau van de partij, de Wiardi Beckman Stichting (WBS). De via de LPF in de Tweede Kamer gekozen maar in juli naar de PvdA teruggekeerde mevr. M. Kraneveldt-van der Veen kreeg plaats 34 toe­gewezen, de oprichter van Alternatief Voor Vakbond (AVV), mevr. M.L. Vos plaats 36. Niet alle zittende Kamerleden die zich herkiesbaar hadden gesteld werden op de lijst geplaatst. Van Heteren, die in februari als enige lid van de PvdA-fractie tegen de Afghanistan-missie had gestemd, kwam tot haar teleurstelling niet op de lijst voor.

Het partijcongres stelde de definitieve lijst op 1 oktober in Rotterdam vast, met zeer bescheiden wijzigingen. De zittende Kamerleden Arib en H.E. Waalkens stegen van plaats 44 naar 34 respectievelijk van 51 naar 33.

Armeense kwestie

De uit Turkije afkomstige E. Sacan, Statenlid in Noord-Brabant, die aanvankelijk was voorgedragen voor plaats 53, werd op 27 september door het partijbestuur van de lijst verwijderd naar aanleiding van zijn standpunt over de Armeense kwestie (zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Hij beheerde een chatbox op de website www.siyaset.nl die vooral aan Turkse nationalisten ruimte zou bieden. Sacan weigerde in een e-mail te verklaren dat hij het standpunt van de Tweede-Kamerfractie steunde, al zegde hij in een telefoongesprek met de partijvoorzitter die steun wel toe. Sacan protesteerde daarop dat de PvdA met twee maten mat, omdat Albayrak en hij dezelfde mening waren toegedaan. Albayrak had verklaard geen definitief standpunt in te kunnen nemen, omdat alle bronnen ‘vervuild’ waren (Trouw, 26 sep­tember 2006). Zij had echter wel voor de Kamermotie gestemd waarin de genocide werd erkend en onderstreepte dat nog eens in een artikel dat ze samen met fractiegenoot F.C.G.M. Timmermans schreef voor het dagblad Trouw (4 oktober 2006). Turks-Nederlandse studentenvereni­gingen organiseerden op 5 oktober een protestmars naar het partijbureau van de PvdA in Amsterdam, waaraan zo’n vijftig jongeren deelnamen omdat ze zich ‘monddood’ gemaakt voelden (de Volkskrant, 6 oktober 2006). De PvdA zou overigens in de verkiezingscampagne voorzichti­ger omgaan met de kwestie en de term ‘genocide’ zoveel mogelijk ver­mijden (verklaarden zowel Bos als Albayrak op 6 november) – volgens CDA-fractievoorzitter Verhagen ‘een knieval voor de Turkse kiezers’ (de Volkskrant, 8 november 2006).

Campagne Tweede-Kamerverkiezingen

PvdA-lijsttrekker Bos gaf in een radio-interview met RTL4 op 1 maart aan, niet als vice-premier onder Balkenende te willen dienen, maar wel premier te willen worden. In april manifesteerde zich enige verdeeld­heid binnen de partijtop en campagneteam over de omgang met de media. Partijvoorzitter Van Hulten – die overigens al in februari opzien gebaard had met een pleidooi voor een gedragscode in de omgang tussen politici en pers (de Volkskrant, 9 februari 2006) – verzette zich tegen ‘professionalisering’ via voorlichters en ‘spindoctors’, terwijl Bos daar wel voor leek te voelen. Alle Tweede-Kamerleden zouden volgens de partijleider belangrijke interviews moeten voorbereiden met de afde­ling voorlichting. Sommige Kamerleden verweten Bos paternalisme in deze kwestie, maar deden dat anoniem (de Volkskrant, 27 april 2006).

Op 28 april ontvouwde Bos op de door het onderzoeksinstituut Netspar georganiseerde conferentie ‘Reinventing the Welfare State’ in Den Haag zijn visie op de verzorgingsstaat, die hij op dezelfde dag zou publiceren in de Volkskrant. Naar ‘Scandinavische model’ wilde hij een nivellerend inkomensbeleid en activerend arbeidsmarktbeleid voeren, vooral om de vergrijzing op te vangen. Ouderen zouden – boven een bepaalde inkomensgrens – via de belastingen meebetalen aan de AOW (die dan dus verder ‘gefiscaliseerd’ zou worden) en gestimuleerd worden langer door te werken. De levensloopregeling zou niet mogen dienen om eerder te stoppen met werken, de hypotheekrenteaftrek zou beperkt worden en het ontslagrecht versoepeld (met verhoging van de WW). CDA-leider Balkenende reageerde meteen scherp: ‘het is goed dat Bos nu kleur bekent, maar het is niet de goede kleur’ (de Volkskrant, 29 april 2006). Vooral de fiscalisering van de AOW – ‘Bosbelasting’ in de woorden van Verhagen (het Parool, 28 september 2006) – zou een zwaar stempel op de campagne drukken. FNV-voorzitter mevr. A. Jongerius noemde de plannen van de PvdA ‘betuttelend en ouderwets’ (Trouw, 29 april 2006). Volgens minister Zalm van Financiën (VVD) zouden sommige ouderen zestien procent van hun inkomen moeten inleveren als de PvdA haar zin zou krijgen. De ouderenbonden reageer­den genuanceerd; de Vereniging voor vijftigplussers ANBO wilde aan­vankelijk de discussie wel aangaan, maar wees evenals de katholieke Unie KBO fiscalisering van de AOW zonder meer af, de protestants-christelijke PCOB kon er juist wel mee instemmen. Oud-minister M.P.A. van Dam (sinds 2003 overigens geen lid meer van de PvdA) verweet Bos misleiding en een ‘pervers’ beroep op solidariteit (de Volkskrant, 4 mei 2006). Een op te richten ‘Progressieve Ouderenpartij’ zou de plannen van de PvdA moeten stoppen. Bos’ partijgenoot A. Peper, eveneens oud-minister, vond de voorstellen electoraal zeer riskant en onverstandig. Een derde oud-minister, W.A.F.G. Vermeend (tevens oud-staatssecretaris van Financiën in 1994-2000), sprak van een ‘beginnersfout’ (de Volkskrant, 15 juni 2006). Hij wees op de grote maatschappelijke onrust die het plan van Bos veroorzaakte en opperde andere, meer geruisloze maatregelen zoals een geleidelijke verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Op de traditionele landelijke 1-mei viering (in Utrecht dit jaar) verde­digde Bos zijn visie ook tegen kritiek uit eigen rijen, met een beroep op het solidariteitsbeginsel. Bos kreeg steun van de voorzitter van de Jonge Socialisten, R. Zandvliet, en van de voorzitter van het AVV, Vos. Op het Politiek Forum op 17 juni in Utrecht beloofde Bos dat de AOW weer meer met de lonen zou meestijgen als zijn partij in de regering zou komen. Van vooral oudere partijleden kreeg Bos veel kritische vragen en opmerkingen, zoals ‘ik weet niet meer hoe ik dit aan mijn buurman moet uitleggen’ (de Volkskrant, 19 juni 2006). De voorzitter van de Eerste-Kamerfractie, H.C.P. Noten, gaf toe dat de partij haar plan (waaraan hij had meegewerkt) niet goed had uitgelegd. In een brief aan alle partijleden waagden Bos en Van Hulten nog een poging het goed uit te leggen. In de peilingen was de PvdA intussen fors gedaald, van zestig naar 45 zetels. In augustus besloot de partijtop het plan aan te passen. Op 31 augustus verklaarde Bos dat pas vanaf 2011 mensen van 65 en ouder met een aanvullend pensioen van meer dan 15.000 euro per jaar geleidelijk een belasting­heffing zouden gaan betalen over hun AOW.

Op 21 oktober organiseerde de partij een luchtig ‘Doe mee’ festival in Amsterdam waarbij korte debatten werden afgewisseld met (veel) muziek en spelletjes.

In het televisiedebat op 3 november leek Bos Balkenende te overtreffen en in staat een deel van de potentiële SP-stemmers voor de PvdA te winnen. Hij wilde dan ook graag nog meer debatten, maar kreeg de kans niet. Balkenende ontliep hem, zo stelde de PvdA-leider vast. Daarbij had hij het gevoel dat CDA en VVD probeerden hem als persoon ‘kapot te maken’ (de Telegraaf, 11 november 2006). Minister Verdonk rea­geerde hierop met de opmerking dat de ‘huilende Wouter weet dat hij verloren heeft’ (Trouw, 13 november 2006).

Oud-minister mevr. M. de Boer verklaarde in het televisieprogramma ‘Buitenhof’ op 12 november dat haar partij zich had laten verrassen door de agressieve, op de persoon van Bos gerichte campagne van het CDA. Ze vond dat de PvdA nu moest kiezen voor een linkse coalitie. Oud-senator en hoogleraar parlementaire geschiedenis J.Th.J. van den Berg ging niet zo ver, maar meende ook dat de partijleider zich teveel op het CDA richtte. Bos had eind 2005 zijn voorkeur uitgesproken voor een coalitie van twee partijen (de Telegraaf, 31 december 2005). De leiders van GroenLinks en SP zagen dat als afwijzing van een linkse coalitie en reageerden teleurgesteld (zie ook Jaaroverzicht 2005). Kort daarna wees de PvdA-leider op de verschillen met het CDA en noemde de verschillen met GroenLinks en SP ‘niet onoverko­melijk’ (de Volkskrant, 3 januari 2006). Tijdens de campagne voor de Tweede-Kamerverkie­zingen bleef Bos weigeren zich voor of tegen een coalitie uit te spreken. Ondervraagd door een verslaggever van het weekblad Nieuwe Revu, koos hij op 9 november voor een ‘paars-groene’ coalitie van PvdA, GroenLinks en VVD als ‘verfrissend’ alter­na­tief, maar dat bleek als grap bedoeld te zijn. Zonder zich alsnog uit te spreken voor een linkse coalitie bleek Bos wel bereid met de leiders van GroenLinks en SP op 20 november een kopje koffie te drinken (zie ook in deze Kroniek onder GroenLinks en SP).

Bos’ weigering om zich voor een bepaalde coalitie uit te spreken werd door critici geduid als een gebrek aan duidelijkheid. De PvdA-leider zou ook op andere punten te weinig duidelijkheid en visie hebben getoond, zo werd zowel buiten als binnen de partij beweerd. In de peilingen had het CDA de PvdA intussen al ingehaald. Op 12 november kwam het campagneteam onder leiding van partijvoorzitter Van Hulten voor cri­sisberaad bijeen in Amsterdam. Daarna sloeg Bos vooral naar het CDA toe een scherpere toon aan. Zo zei hij op 13 november in Tilburg dat Balkenende in het belang van de top-500 van Nederland en ‘over de ruggen van de mensen die kwetsbaar zijn’ regeerde (de Volkskrant, 14 november 2006).

Op 16 november bood Bos in Maastricht de kiezers een ‘sociaal con­tract’ aan met zeven doelstellingen die hij in een kabinet in elk geval wilde verwezenlijken: kleiner verschil tussen arm en rijk, meer mensen aan het werk, krachtig optreden tegen fraude en discriminatie, betere verpleegzorg, probleemwijken omvormen tot ‘prachtwijken’, investe­ringen in schone energie en een generaal pardon voor ‘oude asielzoe­kers’. Op 21 november stuurde hij hierover nog een e-mail aan sympa­thisanten en potentiële kiezers, waarbij hij tevens waarschuwde voor een ‘kabinet Balkenende-Verdonk’, dat de tegenstellingen in Nederland alleen maar zou vergroten.

Uitslag Tweede-Kamerverkiezingen

De PvdA verloor bij de Tweede-Kamerverkiezingen overal, ook in haar traditionele bolwerken Amsterdam, Rotterdam, Zuid-West Friesland, Oost-Drenthe en Oost-Groningen. Wel bleef ze in deze gebieden de grootste partij, met als uitschieter Reiderland waar meer dan veertig procent van de stemmen op haar waren uitgebracht. Volgens exit-polls was een kwart van de PvdA-kiezers uit 2003 naar de SP overgestapt en had ruim tien procent op nog een andere partij gestemd.

Bos werd na de verkiezingsnederlaag niettemin met algemene stemmen door zijn fractie als voorzitter herkozen. Het partijbestuur besloot al op 24 november een commissie de campagne te laten evalueren. Oud-par­tijvoorzitter R. Vreeman, burgemeester van Tilburg, werd voorzitter. Partijvoorzitter Van Hulten weet de nederlaag in eerste instantie aan de ‘vuile campagne’ van het CDA – in navolging van de Amerikaanse Republikeinen – en het te zwakke verweer van zijn partij daartegen, maar gaf toe dat vooral begin november fouten gemaakt werden door gebrek aan strakke regie (NRC Handelsblad, 25 november 2006). Een groep leden die zich ‘de nieuwe doorbraak’ noemde, pleitte voor een linkser profiel, naar Scandinavisch voorbeeld.

Het Politiek Forum besprak op 2 december in Utrecht de uitslag. De sprekers weten de nederlaag over het algemeen aan de campagne, waarin de partij haar eigen verhaal onvoldoende naar voren had gebracht en de verschillen met de SP niet duidelijk gemaakt zou hebben. Het Tweede-Kamerlid G. Valk benadrukte die verschillen en meende: ‘we moeten uitstralen dat we een natuurlijke regeringspartij zijn’ (NRC Handelsblad, 4 december 2006). Bos stelde vast dat de partij zich verder moest vernieuwen, maar ook dat ondanks de verliezen toch ruim twee miljoen kiezers op de PvdA gestemd hadden. Zijn positie als poli­tiek leider stond overigens niet ter discussie.  

Provinciale Statenverkiezingen 2007

In Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland kozen de partijleden in oktober een lijsttrekker voor de in maart 2007 te houden Provinciale Statenverkiezingen. In Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen en Utrecht werden geen ledenraadple­gingen gehouden, omdat zich maar één kandidaat had gemeld. In Over­ijssel werd de lijsttrekker nog geselecteerd volgens de oude procedure, namelijk door de gewestelijke ledenvergadering.

Eerste-Kamerverkiezingen 2007

Kandidaten voor het lijsttrekkerschap voor de in 2007 te houden Eerste-Kamer­verkiezingen konden zich vanaf 15 juni melden. Naast de fractie­voorzitter Noten meldde zich W. van der Noordt, gemeenteraadslid in Enschede. In oktober konden de leden hun keuze bepalen. Ruim twintig procent bracht een stem uit, waarvan 68 procent de voorkeur gaf aan Noten.

Personalia

Oud-partijleider A.P.W. Melkert vertrok in maart bij de Wereldbank en aanvaardde een leidinggevende functie als vice-secretaris-generaal bij het United Nations Development Programme (UNDP), het ontwikke­lingsprogramma van de Verenigde Naties.

Op 21 mei overleed J.R. Toussaint, Tweede-Kamerlid van 1979 tot 1986.

A.Th. Duivesteijn vertrok op 31 mei uit de Tweede Kamer omdat hij in april was geïnstalleerd als wethouder van Almere. Voor zijn Kamerlid­maatschap – dat begon in 1994 – was hij al wethouder in Den Haag geweest. Hij werd in de Kamer opgevolgd door H.Ch. Wagner. Ook E.P. van Heemst vertrok in mei uit de Kamer, nadat hij in maart lid (en vervolgens fractievoorzitter) van de Rotterdamse gemeenteraad was geworden. Hij werd opgevolgd door A.J. Krähe.

Mevr. G. ter Horst kondigde in mei haar vertrek als burgemeester van Nijmegen aan – per 1 januari 2007 .

Mevr. M. Kraneveldt-van der Veen, die de PvdA in 2002 had verlaten om zich aan te melden bij de LPF en daarvoor in 2003 in de Tweede Kamer werd gekozen, keerde in juli terug naar de PvdA en gaf haar Kamerzetel op.

Op 11 september overleed de filosoof L.W. Nauta, die een belangrijke bijdrage had geleverd aan het beginselprogram dat de PvdA in 1977 vaststelde.

Laatst gewijzigd:11 april 2023 10:40