Skip to ContentSkip to Navigation
Onderzoek DNPP Politieke partijen Partij van de Arbeid (PvdA) Geschiedenis

PvdA jaaroverzicht 1988

Uit: L. Koeneman, I. Noomen en G. Voerman, 'Kroniek 1988. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1988', in: R.A. Koole (red.), Jaarboek 1988. Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1989), 16-58, aldaar 38-43.

Inleiding

De Partij van de Arbeid (PvdA) zette in 1988 de vernieuwingsdiscussie voort, welke eind 1986 door het partijbestuur op gang was gebracht. Het rapport Schuivende Panelen , dat een aanzet poogde te geven tot programmatische vernieuwingen, stond gedurende de eerste helft van 1988 bij de afdelingen ter discussie. De resultaten van de plaatselijke discussies werden door het partijbestuur samengevat en voorzien van commentaar en vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan de partijraad op 30 september en 1 oktober. Uit de gevoerde discussies in de afdelingen kwam naar voren dat de leden zich kritisch opstelden ten aanzien van een aantal hoofdpunten uit Schuivende Panelen. Zo viel er veel kritiek te beluisteren op de keuze van de opstellers van het rapport voor individualisering. Men vreesde dat individualisering samen met technologisering tot een grotere tweedeling in de maatschappij zou leiden. Het partijbestuur constateerde dat solidariteit een voorwaarde diende te zijn voor individualisering. Kanttekeningen werden verder geplaatst bij de haalbaarheid van volledige werkgelegenheid, flexibilisering van de arbeid, de afwijzing in Schuivende Panelen van het basisinkomen, en bij de voorgestane consensusvorming. Consensus werd beschouwd als een belangen-versluierende term. Het begrip compromis zou beter aangeven dat er sprake is van belangen- of machtstegenstellingen tussen overheid, werknemers- en werkgeversorganisaties. Met betrekking tot het pleidooi in Schuivende Panelen voor uitstel van een wettelijke regeling voor euthanasie spraken de meeste afdelingen een voorkeur uit voor wetgeving. De bespreking in de partijraad zou moeten leiden tot een partijbestuursstandpunt over het beleid van de PvdA voor de komende jaren. In januari 1989 - twee maanden later dan gepland - zou het partijbestuur de verklaring Om de kwaliteit van de toekomst publiceren welke tevens richtinggevend zou zijn voor het nieuwe verkiezingsprogramma.

In juni verscheen eveneens in het kader van de vernieuwingsdiscussie het rapport Bewogen Beweging. Dit rapport was geschreven door een werkgroep onder voorzitterschap van fractieleider Wim Kok. Het gaf richtlijnen voor de te volgen partijpolitieke koers. De PvdA zou voor CDA en VVD weer een aanvaardbare coalitiepartner moeten worden, aldus de kern van het rapport. 'Scherp geformuleerde ononderhandelbare punten maken het de onderhandelingspartner (CDA of VVD) gemakkelijk. Door zich op die punten te concentreren kan ze de PvdA afschilderen als onredelijk, namelijk niet compromisbereid'. Een linkse meerderheidsregering lag volgens de opstellers niet voor de hand. 'Een nieuw kabinet waaraan de PvdA zal deelnemen zal waarschijnlijk een coalitie met CDA of VVD zijn'. Vanuit de kleine linkse partijen viel derhalve kritiek te beluisteren, gezien hun voorkeur voor de vorming van een links meerderheidskabinet. De regeringspartijen CDA en VVD reageerden positief op de nieuwe PvdA-strategie. VVD-fractievoorzitter Joris Voorhoeve noemde het verheugend dat de PvdA 'flexibel en realistischer' wilde gaan optreden, terwijl premier Ruud Lubbers oordeelde dat de PvdA een goede lijn gekozen had. Hij vond het belangrijk wanneer de grote partijen elkaar niet zouden uitsluiten. De Jonge Socialisten in de PvdA toonden zich minder tevreden over het rapport, dat volgens deJS verviel in 'intellectuele hoogstandjes zonder daar conclusies aan te verbinden'. Regeringsverantwoordelijkheid zou geen 'heiligdom' moeten zijn.

Partijpublikaties

Naast de genoemde vernieuwingsrapporten van de partij zelf verschenen bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, verschillende geschriften. In het bijzonder het rapport Socialisme op sterk water van medewerker Paul Kalma trok veel aandacht. Kalma verdedigde de 'revolutionaire' stelling dat de PvdA definitief afscheid zou moeten nemen van de traditionele socialistische ideologie. De PvdA zou niet meer moeten geloven in de 'goede maatschappij' of in 'de nieuwe mens', maar zou het soort samenleving moeten aanvaarden dat de afgelopen eeuwen in de westelijke wereld tot ontwikkeling is gekomen. De sociaal-democratie heeft, aldus Kalma, de liberale samenleving niet vernietigd, maar versterkt. De belangrijkste taak voor de PvdA in het komend decennium zou moeten zijn om de verouderde organisatievormen van de liberale samenleving te helpen vernieuwen. Een nieuw compromis zou hierbij nodig zijn tussen kapitaal en arbeid, met daarbij grotere inkomensverschillen in ruil voor een consequente bestrijding van de werkloosheid en economische en sociale modernisering van de onderneming. In het voorwoord schreef de directeur van de WiardiBeckmanStichting, Joop van den Berg, dat het manifest 'mogelijk' niet door iedereen met instemming gelezen zou worden; maar het stelde zowel in theoretisch als in meer beleidsmatig opzicht het debat in de PvdA 'op scherp'. Partijvoorzitter Marjanne Sint erkende dat het werk van Kalma op sommige punten een prikkelende bijdrage leverde aan het vernieuwingsdebat binnen de PvdA. Ze kon zich echter nauwelijks herkennen in de voorstellen van het rapport; sterke bezwaren had ze tegen de stelling dat grotere inkomensverschillen geaccepteerd zouden moeten worden, Oud-voorzitter Stan Poppe verweet Kalma geen idee te hebben van de positie waarin langdurig werklozen verkeren. Naar aanleiding van het rapport verzochten vier vooraanstaande PvdA-leden uit Noord-Brabant het partijbestuur 'met nadruk geen aanleiding meer te geven tot publikaties die mensen van het democratisch-socialisme vervreemden'. De uitgave Een tevreden natie van medewerker Scheffer, die handelde over mogelijkheden en beperkingen van Europese integratie, noodzaakte eveneens een PvdA-bestuurder, internationaal secretaris Wiersma, om afstand te nemen van een WBS-rapport. De PvdA zou moeten afstappen van haar streven de uitgaven voor defensie met 5 procent te verlagen; een kernwapenvrij Europa is een illusie, zo luidden twee conclusies, die daarmee haaks stonden op het PvdA-verkiezingsprogramma. Van de hand van WBS-medewerker De Beer verscheen Werkloos toezien? drie scenario's van de arbeidsmarkt, waarin na een analyse van de feitelijke ontwikkelingen op de arbeidsmarkt drie scenario's werden geschetst van de toekomstige arbeidsmarkt. Ook deze publikatie stelde zaken aan de orde die binnen de partij niet onomstreden zijn. De PvdA moet, zo beweerde De Beer, de illusie opgeven dat zij, eenmaal in de regering, iedereen binnen afzienbare tijd aan werk kan helpen. Voor de Beer was de keuze voor een basisinkomen opnieuw actueel. Ontkoppeling van arbeid en inkomen lag binnen de PvdA traditioneel gevoelig, maar volgens De Beer steeg het percentage voorstanders voor een basisinkomen.

Partijbijeenkomsten

De partijraad van de PvdA kwam in 1988 twee keer bijeen, op 18 juni en op 30 september en 1 oktober. De bijeenkomst in juni was vooral huishoudelijk van aard. Het organisatorische en financiële verslag van de partij over 1986/1987, de tussentijdse rapportage Tweede-Kamerfractie, het werkschema 1988/1990 en de partijbegroting 1988/1989 werden hier goedgekeurd. Partijvoorzitter Sint ging in op het kort ervoor verschenen rapport Bewogen Beweging dat een wezenlijk andere benadering koos dan de Verantwoordelijke Samenleving van het CDA Laatstgenoemde is een concept dat van bovenaf aan mensen wordt opgedrongen - voornamelijk doordat de overheid in gebreke blijft bij het waarborgen van noodzakelijke voorzieningen, terwijl in Bewogen Beweging een slagvaardige, sterke en verantwoordelijke overheid wordt voorgestaan, 'opdat de voorwaarden worden gecreëerd waaronder de mensen in staat zijn zelf de verantwoordelijkheid voor hun leven te dragen'. Sint verweet het kabinet moeilijke beslissingen vooruit te schuiven om de coalitie te redden. De belangrijkste taakstelling, het bestrijden van de werkloosheid, bleef zo liggen. Zoals al genoemd kwam tijdens de partijraad op 30 september en 1 oktober het verslag en commentaar van het partijbestuur op het rapport Schuivende Panelen aan de orde. Daarnaast stonden traditiegetrouw de troonrede en de miljoenennota op de agenda. In een commentaar van het partijbestuur werd veel kritiek uitgeoefend op het beleid van het tweede kabinet-Lubbers. Het partijbestuur noemde het beleid onevenwichtig, tekort schietend 'ten opzichte van hetgeen uit het oogpunt van sociale rechtvaardigheid is vereist'. Evenals partijvoorzitter Sint enkele maanden eerder, verweet ook fractieleider Kok het kabinet door de toenemende onenigheid niet toe te komen aan 'het grote werk'. Vraagstukken zoals bestrijding van de werkloosheid, criminaliteit en aantasting van het milieu bleven onopgelost, aldus Kok. Op 8 en 9 december vond te Amsterdam een internationale studieconferentie plaats over de toekomst van het democratisch socialisme in Europa, georganiseerd door de Nederlandse delegatie in de Socialistische Fractie in het Europees Parlement, in samenwerking met de Wiardi BeckmanStichting. De bijeenkomst had als doel de vernieuwingsdiscussies in de Europese socialistische partijen te vergelijken en ideeën uit te wisselen. Ten behoeve van de conferentie was door de Wiardi Beck41 man Stichting een bundel uitgegeven De toekomst van het democratischsocialisme in Europa met daarin een overzicht van de belangrijkste vernieuwingsthema's.

Personalia

Ter nagedachtenis aan de op 24 december 1987 overleden oud-fractievoorzitter Joop den Uyl stelde de WiardiBeckmanStichting aan het begin van het jaar een bijzondere leerstoel in. De dr. J.M. den Uyl-leerstoel betrof de Ontwikkeling in het democratisch-socialisme, in relatie tot wetenschap en samenleving. Het lag in de bedoeling de leeropdracht elke drie jaar door een andere persoon te laten vervullen. Aan het eind van het jaar besloot het partijbestuur tot het instellen van een jaarlijkse Dr. J.M. den Uyl-lezing. De Den Uyl-lezing zou zich in de keuze van spreker en onderwerp op het snijvlak van politiek en sociale wetenschappen begeven, aldus het partijbestuur. De eerste lezing werd gehouden op 14 december door de Indonesische diplomaat dr. Soedjatmoko over 'democratie en sociale rechtvaardigheid als grondslag voor maatschappelijk veranderingsprocessen in Noord en Zuid en als uitdaging voor de mensheid'.

Op 16 april overleed op 90-jarige leeftijd het oud-Tweede Kamerlid Jacques de Kadt. Na de Tweede Wereldoorlog was hij van 1946 tot 1970 lid van de PvdA; van 1948 tot 1963 maakte hij deel uit van de Tweede Kamerfractie. Voor de oorlog lid van respectievelijk CPH, SDAP en OSP, manifesteerde De Kadt zich in de PvdA als een scherpe antistalinist. In 1970 zegde hij het lidmaatschap van de in zijn ogen 'dolgedraaide' partij op en wijdde zich voornamelijk nog aan zijn memoires. Naast politicus was De Kadt schrijver van verscheidene belangrijke werken over fascisme en stalinisme.

Op 14 mei overleed op 101-jarige leeftijd oud-premier en minister van Staat, Willem Drees. Als minister-president in vier naoorlogse kabinetten (1948-1958) had hij een belangrijk stempel gedrukt op de wederopbouw van Nederland. Na de val van het laatste kabinet-Drees werd hij benoemd tot minister van Staat. In 1971 zegde Drees zijn lidmaatschap van de PvdA op, omdat hij zich niet langer kon verenigen met de koers van de partij. Naar aanleiding van zijn overlijden noemde het PvdApartijbestuur Drees in een verklaring én van de grootste voormannen van het Nederlandse democratisch socialisme. 'Omdat onder zijn leiding de Partij van de Arbeid van 1945 tot 1958 onafgebroken deel uitmaakte van verschillende kabinetten, biedt de "periode-Drees" vele ervaringen waarvan de Partij van de Arbeid ook nu nog kan profiteren', aldus het partijbestuur. Het juni-nummer van Voorwaarts besteedde uitgebreid 42 aandacht aan de nagedachtenis van Drees.

Begin juni maakte Klaas de Vries zijn afscheid bekend van de Tweede Kamerfractie van de PvdA. Hij was benoemd tot hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Vanaf 1973 had De Vries deel uitgemaakt van de fractie. Hij was vele jaren haar defensie-woordvoerder geweest. Sinds 1986 kreeg hij meer bekendheid door zijn optreden als voorzitter van de parlementaire enquôtecommissie voor bouwsubsidies.

Op 14 oktober besloot het kabinet de vice-fractievoorzitter van de PvdA, Wim Meijer, voor te dragen als commissaris van de koningin in Drenthe. Hij volgde daar het PvdA-lid Ad Oele op, die de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Meijer was in 1971 toegetreden tot de PvdA-fractie. In het kabinet-Den Uyl (1973-1977) was hij staatssecretaris voor welzijnszaken. Tijdens het tweede kabinet-Van Agt (1981-1982), waaraan de PvdA deelnam, was hij fractievoorzitter. De financiële specialist Thijs Wöltgens volgde Meijer op als vice-voorzitter van de fractie.

Verwante organisaties

Op 16 april vierden de Rooie Vrouwen hun tachtigjarig bestaan. Vijfhonderd vrouwen herdachten dit feit tijdens een feestelijke bijeenkomst in Amersfoort. Partijvoorzitter Sint sprak de Rooie Vrouwen toe en constateerde dat er in tachtig jaar met vasthoudendheid, vindingrijkheid en solidariteit veel bereikt was. 'Invloed en macht moesten door vrouwen bevochten worden. Soms met de moed der wanhoop, maar meestal door de daad bij het woord'. Ze vond wel dat de Rooie Vrouwen zich moesten bezinnen op een nieuwe organisatievorm, die minder dwingend parallel zou lopen aan de structuur en machinerie van de partij. Ook de Rooie Vrouwen voorzitter Geke Faber roemde de successen van de afgelopen jaren. Ze putte hoop uit Schuivende Panelen, waar de individualisering een centrale plaats had gekregen. De Rooie Vrouwen hadden al jaren naar individualisering gestreefd.

Laatst gewijzigd:22 februari 2023 16:13