Skip to ContentSkip to Navigation
About us Faculty of Behavioural and Social Sciences Lerarenopleiding

‘Onderwijstraineeships boren nieuwe groep leraren aan’

12 september 2019

Om nieuwe groepen te interesseren voor het docentschap bieden verschillende universiteiten traineeships aan: trajecten voor talentvolle, gemotiveerde studenten. Rikkert van der Lans en Michelle Helms-Lorenz van de Lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen onderzochten de effectiviteit van deze trajecten. Van der Lans: ‘De traineeships hebben een nieuwe groep leraren aangeboord – dat is heel waardevol.’

Hoe zien die traineeships er precies uit?

In ons onderzoek hebben we gekeken naar twee soorten traineeships. De eerste was ‘Eerst de Klas’, een tweejarig programma voor excellente studenten. Ze werden geselecteerd op academische prestaties, stonden vanaf de eerste dag voor drie dagen per week als volwaardig leraar voor de klas, moesten naast deze baan een lerarenopleiding volgen én volgden een leiderschapsprogramma bij bedrijven. De andere is het Onderwijs Traineeship, ook een tweejarig traject, waarbij trainees ook vanaf de eerste dag drie dagen per week als volwaardig leraar voor de klas kwamen te staan, naast deze baan de lerarenopleiding volgden en ook een traineeship volgden aan een onderwijsonderzoeksinstelling. Allebei behoorlijk intensieve programma’s dus. De twee programma’s zijn nu samengegaan in Trainees in Onderwijs.

En werken ze?

We wilden graag weten of deze ’traineeshipprogramma’ s de deelnemers even goed opleiden als een ‘gewone’ lerarenopleiding. Dat was maar de vraag, omdat trainees onopgeleid en zonder enige ervaring als volwaardig leraar in één keer voor de klas kwamen te staan. We hebben trainees vergeleken met beginnende docenten die net een lerarenopleiding achter de rug hebben en starten aan hun eerste baan als volwaardig leraar, de starters. We dachten dat de eerstejaars-trainees in het begin achter zouden lopen op de eerstejaars-starters. De eerstejaars trainees hebben immers geen ervaring en zijn nog onbevoegd. Verder dachten we dat tweedejaars-trainees beter zouden scoren dan de eerstejaars-starters. De trainees geven immers 10-16 uur per week les, terwijl het aantal verplichte stageuren in een lerarenopleiding minder is, meestal 4 tot 6 uur per week.

Wat blijkt nu? Aan het eind scoren de trainees even goed als docenten die een ‘gewone’ lerarenopleiding hebben gedaan. Goed nieuws voor de trainees dus. Als je wat preciezer gaat kijken, scoren eerstejaars-trainees in het begin inderdaad lager dan de eerstejaars-starters. Gelukkig maar, want anders kon je de lerarenopleidingen wel opdoeken. Maar het gekke is dat de trainees, die in hun eerste jaar toch meer lessen geven dan studenten in de gewone lerarenopleiding, na een jaar niet beter scoren dan eerstejaars-starters.

Dat is gek. Je zou toch zeggen dat je door meer les te geven je sneller ontwikkelt als docent?

Dat dachten wij ook. We hebben daarom naar de theorie gekeken en drie mogelijke verklaringen voor ontwikkeling gevonden. De eerste is de talenthypothese. Die gaat ervan uit dat sommige mensen meer talent hebben dan anderen voor een bepaalde vaardigheid. Dat gaat hier, gemiddeld in ieder geval, niet op. De trainees van Eerst de Klas waren wel speciaal geselecteerd, maar scoorden niet beter dan de rest. Misschien omdat ze op academische vaardigheden zijn geselecteerd, niet op docentvaardigheden.

Dan is de ervaringshypothese: hoe meer je oefent, hoe beter je wordt. Klinkt logisch, maar we vinden hier niet dat meer oefening (meer lessen geven) leidt tot betere resultaten. Misschien komt dit omdat de verschillen in hoeveelheid lessen te klein was.

Dan blijft er eigenlijk nog maar een verklaring over: de theorie van de deliberate practice, gerichte oefening. Die zegt dat je vaardigheden wel bewust moet oefenen: herhaaldelijk, gericht op een specifieke handeling, passend bij je niveau en onder begeleiding. En het is lastig vast te stellen in hoeverre dat gebeurt in een stage, zowel bij de trainees als in reguliere lerarenopleidingen. Als je als trainee voor de klas staat is er meestal geen sprake van gerichte herhaling van bepaalde vaardigheden. Dan kun je wel meer uren draaien, maar dat kan misschien efficiënter.

Hoe zorg je voor gerichte oefening in een complex beroep als docent?

Dat is natuurlijk lastig, omdat het beroep van docent zo complex is en de tijd in de opleiding kort. Over het algemeen zie je dat opleidingen geneigd zijn om alle facetten van het lesgeven te willen behandelen. Alles wordt dan wel behandeld, maar er is dan misschien onvoldoende tijd voor de nodige herhaling. Dat is vooral lastig voor studenten met ordeproblemen. In ons onderzoek is deze groep ongeveer 15-25% van de studenten. In mijn ogen is klassenmanagement een voorwaarde om goed te kunnen oefenen met didactische werkvormen. Studenten met ordeproblemen moeten daarom hun de vaardigheid in klassenmanagement herhaaldelijk kunnen trainen.

En dat kan niet altijd goed in een stage, want als jij ordeproblemen hebt bij jouw stage-klas, dan komt de klas met de verwachting binnen dat er ook deze les weer ordeproblemen gaan ontstaan. Leerlingen zijn dan al aan het ‘klieren’ nog voor de les goed en wel is gestart. Zulke patronen zijn zelfs voor meer ervaren leraren moeilijk te veranderen. Ik denk dat het voor deze groep studenten daarom belangrijk is dat we ze op tijd van klas laten wisselen, en bijvoorbeeld in een duo-teaching setting gericht laten oefenen op hun klassenmanagement.

Wat is de conclusie voor de traineeships?

Het blijkt dat deze programma’s even goede docenten opleiden als reguliere opleidingen. Dat is al heel waardevol, omdat de meeste van de trainees tijdens de opleiding niet voor het docentschap hadden gekozen. Er is dus echt een nieuwe groep aangeboord. Wel denk ik dat de traineeships moeten kijken naar de grote praktijkcomponent. Het is de vraag hoe zinnig die is in het toch al volle programma. Het is misschien beter om na te gaan hoe ze gerichter kunnen oefenen op vaardigheden.

Laatst gewijzigd:05 november 2019 10:24

Meer nieuws

  • 28 mei 2020

    Patrick Verkooijen benoemd tot hoogleraar aan de leerstoel Climate Adaptation Governance

    Prof. dr. Patrick Verkooijen, directeur van het Global Center on Adaptation (GCA), is benoemd tot leerstoelhouder voor het programma Climate Adaptation Governance aan de faculteiten Campus Fryslân en Ruimtelijke Wetenschappen van de...

  • 26 mei 2020

    Groningers aan de slag met klimaatadaptatie

    Groningen staat dit jaar in het teken van omgaan met de effecten van klimaatverandering met als hoogtepunt de Klimaatadaptatieweek van 19 t/m 25 januari 2021.

  • 25 mei 2020

    Nieuwe Dean of Graduate Studies

    Het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit heeft prof. dr. Petra Rudolf benoemd als Dean of Graduate Studies RUG. Rudolf, hoogleraar Experimentele Vaste Stof Fysica aan de Faculty of Science and Engineering, is reeds in maart begonnen in deze...