Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsOnze organisatieWet- en regelgevingAlgemeen

Regeling Nevenbelangen


Artikel 1  Definities

Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze regeling is bepaald, wordt verstaan onder:
a.  personeelslid: persoon die, ingevolge aanstelling door de RUG of overeenkomst van opdracht met de RUG,
   werkzaamheden dient uit te voeren;
b.  onderneming: organisatorisch verband dat als zelfstandige eenheid deelneemt aan het economische verkeer, niet
   zijnde een onderneming die aan een officiële beurs in een der lidstaten van de Europese Unie is genoteerd;
c.   financieel belang in een onderneming:
     -  het deelnemen in het risicodragend kapitaal van die onderneming, of
     -  het zijn van geldschieter of geldlener van die onderneming, of
     -  het anderszins hebben van een financieel belang in die onderneming;
d.  bevoegd gezag:
     -  College van Bestuur voor leden van faculteitsbesturen, voor hoogleraren, directeuren van universitaire diensten;
     -  Faculteitsbestuur voor andere personeelsleden;
     -  De directie voor personeelsleden van universitaire dienten.

Artikel 2  Meldingsplicht  

Het personeelslid is verplicht het bevoegd gezag, zowel desgevraagd als uit eigen beweging, alle informatie te verschaffen over de financiële belangen die hij heeft in ondernemingen waarvan hem bekend is dat ze relaties met de universiteit onderhouden.

Artikel 3  Beoordeling  

  1. Het bevoegd gezag beoordeelt aan de hand van de ontvangen informatie of de financiële belangen van het personeelslid strijdig zijn of kunnen worden met het belang van de universiteit. Het bevoegd gezag besteedt daarbij in elk geval aandacht aan de mogelijkheid dat het personeelslid invloed kan uitoefenen op de besluitvorming binnen de universiteit en/of de onderneming over het al dan niet aangaan van enige contractuele relatie met elkander, en over de vormgeving, de inhoud, de interpretatie, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van die relatie.
  2. In ieder geval wordt geacht strijdig te zijn met de belangen van de universiteit een financieel belang van een personeelslid groter dan 4,99% in een onderneming die een relatie onderhoudt met de universiteit.

Artikel 4  Maatregelen

  1. Wanneer het bevoegd gezag van oordeel is dat strijdigheid, bedoeld in het vorige artikel, bestaat of kan ontstaan, zal het bevoegd gezag het personeelslid de keuze voorleggen tussen het opgeven van zijn financiële belang en de beëindiging van zijn rechtsverhouding met de universiteit.
  2. Het bevoegd gezag kan evenwel, in plaats van de in de vorige volzin bedoelde keuzemogelijkheid aan het personeelslid voor te leggen, zodanige maatregelen treffen dat voor een door het bevoegd gezag te bepalen termijn wordt voorkomen dat het personeelslid invloed kan uitoefenen op de besluitvorming binnen de universiteit over de in het slot van de in artikel 3 lid 1 beschreven aangelegenheden.

Artikel 5  Echtgenoten en partners

Voor de toepassing van deze regeling kunnen de financiële belangen van de echtgenoot of (geregistreerde) partner van het personeelslid door het bevoegd gezag worden aangemerkt als die van het personeelslid.

Artikel 6  Inwerkingtreding

  1. Deze regeling treedt in werking op 1 april 2005. Ten aanzien van op deze datum reeds bestaande financiële belangen zal artikel 4 tot 1 april 2007 buiten toepassing blijven.
  2. De wijziging van artikel 3 (toevoeging van lid 2) treedt in werking op 19 januari 2010.

Aldus vastgesteld door het College van Bestuur, in zijn vergadering van 15 februari 2005, en gewijzigd op 19 januari 2010. De op dat moment in dienst zijnde personeelsleden krijgen tot 1 november 2010 de tijd toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 3 lid 2.


Laatst gewijzigd:12 juli 2017 14:43
printOok beschikbaar in het: English