Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsOnze organisatieBestuurlijke organisatieMedezeggenschapUniversiteitsraadDe Personeelsfractie
Header image PF Nieuws / PF News

Poppema verdedigt naar voren

Datum:06 november 2015

Groots en meeslepend wil ik leven!
hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!
Hendrik Marsman, uit “De grijsaard en de jongeling”

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft grootse plannen en dat mag. Hoewel het on-Nederlands zou zijn – wie heeft dat toch verzonnen? – is er niets op tegen om met de kop boven het maaiveld uit te willen steken. Alleen moet men daarbij wel goed opletten of er niet een of ander landbouwwerktuig het op je hoofd voorzien heeft. Het artikel in de Volkskrant van 3 november over de plannen van de RUG branch campus in Yantai is wat mij betreft niet erg gelukkig. Journalisten hebben niet altijd zelf ook de koppen geschreven. Dat ‘een Nederlands belang’ in de kop van het artikel verandert in het zwaardere ‘landsbelang’ is daarmee wellicht verklaarbaar. Verder bevat de inleiding weinig informatie die niet al in Groningen bekend was. De redenering achter het plan is op zich helder: een branch campus levert naamsbekendheid op, versterkt de reputatie met als beoogde spin off meer studenten naar Groningen. Het ‘landsbelang’ is verder mooi meegenomen, maar het is niet de aanleiding tot dit plan. Het gaat uiteindelijk om de geloofwaardigheid en validiteit van de redeneringen.

Inhoudelijk kent zo’n groots plan uiteraard voorstanders, tegenstanders en twijfelaars. Daarbij zou het om argumenten moeten gaan. Het tweede deel van het artikel geeft echter vrij precies aan waar het mis gaat. Het artikel bevat enkele ongelukkige quotes van collegevoorzitter Poppema. ‘De raad vroeg zelf om medezeggenschap, terwijl ze daar feitelijk geen recht op had’. ‘De studenten zeiden niet voor niets: wij weten genoeg en stemmen voor. Zij hadden het begrepen en stelden voorwaarden’. Over draagvlak: ‘De mensen die je hoort zijn de grootste tegenstanders’. Over de kritiek van de faculteitsraad Economie en Bedrijfskunde: ‘Het is allemaal zoeken naar spijkers op laag water, wijsneuzigheid’. En als uitsmijter: ‘Gelukkig hebben ze in China respect voor grijze haren’. Natuurlijk, het zijn quotes uit een iets groter verband, maar dit soort uitspraken helpt zeker niet om twijfelaars naar het kamp van de voorstanders te krijgen. Hoezo heeft de raad geen medezeggenschap? Waar is zo’n raad anders voor? Instemmingsrecht is niet naar believen te geef. Hoezo zijn de tegenstanders mensen die het niet begrepen hebben? Hoezo zijn gekozen leden in de medezeggenschap wijsneuzen die naar spijkers zoeken? Als dat de indruk is die de medewerkers van de RUG krijgen, dan doet dat de zaak geen goed en de verhoudingen evenmin.

Met zo’n verdediging naar voren - al dan niet met gestrekt been -, zoals in het artikel van 3 november schieten we weinig op. Zullen we weer naar de argumenten kijken? De universiteitsraad heeft ruim 90 vragen gesteld. Als er een door het ministerie goedgekeurd businessplan is, dan zien we dat graag. Als het er niet is, dan moet het er komen, omdat we voorbij de fragmentarische vragen moeten. Daar is om gevraagd en het is ook toegezegd. We zullen het zien in de volgende raadsvergaderingen. Alleen dan kan men een goede afweging maken of je voor of tegen het plan bent.

Bart Beijer is fractievoorzitter van de Personeelsfractie in de universiteitsraad van de RUG. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Tags: Yantai, Poppema

Reacties

Reacties laden...