Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaVideo's van de RUGAdams AppelArchief

49-Ganzen en koeien zitten elkaar in de weg

Aflevering nr 49

Uitgezonden: 7 en 8 december 2002


Bekijk de uitzending (wmv formaat)

'Ganzen en koeien zitten elkaar in de weg.' In die stelling kan de Schiermonnikoger veehouder Theo Talsma zich wel vinden, blijkt in Adams Appel. Zijn land wordt elke winter begraasd door ganzen. Brandganzen en rotganzen overwinteren met duizenden op het waddeneiland en struinen de weiden af. Het gras dat ze vreten kan de boer niet inkuilen. Hij moet voor een paar duizend euro veevoer bij kopen, zegt hij, en hoewel er een schadevergoeding is voor ganzenvraat, zou hij wel meer geld willen. 'Maar het zijn best mooie vogels, hoor.'
‘Ganzen en koeien zitten elkaar helemaal niet in de weg’, zegt bioloog Daan Bos. ‘De rotganzen hebben baat bij begrazing door koeien, want ze kunnen kort gras makkelijker begrazen.’ Bos promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek waaruit dat bleek. Collega-onderzoekers van Bos hadden al eens ontdekt dat rotganzen die in de kwelder grazen, er belang bij hebben dat hazen het kweldergras kort houden. In weilanden doen koeien dat dus voor ze.

Sinds 1960 is het aantal ganzen dat in Nederland overwintert, vertienvoudigd tot ongeveer een miljoen. De ganzenjacht werd steeds verder beperkt, wat niet de oorzaak is van de groeiende ganzenaantallen, maar wel het startschot gaf tot de toename. Dat blijkt wel uit de geschiedenis van de rotgans, de soort die door Bos werd onderzocht. De rotgans is een kleine gans die een wit halsbandje om zijn zwarte hals draagt. Rotgans is geen scheldwoord; dat ‘rot’ is genoemd naar de roep van de vogel: ‘rororo’. Twintig jaar geleden waren er op de hele wereld zestien duizend rotganzen. Toen werd de jacht op de rotgans stopgezet en nu zijn er zo’n 300 duizend, bijna twintig keer zo veel.

De tienduizenden rotganzen die er in winters Nederland bijkwamen, zochten allemaal de rijkste kwelders, die al gauw vol raakten; want zoveel kwelders hebben we nou ook weer niet. Het andere rotganzenvoer, zeegras, is uit onze Waddenzee verdwenen. De rotgans week daarom uit naar weilanden. Die weilanden zijn zo vetgemest dat het gras ‘s winters sappig blijft. Rotganzen die op weilanden grazen, worden dan ook dikker dan rotganzen uit de kwelders.
Dat lijkt gunstig, want ganzen moeten opvetten voor de reis naar de toendra waar ze broeden. Maar RUG-onderzoeker Jouke Prop ontdekte twee jaar geleden dat ganzen juist met kweldergras de beste eiwitten binnen krijgen. En eiwitten leveren spierkracht. Kwelderganzen zijn krachtpatsers, terwijl juist de dikke weideganzen stevige spierbundels nodig hebben. Op weg naar hun polaire broedgebied moeten ze hun logge lijf duizenden kilometers in de lucht zien te houden. Het sappige gras van de Nederlandse weilanden mag dan geliefd zijn bij de ganzen, het is een wat eenzijdig dieet. Het weiland is een soort snackbar voor ganzen, die bereikbaar blijft dankzij grazende koeien.

Programmamaker Koen de Koning
Columnist Stefan Nieuwenhuis
Redactie Willem Peter Meeuwissen en Koos Dijksterhuis
Hoofdredactie Fenneke Colstee
Gasten Dr. Daan Bos, bioloog bij onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga, promovendus Rijksuniversiteit Groningen en de heer Theo Talsma, veehouder op Schiermonnikoog
Informatie Fenneke Colstee
Links

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:06