Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaVideo's van de RUGAdams AppelArchief

01. Hersenen

Adams Appel: 16 april 2009

Samenvatting aflevering over hersenen

Kunnen we onze hersenen begrijpen?

Onze hersenen zijn het centrum van ons zenuwstelsel waar vanuit alles geregeld wordt. Wat we voelen, wat we denken, maar ook wat we doen. Het gebeurt allemaal vanuit de hersenen. De laatste 20 jaar is hersenonderzoek in een stroomversnelling gekomen door functioneel MRI-onderzoek waarbij mensen in een scanner opdrachten moeten uitvoeren. Kunnen mensen 20 jaar verliefd blijven? Amerikaanse hersenonderzoekers denken van wel. Prof.dr. Gert ter Horst heeft daar zijn twijfels over. Sommige filmregisseurs weten wel heel goed hoe hersenen beelden verwerken. Filmanalyticus dr. Annie van den Oever is verbaasd wat hersenen allemaal teweeg brengen. Als je iemand ziet struikelen lijk je soms zijn pijn te voelen. Maar is dat ook echt zo? Dr. Valeria Gazzola deed onderzoek naar het inlevend vermogen van mensen.

Achtergrond informatie

Hoe werkt een fMRI apparaat?
Een beeld zegt meer dan 1000 woorden
Spiegel in het brein
Wetenschappers in deze aflevering
Andere aspecten van de hersenen (links)


Hoe werkt een fMRI apparaat?

resultaat van een fmri-scan
De resultaten van een fMRI-scan. De hersenen zijn het meest actief bij de oplichtende gebieden.

Wanneer iemand iets mankeert ergens diep in het lichaam, wordt door artsen de MRI (Magnetic Resonance Imaging) scanner gebruikt om te kijken wat er aan de hand is. Deze scanner werkt met een gigantisch magnetisch veld. Hij wordt vooral gebruikt om afwijkingen aan zachte weefsels op te sporen zoals tumoren. Zo’n MRI scanner kan heel mooi laten zien hoe de hersenen eruit zien.
Om te begrijpen hoe iets werkt moet je echter meer informatie hebben dan alleen de opbouw. Daarvoor is de fMRI scanner uitgevonden.
fMRI (functionele Magnetic Resonance Imaging) is iets anders dan gewone MRI. Een fMRI scanner laat geen anatomie zien, maar activiteit.
Op een scherm kan de arts of wetenschapper zien in welk gebied de hersenen actief zijn. Deze lichten namelijk op. Op deze manier worden allerlei functies toegeschreven aan bepaalde gebieden. Als bijvoorbeeld een deel van de hersenen steeds oplicht als proefpersonen bang worden gemaakt, concluderen wetenschappers dat daar het angstcentrum zit.
Net als MRI werkt fMRI met een enorme magneet. In onze rode bloedlichaampjes zit ijzer, ijzertekort leidt dan ook tot allerlei vervelende kwalen. Dit ijzer wordt door de magneet van de scanner aangetrokken en gemeten. De oplichtende gebieden ontstaan op het scherm omdat zuurstofarm bloed geen zuurstof meer aan het ijzermolecuul heeft zitten. Hierdoor reageert het anders als ijzer waar nog wel zuurstof aan hangt. Probeer maar eens een magneetje op de koelkast te plakken, de ene keer in een boterhamzakje en de andere keer niet. Beide keren reageert het magneetje anders.
Dat is het verschil dat de fMRI scanner meet en waardoor actieve gebieden (waar het ijzermolecuul vrij is) oplichten op het scherm.


Eén beeld zegt meer dan duizend woorden

Alfred Hitchcock

Men zegt wel eens dat één beeld meer zegt dan duizend woorden, maar zegt één beeld tegen verschillende personen dezelfde woorden? De invloed van films op de hersenactiviteit is onderzocht door de New Yorkse professor Uri Hassan. Uit zijn onderzoek bleek dat bepaalde films dezelfde gebieden in de hersenen actief maakten bij verschillende proefpersonen.
Hassan deed zijn onderzoek door proefpersonen in de fMRI-scanner naar vier verschillende video's te laten kijken. Drie daarvan waren speelfilms of afleveringen van (komische)series: ‘The Good The Bad And The Ugly’ van Sergio Leone, ‘Bang! You're Dead’ van Alfred Hitchcock ‘Curb Your Enthusiasm’ van Larry David. De vierde film was een ongemonteerd opname van een concert in een park.
Tijdens het kijken naar deze films werd de hersenactiviteit van de verschillende proefpersonen geregistreerd. Daarna werd gekeken in hoeverre de verschillende personen bepaalde activiteit op hetzelfde moment lieten zien. Hieruit werd de inter-subject correlatie (ISC) berekend, deze geeft aan in hoeverre proefpersonen dezelfde ‘duizend woorden’ registreren. Hoe hoger dit getal, hoe meer controle de film heeft over de proefpersonen.
De film van Alfred Hitchcock scoorde het hoogst, maar liefst 65% van de proefpersonen vertoonde dezelfde hersenactiviteit. Het slechtst scoorde het ongemonteerde filmpje. Dit betekent dat bewerkte beelden, waar duidelijk is nagedacht over de setting, belichting en anderen aspecten van film, ons meer dezelfde kant uit laten denken.
Een lage ISC score wil volgens de onderzoekers overigens niet zeggen dat mensen minder betrokken zijn bij deze films. Er is alleen minder overeenkomst tussen de hersenactiviteit bij verschillende personen. Dit kan betekenen dat iemand zit te dagdromen of juist dat elke proefpersoon de film op een andere manier ervaart, maar niet noodzakelijk minder intens.
Of een beeld tegen verschillende personen dezelfde duizend woorden zegt is dus afhankelijk van het desbetreffende beeld.


Spiegel in het brein

spiegel in het brein
Bedenk een man, een mooie vrouw en een laag paaltje, een amsterdammertje of zo. Bedenk dat de man op straat loopt, in de richting van het paaltje. Hij is afgeleid door de mooie vrouw aan de overkant van de straat. Het amsterdammertje ziet hij niet…
Kromp u een klein beetje ineen bij het lezen van bovenstaand stukje? Of identificeerde u zich meer met de vrouw en moest u lachen? Hoe dan ook, uw spiegelneuronen waren zojuist actief. Spiegelneuronen helpen ons bij het voelen van empathie en bij het raden en voorspellen van andermans gedrag bij het horen van bepaalde geluiden.
We zien iemand anders vallen en roepen ‘au’ of trekken zelfs een pijnlijk gezicht. Of we horen slechts het geluid van een blikje dat wordt opengemaakt en we weten dat iemand frisdrank drinkt.
Wetenschappers hebben spiegelneuronen voor het eerst ontdekt bij apen. Italiaanse onderzoekers ontdekten dat bij apen dezelfde neuronen waren actief wanneer ze zagen dat de onderzoeker een appel oppakte als wanneer de aap zelf die handeling zou uitvoeren. Een vertekend spiegelbeeld dus waarbij de neuronen wel actief zijn, maar de handeling niet volgt.
Bij mensen werkt het precies zo. Proefpersonen worden in een fMRI scanner gelegd en gevraagd om een bepaalde handeling te doen, bijvoorbeeld chips eten. Op de beelden is te zien dat een bepaald gebied in de hersenen actiever is. Later worden de proefpersonen nogmaals in de scanner gelegd. Deze keer zagen ze iemand anders chips eten. Wat bleek, of ze nou zelf chips aten of zagen hoe een ander het deed, hetzelfde gebied was actief in de hersenen. Nog weer later kregen de proefpersonen alleen te horen hoe iemand anders chips at. Wederom werd hetzelfde gebied in de hersenen actief.
Onze hersenen functioneren dus als spiegels die de hersenactiviteit van een ander kunnen kopiëren aan de hand van wat we waarnemen. Op die manier kunnen we ons goed inleven in een ander zonder de actie zelf te moeten herhalen.

Meer informatie

Promotie Gazzola


Wetenschappers in deze aflevering

prof. dr. G.J. (Gert) ter Horst

Gert ter Horst is directeur van het Neuro Imaging Centrum (NIC) in het UMCG (Universitair Medisch Centrum Groningen). Tevens is hij hoogleraar neurobiologie van psychiatrische aandoeningen. Gert behaalde zijn doctoraat aan de RUG in 1986. Daarna is hij een tijdlang productmanager voor medicijnen voor psychische aandoeningen geweest bij het bedrijf Jansen Pharmaceuticals. Later is hij terug gekomen aan de RUG om daar een onderzoeksgroep op het gebied van hersenanatomie op te zetten. In 1991 is hij verhuisd naar de afdeling psychiatrie, waar hij zich heeft gericht op de functie van het limbische systeem. In 2003 werd hij directeur van het BCN-Neuro Imaging Centrum.

dr. V. (Valeria) Gazzola

Valeria Gazzola is werkzaam bij de afdeling neurowetenschappen in het UMCG. Zij is haar studie in Parma Italië begonnen en heeft zich al snel gefocust op de reacties van onze hersenen bij het zien van activiteit bij anderen. Daarna is zij naar Groningen vertrokken om daar af te studeren op hetzelfde onderwerp. Tegenwoordig doet zij nog steeds onderzoek naar spiegelneuronen en is ze daar recentelijk op gepromoveerd.

dr. A.M.A. (Annie) van den Oever

Annie van den Oever (1957) is werkzaam bij de Faculteit der Letteren. Ze heeft Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen gestudeerd en promoveerde in 2003 aan de RUG op een onderzoek naar het groteske in werken van Fritzi Harmsen van Beek. Ze is verbonden aan de sectie Moderne Letterkunde van de vakgroep Nederlands van de Faculteit der Letteren aan de RUG.


Andere aspecten van de hersenen

Ook tijdens een orgasme worden bepaalde delen in onze hersenen actief. Groningse onderzoekers legden vrijende stelletjes in de PET-scanner om hier meer over te ontdekken.

Simone Reinders, een promovenda aan de RUG heeft onderzoek gedaan naar het zichtbaar maken van meervoudige persoonlijkheidsstoornissen in de hersenen. Hiervoor gebruikte zij onder andere een fMRI-scanner en een PET-scanner.

Adams Appel aflevering:  Nieuw ontdekt gen bepaalt grootte hersenen.

Vrouwen die naar ruis luisteren, laten andere hersenactiviteiten zien dan mannen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Liesbet Ruytjens. Mannen en vrouwen reageren verder verschillend bij experimenten met liplezen. Ook seksuele geaardheid blijkt van invloed op het verwerken van geluid in de hersenen.

Laatst gewijzigd:14 december 2017 16:25