Skip to ContentSkip to Navigation
Society/business Science Shops Over de Wetenschapswinkels

Taal leren op het vmbo interessant onderzoeksterrein

24 juli 2020
Voor veel jongeren op het laagste niveau van het vmbo gaat het leren niet vanzelf. Ook niet het leren van een tweede taal zoals het Engels, terwijl de beheersing van het Engels wel van grote meerwaarde is voor je kansen in de samenleving. Hoe motiveer je deze diverse groep voor het leren van een tweede taal, en houd je ze betrokken bij de les? Dat wilde Benjamin Koster, docent Engels aan het Stad & Eschcollege in Meppel graag weten. Studenten toegepaste taalwetenschap Laurens Stroop en Pamela Koert deden onder supervisie van Marije Michel voor de Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie onderzoek naar deze doelgroep. Ze keken specifiek naar de betrokkenheid bij en motivatie voor de Engelse les.
Taal leren op vmbo is vaak een blinde vlek voor wetenschappers
Taal leren op vmbo is vaak een blinde vlek voor wetenschappers

Tweederde van alle Nederlandse leerlingen gaat naar het vmbo, maar het merendeel van het onderzoek binnen de taalwetenschap oriënteert zich op havo/vwo. Dit komt misschien omdat leerlingen van het vmbo diverser zijn in sociale afkomst, leerstijlen, leercurve, niveau en leerstoornissen, en het daarom een grotere uitdaging is om tot meetbare resultaten te komen. Vanwege het gebrek aan onderzoek naar deze doelgroep twijfelen veel docenten over de effectiviteit van de lesmethodes en of alle leerlingen er wel voldoende van opsteken. Daarom is het onderzoek van Laurens en Pamela ook extra belangrijk, het geeft Benjamin Koster en andere VMBO-docenten een objectieve blik op wat voor de leerlingen werkt in de les.

Vmbo-leerlingen willen vooral graag snel aan de slag

Laurens onderzocht hoe de betrokkenheid van vmbo-leerlingen tijdens de les verandert en wat deze veranderingen beïnvloedt. Het liefste zou de leraar gedurende de hele les met betrokken en gemotiveerde leerlingen werken, maar zo gemakkelijk is dat niet, omdat er heel veel factoren van invloed zijn op die betrokkenheid. Dat gaat van hoe medeleerlingen zich gedragen tot hoe moeilijk of hoe nuttig de leerling de opdracht vindt. Om dit te onderzoeken filmde Laurens de leerlingen uit de eerste klas vmbo tijdens hun les, liet hen de beelden terugkijken en scoren op betrokkenheid en interviewde de leerlingen daarna om te achterhalen wat er zich in hun hoofd afspeelde.

Laurens kwam er achter dat leerlingen meer betrokken zijn bij de les als ze snel aan de slag kunnen met het materiaal. Ook maakt de variatie in activiteiten en de moeilijkheidsgraad van de opdracht en het gebruikte materiaal veel uit. Maar waar de ene leerling afhaakt omdat het te gemakkelijk is, kan een andere leerling het juist als een te grote uitdaging ervaren. Leerlingen voelen zich meer betrokken en zetten zich beter in als de activiteiten een duidelijk doel hebben, de interactie bevorderen en verbonden zijn met hun leven en interesses. Leerlingen willen dus het liefste snel aan de slag met gevarieerd materiaal dat aansluit bij hun belevingswereld. Dit vraagt veel maatwerk en een andere rol van de docent; minder centraal uitleggen voor de hele klas, meer ondersteunend tussen de leerlingen.

Motivatie voor Engels bij tweetalig onderwijs ligt hoger

Pamela hield een enquête onder 133 leerlingen van twee VMBO-scholen, de ene was een reguliere school en de andere bood tweetalig onderwijs (tto) aan in het Nederlands en het Engels. Ze wilde weten of de lesmethode van het tto leerlingen beter motiveert om Engels te leren en waar dat dan precies in lag. Pamela kon inderdaad vaststellen dat de tto-leerlingen meer gemotiveerd waren voor het Engels, maar dat beide onderwijsvormen een dalende motivatie voor de les laten zien in het derde leerjaar. Dat heeft er misschien mee te maken dat leerlingen van die leeftijd zelfstandiger willen leren en de les minder bij hun leefwereld aansluit.

In haar onderzoek adviseert Pamela docenten van het reguliere onderwijs om goed te kijken welke methoden van het tto ook toepasbaar zijn in de klas. Het Engels kan bijvoorbeeld voor leerlingen meer aanwezig zijn en aansluiten op hun dagelijks leven door bijvoorbeeld de telefoon op het Engels in te stellen of ze te stimuleren Engelse films te bekijken. Het kan ook motiverend zijn het Engels vakoverschrijdend aan te bieden, zoals een Engelse klant spelen in een kapperszaak. Ook voor docenten in het tweetalige onderwijs biedt Pamela adviezen om de motivatie in de hogere klassen vast te houden.

Heeft u zelf vragen over dit onderzoek of wilt u meer informatie, stuur ons dan een mail op tawi rug.nl

Laatst gewijzigd:22 oktober 2020 17:22

Meer nieuws