Skip to ContentSkip to Navigation
Society/businessCommissioning researchIndustry Relations
Header image Industry Relations

De energietransitie als coöperatief bordspel

Datum:18 september 2019
Auteur:Team Industry Relations

De energietransitie als coöperatief bordspel

De gaskraan in Groningen gaat dicht. Er zijn dus nieuwe energiebronnen nodig om de lampen in de provincie aan te kunnen houden. Maar deze overgang is niet gemakkelijk. Cristina Ampatzidou ontwikkelde voor haar promotieonderzoek aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) het bordspel Energy Safari. Dit spel geeft spelers een kijkje in de wereld van de Groningse energietransitie.

De energietransitie is de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzamere energiebronnen. Je kunt hierbij denken aan het gebruik van windenergie in plaats van aardgas of aardolie. Bij deze transitie zijn veel partijen betrokken, zoals de overheid, energieleveranciers en burgerinitiatieven. Dit maakt het lastig om het proces snel te laten verlopen. Voor haar promotieonderzoek ontwikkelde Ampatzidou een serious game om dit probleem inzichtelijk te maken, genaamd Energy Safari. ‘Het spel laat zien dat het positief en noodzakelijk is dat de energietransitie gebeurt, maar ook dat er veel samenwerking nodig is om de transitie goed te laten verlopen’, vertelt ze.

Leren van anderen
Ampatzidou maakte het spel voor een kleine groep spelers die zowel samenwerken als tegen elkaar spelen. Dit bracht een onverwacht voordeel met zich mee. Het was de bedoeling dat spelers meer zouden leren over de transitie door het spel te spelen. Maar Ampatzidou ontdekte dat de wisselwerking tussen spelers onderling nog meer opleverde. Ze zag dat spelers elkaar gedetailleerd uitlegden waarom ze bepaalde keuzes maakten in het spel. Zij gaven zelf ook achteraf aan dat ze van die gesprekken het meest hadden opgestoken. ‘Ik denk dat de grootste potentie van serious games dus niet komt van de informatie die het spel je geeft, hoewel dat natuurlijk ook belangrijk is, maar door de interactie met andere mensen’, concludeerde ze.

Informatie uit de praktijk
Ampatzidou heeft het spel tijdens het ontwikkelen regelmatig getest. Ze speelde de game met de partijen die zelf bij de energietransitie betrokken zijn, waaronder de Gemeente Groningen, energiecoöperatie Grunnegger Power, energiebedrijf Enexis en de Groninger Energiekoepel. Zo kon ze het spel laten aansluiten bij de praktijk. In het spel kruipt iedere speler namelijk in de rol van een van deze betrokken partijen. In deze rol proberen spelers opdrachten te voltooien die te maken hebben met energietransitieprojecten die eerder zijn afgerond. De bedrijven gaven tijdens de testrondes ook aan wat nog miste in het spel: ‘Het eerste wat ze ons vertelden was dat we het sociale aspect helemaal vergeten waren. Mensen kunnen ook duurzamer handelen omdat hun buren het doen.’ Deze en andere tips verwerkte Ampatzidou ook in de spelopdrachten.

De toekomst van Energy Safari
Energy Safari is onderdeel van het project Playing With Urban Complexity: Using co-located serious games to reduce the urban carbon footprint among young adults. Naast de RUG werken in België ook de Universiteit van Hasselt, en in Oostenrijk de University of Applied Sciences Upper Austria en het Green City Lab hieraan mee. Binnen dit project worden verschillende serious games gemaakt over duurzaamheid, gericht op lokale problemen in de deelnemende landen. Nu Ampatzidou’s deel van het project bijna is afgerond denkt ze na over vervolgonderzoek. ‘Ik zou graag iets maken dat niet alleen voor onderzoek wordt gebruikt, maar juist ook in de praktijk. Een spel waarbij een bestaand probleem met de betrokkenen zelf wordt aangepakt.’ Dit betekent niet dat Energy Safari zal verdwijnen, vertelt ze: ‘Het spel is af, en ik heb het prototype. Ik heb het spel eerder gespeeld op conferenties en onderzoeksgerelateerde evenementen. Dat zou ik sowieso graag blijven doen; mensen reageerden altijd enthousiast. De energietransitie is nog volop gaande. Deze game kan daar ook in de toekomst haar bijdrage aan leveren.’