Skip to ContentSkip to Navigation
Maatschappij/bedrijvenCentrum voor Informatie TechnologieResearch and Innovation SupportVirtual Reality en Visualisatie

Schrijver J. J. Voskuil en de jazz

 

Verschenen in Jazzinfo, orgaan van de Jazzclub Assen, maart 2000.

Jan Kraak

J.Kraak@rc.rug.nl

Voor de liefhebbers van het werk van J. J. Voskuil is 3 maart a.s. een belangrijke dag, want dan ligt deel 6 ("Afgang") van zijn mega-roman "Het Bureau" in de boekwinkels te koop. Dit is het voorlaatste deel van "Het Bureau", van uitgeverij G. A. van Oorschot Amsterdam, dat sinds 1996 op gezette tijden in afzonderlijke delen uitkomt. Door een toeval ontdekte ik dat Voskuil een liefhebber is van jazz. Alvorens Voskuil te citeren over enkele topopnamen uit de jaren twintig, eerst nog iets over de schrijver Voskuil.

 

Het Bureau

Na zijn pensionering schreef J. J. Voskuil een boek van 5500 pagina's over zijn voormalige werkkring, waarmee hij grote bekendheid heeft gekregen. Het boek beschrijft zeer gedetailleerd het leven op de afdeling Volkskunde van het P. J. Meertens Instituut in Amsterdam waar Maarten Koning, Voskuil's alter ego, in de periode 1957-1987 werkte. Voskuil zet de medewerkers van de afdeling, waarvan hij de chef van was, neer als een stelletje ongeïnspireerde en wereldvreemde mensen die zich met allerlei onbenullig onderzoek bezig houden. Maar hij spaart zichzelf ook niet. Als hilarische voorbeeld noemt hij het onderzoek naar de ophanging van de nageboorte van het paard, dat ook in onze provincie is bestudeerd. Trouwens, Voskuil is zelf vaak in Drenthe geweest voor onderzoek, met name in Roswinkel had hij veel contacten. Vanwege de levensechtheid van de beschrijving, zijn Voskuil's boeken vooral populair bij mensen die in vergelijkbare situaties werken. Bij de Rijksuniversiteit Groningen kon men bijvoorbeeld vorig jaar een cursus leidinggeven volgen, waarbij "Het Bureau" als materiaal diende. Uit de brochure: "Het Bureau" biedt prachtige mogelijkheden om als spiegel te gebruiken en om naar het eigen functioneren als leidinggevende te kijken.

 

Voskuil in Assen

Op zondag 1 november 1998, de dag na het Autumn Jazzfestival, was Voskuil in Assen. Hij was vergezeld van zijn vrouw, die in zijn boeken Nicolien heet en daarin een belangrijke rol speelt. In de ICO-gebouw las hij voor uit zijn werk, tevens werd hij ondervraagd. Op de vraag, wat de aanleiding was om zo'n dik boek te schrijven, vertelde hij over een pijnlijke ervaring vlak na zijn pensionering. Hij zou een werkplek op het instituut behouden, waar hij zo nu en dan nog eens zou kunnen werken om de overgang naar een 'ledig' bestaan niet al te abrupt te laten zijn. Hem stond waarschijnlijk het voorbeeld voor ogen van zijn aimabele voorganger Meertens, in het boek meneer Beerta genoemd (tevens de titel van deel I), die tot lang na zijn pensionering nog dagelijks op de afdeling kwam. Maar Beerta was een heel andere figuur dan Maarten Koning. Na verloop van tijd werd Voskuil steeds onvriendelijker door zijn voormalige medewerkers behandeld. Op een gegeven ogenblik was zelfs zijn bureau verdwenen. Dit was de aanleiding om zich een vijftal jaren op te sluiten en "Het Bureau" te schrijven. Voskuil maakte een zeer integere indruk en in zijn boek is geen sprake van wraak op zijn omgeving. De beschrijvingen zijn evenwel soms zo onthullend, dat veel van zijn voormalige collega’s er niet gelukkig mee zijn. Maar zei Voskuil zonder ironie: "Eens zullen ze er trots op zijn, dat ze in mijn boeken voorkomen".

Schrijver Voskuil in Assen, 1 nov. 1998.
Schrijver Voskuil in Assen, 1 nov. 1998.

Nobody knows you when you’re down and out

Afgezien van een korte vermelding van De Ramblers is uit zijn boeken niet af te leiden dat Voskuil een jazzliefhebber is. Dat hij dat toch is, ben ik te weten gekomen toen ik op Internet de volledige tekst van een radio-interview ontdekte dat Constant Meijers met hem had op 25 maart 1996 (http://www.icce.rug.nl/we/students/misja/vskinter.html). Tijdens dat interview werden op verzoek van Voskuil twee versies gedraaid van het nummer "Nobody knows you when you're down and out". In de eerste plaats de beroemde versie van blueszangeres Bessie Smith uit 1929. Ze wordt begeleid door een combo onder leiding van pianist Clarence Williams, waarin kornettist Ed Allen en tubaspeler Cyrus St. Clair schitterend spelen. De andere versie is van Sidney Bechet uit 1949, waarop Bechet magistraal speelt. Kornettist "Wild Bill" Davison is een tikje sentimenteel, maar dat past wel bij het nummer.

Voskuil vertelt over de periode 1957-1963, toen hij naast zijn werk op het Meertens Instituut, bezig was met zijn eerste boek "Bij nader inzien", dat eerst een flop was, maar later is herdrukt en zelfs nog is bewerkt voor tv. Het schrijven van dat boek over zijn studententijd greep hem zo diep aan, dat hij heel vaak niet verder kon. Dan zette hij "Nobody knows you " op. Ik neem een fragment over van het interview tijdens het draaien van Bechet’s versie:

M. : "We hebben nog een muziekje".

V.: "Ja, en dat is dus de plaat die ik toen in dat jaar inderdaad altijd draaide".

M.: "In welk jaar?".

V.: "Dat was van 1957 tot 1963. Avond aan avond, een 78-toerenplaat. Een plaat die mij hevig emotioneert, toen ook ieder keer weer, nog altijd. Wat daarstraks gedraaid is, dat was de gezongen versie. Die is ook erg mooi, maar dit is de echte versie, "Nobody knows you when you're down and out".

Etiket op de 78-toerenplaat van Mad dog
Etiket op de 78-toerenplaat van Mad dog

Mad dog

Voskuil vertelde dat zijn eerste platenspeler een Trio-Track was. Daarop draaide hij "Nobody knows you". De eerste plaat die hij kocht voor de Trio-Track was een 78-toerenplaat van klarinettist Johnny Dodds met de nummers Mad Dog en Flat Foot, lang zijn enige plaat. Deze opnamen dateren uit 1926 toen Dodds ook de befaamde serie Hot Five platen met Louis Armstrong in Chicago opnam. Op deze opnamen met de New Orleans Bootblacks is in de Hot Five bezetting (Armstrong, Dodds, Kid Ory –trombone, Lil Armstrong – piano en Johnny St. Cyr – banjo) Armstrong vervangen door kornettist George Mitchell die ook veel met Jelly Roll Morton heeft opgenomen. Tevens speelt Jimmy Walker op altsax. Dit is zondermeer grandioze New Orleans muziek opgenomen door topmuzikanten in de kracht van hun leven. Op de 78-toerenplaat van Voskuil zal de solo in Mad Dog van Dodds ook veel beter hebben geklonken dan op huidige geluidsdragers, waarop veel boventonen uit Dodds’ jubelende klarinetklanken zijn gefilterd om de ruis te onderdrukken en om stereo-effekten te verkrijgen.

Over de plaat met Mad Dog vertelt Voskuil het volgende: "Daarop is een nummer, Mad Dog, dat we de eerste nacht dat we het hadden, telkens even uit bed gekomen zijn om er met z'n tweeën naar te luisteren, tot een uur of 5 toe. Dus we draaiden dat en gingen naar bed. En na een half uur zei ik, we gaan nog weer even luisteren; gingen we opnieuw. Ik heb dat nummer ook in die jaren eindeloos gedraaid. Dat geldt voor dit en het andere nummer, [als] Flat Floot, wat we ook heel vaak gedraaid hebben. Maar Mad Dog is naar mijn idee, van die twee dan nog het mooist."

 

 

 

Naschrift 13 november 2002

1) Een deel van dit artikel is verschenen in het Bulletin van het Nederlands Jazz Archief (nr. 36, juni 2000, waaruit bovenstaande afbeelding van de 78-toeren plaat van Mad Dog afkomstig is. Ik gebruik hierboven de term New Orleans muziek als een type aanduiding, maar de redactie van het NJA Bulletin vatte het op als 'muziek gemaakt door musici afkomstig uit New Orleans', daarom plaatste ze het volgende naschrift:

De genoemde titels van de New Orleans Bootblacks werden opgenomen in Chicago en in feite waren maar twee leden van dit groepje van zes geboren en getogen in New Orleans, te weten Johnny Dodds en Johnny StCyr. Ory kwam nog wel uit de buurt, uit La Place, Louisiana, en hij bezocht New Orleans regelmatig in zijn jeugd, maar Mitchell kwam uit Louisville, Kentucky. Lil Hardin uit Memphis, Tenesssee. Van de door Jan Kraak genoemde altsaxofonist Jimmy Walker is de geboorteplaats ons niet bekend, maar hij kwam zeker niet uit New Orleans. In de door ons geraadpleegde naslagwerken komt hij niet voor. Aanvankelijk was het trouwens niet bekend welke altsaxofonist bij deze groep had meegespeeld en werd zijn naam bij de bezetting dus niet genoemd. In latere discografieën wel, maar inmiddels heeft nader onderzoek opgeleverd (en is het door Lil Hardin in een interview bevestigd) dat het niet Walker was die meespeelde, maar ene Joe Clark. Die heeft een tijdlang met het orkest van Lil Hardin gewerkt.

2) Voskuil komt pas helemaal aan het einde van Het Bureau, op pagina 219 van "De dood van Maarten Koning", voor zijn belangstelling voor jazz uit:

Hij droomde dat hij werd uitgedragen. Van heel ver kwamen de laatste tonen van 'Nobody knows you when you are down and out' uit de klarinet van Sidney Bechet, zoals hij die bij zijn leven honderden keren gehoord had.

Laatst gewijzigd:02 oktober 2015 22:26