Opinie: ‘AI moet niet op de stoel van de rechter gaan zitten’

AI rukt op in alle sectoren, ook in de rechtspraak. Is dat een goede ontwikkeling? Volgens Benedikt Schmitz kan het een tijdsbesparing opleveren. ‘Maar AI moet niet op de stoel van de rechter gaan zitten.’
Tekst: Esther van der Meer
Schmitz (31) is universitair docent internationaal privaatrecht en vergelijkend contractenrecht. Het thema digitalisering van de rechtspraak is hij ingerold. Dit voorjaar organiseerde hij een Europees congres gewijd aan de digitalisering van de rechtspraak. En van het een komt het ander. Hij heeft net samen met twee Duitse collega’s The European Group on the Digitalisation of Justice opgericht, een intradisciplinair samenwerkingsnetwerk voor onderzoek dat zich toelegt op de digitale transformatie van rechtsstelsels in heel Europa. De bijbehorende website is vers in de lucht.
‘Ik kijk vrij nuchter naar AI. Ik behoor tot het kamp dat het ziet als technische vernieuwing, niet als een revolutie die ons mensen straks overbodig maakt.’
Maar ook als technische vernieuwing is er nog genoeg om voorzichtig mee te zijn. Op 2 augustus gaat de volgende stap van de EU AI Act in werking. Die reguleert AI-systemen op basis van het risico dat ze vormen voor mensen en de samenleving. ‘De rechtspraak hoort tot de hoogste categorieën. Het Iura novit curia is essentieel: de rechter hoort het recht te kennen en moet dat niet hoeven opzoeken.’
Officieel wordt AI nu dan ook nog niet of slechts amper gebruikt in de rechtspraak. In de praktijk is dat anders. ‘Je ziet nu al dat advocaten AI gebruiken om te brainstormen en zelfs om verzoekschriften of dagvaardingen te schrijven. En ik sluit ook niet uit dat rechters af en toe een chatbot gebruiken.’
Twee jaar geleden baarde een zaak bij de kantonrechter over een dakopbouw die zonlicht weg zou houden bij de zonnepanelen van de buren veel opzien. De rechter schreef daarbij openlijk in het vonnis ChatGPT als bron gebruikt te hebben om de levensduur van zonnepanelen vast te stellen, zonder experts te raadplegen.
Het kan ook anders. In Brandenburg wordt gewerkt met speciaal ontwikkelde AI die rechters helpt om heel specifieke vragen te beantwoorden. ‘Dan kun je bijvoorbeeld eerdere rechtspraak snel opzoeken.’
Daar ziet Schmitz wel mogelijkheden. In Nederland groeit het aantal rechtszaken dat op de plank blijft liggen gestaag en er is een hardnekkig tekort aan rechtelijke capaciteit. ‘Als je veel sneller dan nu bewijsstukken kunt doorzoeken, dan zou daar tijdswinst in kunnen zitten.’
Ook voor grensoverschrijdend recht zijn er interessante ontwikkelingen mogelijk. ‘Heb je nu als Nederlandse rechter bijvoorbeeld een vraag over het Bulgaarse rechtssysteem, dan is het duur en ingewikkeld om dat boven water te krijgen. Daar zou AI erg behulpzaam in kunnen zijn. Maar wel onder bepaalde voorwaarden: het AI-model moet dan ontwikkeld worden in opdracht van de EU en gevoed worden met betrouwbare data. Maar ook dan moet er nog steeds een mens zijn die alles controleert.’
En AI mag nooit op de stoel van de rechter gaan zitten, vindt Schmitz. ‘Een van de belangrijkste rechtsbeginsels is dat de rechter kan uitleggen hoe hij tot zijn beslissing komt en wat zijn beweegredenen zijn. Dat kan AI niet. Misschien dat AI ooit de superintelligentie verkrijgt die sommigen nu voorspellen. Maar zoals ik zei: ik sta daar nuchter in en denk niet dat dat gaat gebeuren.’
Meer informatie
Meer nieuws
-
16 juni 2026
Netcongestie is niet alleen een kabelprobleem